1.1 Luchtdruk

1.1 Luchtdruk
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

1.1 Luchtdruk

Slide 1 - Tekstslide

Hoe werkt het?

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Wat is luchtdruk
  • Hoe meet je de luchtdruk
  • Kenmerken van het weer bij hoge en lage luchtdruk
  • Wat gebeurt er als de luchtdruk verandert
  • Windrichtingen op aarde

Slide 3 - Tekstslide

Wat is luchtdruk?
  • Luchtdruk => het gewicht van de lucht dat op de aarde drukt
  • Meten => barometer
  • Eenheid => hectopascal (hPa), millibar (Mb)
  • Op de weerkaart te zien => isobaren = alle punten met dezelfde luchtdruk verbonden door een lijn.
  • Je hebt hoge drukgebieden en lage drukgbieden
Weerkaart met isobaren: Hoe dichter de isobaren bij elkaar liggen, hoe harder het waait.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Hoge druk 
Hoge druk = dalende lucht
Symbool op de kaart = H
Getal > 1000 is H

Welk weertype hoort bij H?
- geen bewolking
- warm in de zomer
- koud in de winter


Slide 6 - Tekstslide

Lage druk
Lage druk = stijgende lucht
Symbool op de kaart = L
Getal < 1000 = L

Welk weertype hoort bij L?
- wolken
- neerslag
- koel in de zomer
- zacht in de winter

Slide 7 - Tekstslide

Welk weertype hoort bij H?
A
Bewolking
B
Geen bewolking

Slide 8 - Quizvraag

Welk weertype hoort bij H?
A
Koele zomer
B
Warm in de zomer

Slide 9 - Quizvraag

Welk weertype hoort bij L?
A
Neerslag
B
Geen neerslag

Slide 10 - Quizvraag

Welk weertype hoort bij L?
A
Bewolking
B
Geen bewolking

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Video

Het weer als de luchtdruk verandert..
Onthouden: Lucht stroomt ALTIJD van H naar
                   Dit is => wind
Onthouden: Hoe groter het verschil in luchtdruk, hoe harder het waait.

Hoe zie je dat op een weerkaart? => isobaren
Ezelsbruggetje
In je fietsband zit lucht opgesloten: hoge druk. Wanneer je het ventiel open draait gaan de lucht er uit, naar een gebied met lagere druk.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Op deze kaart zie je isobaren, kun jij aangeven waar een hoge- en waar aan lagedrukgebied ligt in Europa?
Windrichting: 
Bij L -> wind stroomt er naartoe
Bij H -> wind stroomt er vanaf

Slide 15 - Tekstslide

Windrichtingen op aarde
Wind stroomt van H -> L
Let op: de aarde draait om zijn eigen as
Gevolg: wind heeft een afwijking!

Wet van Buys Ballot:
Noordelijk Halfrond: wind draait naar rechts
Zuidelijk Halfrond: wind draait naar links
Op de kaart zie je de grote windsystemen op aarde. Door de Wet van Buys Ballot krijgt wind een afwijking. 

NH: afwijking naar rechts
ZH: afwijking naar links

Let op: ALTIJD KIJKEN MET DE WIND IN JE RUG!

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Hoe noem je de grote windsystemen rond de evenaar?
A
Poolwinden
B
Westenwinden
C
Passaten
D
Moesson

Slide 18 - Quizvraag

In welke tekening wordt het windsysteem juist weergegeven?
A
Tekening 1
B
Tekening 2
C
Tekening 3
D
Tekening 4

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Video

Op het noordelijk halfrond stroomt de lucht met een afwijking naar...
A
Rechts met de wind van voren
B
Links met de wind in de rug
C
Rechts met de wind in de rug
D
Links met de wind van voren

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Video

De wet van Buys Ballot =
A
Wind waait van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied
B
Wind waait van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied

Slide 23 - Quizvraag

Winden waaien altijd van ... luchtdruk naar ... luchtdruk
A
laag naar hoog
B
hoog naar laag

Slide 24 - Quizvraag

Wat is luchtdruk?
A
De druk van lucht op de aarde
B
De luchtlaag rond de aarde
C
Opstijgende lucht
D
Dalende lucht

Slide 25 - Quizvraag

Stel; In Nederland is de luchtdruk laag en in Duitsland de luchtdruk hoog. Wat gebeurt er?
A
Niets
B
Er ontstaat wind van Nederland naar Duitsland
C
Er ontstaat wind van Duitsland naar Nederland
D
De wind waait vanuit beide landen richting de evenaar

Slide 26 - Quizvraag

Juist/onjuist

Luchtdruk verplaatst zich van een plaats lage luchtdruk naar een plaats met hoge luchtdruk.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Hoe meet je luchtdruk?
A
Luchtdrukmeter
B
Barometer
C
Thermometer
D
Isobarenmeter

Slide 28 - Quizvraag

Leerdoelen Check
  • Wat is luchtdruk
  • Hoe meet je de luchtdruk
  • Kenmerken van het weer bij hoge en lage luchtdruk
  • Wat gebeurt er als de luchtdruk verandert
  • Windrichtingen op aarde

Noteer de punten waarop je nog geen antwoord kan geven.

Slide 29 - Tekstslide