Zinsdelen herkennen
Zinsdelen herkennen
Wat weet jij al over zinsdelen?
Leerdoel
Aan het einde van de les kun je de persoonsvorm, het onderwerp, het lijdend voorwerp en de bepalingen herkennen in een zin.
Wat zijn zinsdelen?
Een zin bestaat uit verschillende stukjes, die zinsdelen worden genoemd. Elk zinsdeel heeft een eigen taak in de zin.
De persoonsvorm
De persoonsvorm is het eerste werkwoord in de zin. Het vertelt ons wat er gedaan wordt.
Voorbeeld:
Ik loop naar huis.
Ik kan een taart bakken.
Het onderwerp
Het onderwerp vertelt wie of wat iets doet in de zin.
Voorbeeld:
De hond blaft.
Het lijdend voorwerp
Soms hoort er nog iets bij de persoonsvorm en het onderwerp. Dit is het lijdend voorwerp.
Voorbeeld:
Ik lees het boek.
Bepalingen
Bepalingen geven extra informatie zoals waar, wanneer of hoe iets gebeurt.
Voorbeeld:
Gisteren speelde ik in de sneeuw.
Snel loopt hij naar school.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Antwoorden met emoticons
We gaan nu oefenen! Gebruik de juiste emoticon bij elk zinsdeel in de Teams-reacties.
Oefening 1: Welke zinsdeel is dikgedrukt?
De kat vangt een muis in de tuin.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Oefening 1: Welke zinsdeel is dikgedrukt?
De kat vangt een muis in de tuin.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Oefening 1: Welke zinsdeel is dikgedrukt?
De kat vangt een muis in de tuin.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Oefening 1: Welke zinsdeel is dikgedrukt?
De kat vangt een muis in de tuin.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Oefening 2: nog een zin
Morgen fietsen wij snel naar het park.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Oefening 2: nog een zin
Morgen fietsen wij snel naar het park.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Oefening 2: nog een zin
Morgen fietsen wij snel naar het park.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Oefening 2: nog een zin
Morgen fietsen wij snel naar het park.
Persoonsvorm =
Onderwerp =
Lijdend voorwerp =
Bepaling =
Leerdoel
Aan het einde van deze les kun je de persoonsvorm (pv) en het gezegde (gez) herkennen in een zin.
Nog één keer... De persoonsvorm
De persoonsvorm is het eerste werkwoord in de zin. Het vertelt ons wat er gedaan wordt.
Voorbeeld:
Ik loop naar huis.
Ik kan een taart bakken.