Breuken (NIET BEWERKEN, EERST KOPIËREN)

1 / 42
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Je weet wat een breuk is

Je weet wat de teller en de noemer zijn

Je kan breuken gelijkwaardig maken

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies



Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Teller (1): Dit geeft aan dat we één deel hebben.


Noemer (2): Dit geeft aan dat het geheel in twee gelijke delen is verdeeld.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Het getal 4 is de ... van de breuk.

A

Teller

B

Noemer

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Het getal 4 is de ... van de breuk.

A

Teller

B

Noemer

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Het getal 2 is de ... van de breuk.

A

Teller

B

Noemer

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Het getal 15 is de ... van de breuk.

A

Teller

B

Noemer

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Gelijkwaardige breuken


Deze slide heeft geen instructies

Gelijkwaardige breuken: breuken die even groot zijn, maar op een andere manier zijn opgeschreven.

Deze slide heeft geen instructies

Welke breuken zijn Gelijkwaardig?

1/2

1/3

1/4

2/6

2/8

2/4

12/24

6/18

15/45

10/20

5/10

6/24

8/32

9/36

9/27

Laat de leerlingen alle breuken naar het juiste vak slepen. De leerlingen kunnen dit allemaal voor zichzelf doen. Na afloop kun je de antwoorden bekijken en zien waar de moeilijkheden zitten.

Alleen de teller wordt bij elkaar opgeteld.

De noemers zijn gelijk, namelijk 5. 

Hier verandert niks aan.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies





Deze slide heeft geen instructies





Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Tip: 
Meestal deel je teller en noemer door 2, 3, 4 of 5

Deze slide heeft geen instructies

Vereenvoudig de breuk

Deze slide heeft geen instructies

Vereenvoudig de breuk

Deze slide heeft geen instructies

Vereenvoudig de breuk

Deze slide heeft geen instructies

Vereenvoudig de breuk

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

x 3 = 6

x 3 = 3

Deze slide heeft geen instructies

Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke afbeelding past bij de breuk?

A

A

B

B

C

C

D

D

Deze slide heeft geen instructies

Welke afbeelding past bij de breuk?

A

A

B

B

C

C

D

D

Deze slide heeft geen instructies

Aan jou wordt gevraagd om de breuk te vereenvoudigen? Wat moet je bij zo'n vraag doen?

A

De noemers van de breuk moeten gelijk gemaakt worden.

B

De breuk moet zo klein mogelijk gemaakt worden.

C

De breuk moet van elkaar afgetrokken worden.

D

De breuk moet bij elkaar opgeteld worden.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de noemer van een breuk?

A

Het bovenste getal van een breuk.

B

Het antwoord in een som.

C

Het onderste getal van een breuk.

D

De kleinste breuk.

Deze slide heeft geen instructies

Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan jou wordt gevraagd om de breuk gelijknamig te maken. Wat moet je doen bij zo'n vraag?

A

De noemers van de breuk moeten gelijk gemaakt worden.

B

De breuk moet zo klein mogelijk gemaakt worden.

C

De breuk moet van elkaar afgetrokken worden.

D

De breuk moet bij elkaar opgeteld worden.

Deze slide heeft geen instructies