Les 29 juni

Vandaag
Opwarmer
Spreken
Lezen
Herhalen het weer
Nederlandse quiz



1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Enseignement Secondaire

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Opwarmer
Spreken
Lezen
Herhalen het weer
Nederlandse quiz



Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fluitje - fluit
ui

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spreken
https://wordwall.net/nl/resource/46887858/spreekvragen-a1
Buren - neighbours
buurman - male 
buurvrouw - female
bijvoorbeeld

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tekst 1. 
Welke woorden ken je niet? 

Slide 4 - Tekstslide

In welke provincies vieren ze carnaval?
Wat vierden ze vroeger met carnaval?

Tekst 2. 
Welke woorden ken je niet? Waar staat het antwoord in de tekst?

Slide 5 - Tekstslide

In welke provincies vieren ze carnaval?
Wat vierden ze vroeger met carnaval?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

It's sunny = Het is zonnig
The sun is shining = de zon schijnt
It is warm / hot = Het is warm / heet.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

cloud - wolk
it's cloudy - het is bewolkt

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

rain  = regen
it is raining = Het regent
It's a rainy day - het is regenachtig / het is een regen - achtige dag

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rainbow = regenboog

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quiz over Nederland
Quiz over Nederland
Quiz over Nederland

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel procent van
de Nederlanders spreekt Engels?
Hoeveel procent van
de Nederlanders spreekt Engels?
A
53%
B
90%
C
85%
D
34%

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit typisch Nederlandse eten?
Hoe heet dit typisch
Nederlandse eten?
A
beschuit met muisjes
B
beschuit met hagelslag
C
beschuit met dropjes
D
beschuit met hopjes

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel kaas eet een Nederlander gemiddeld per jaar?
Hoeveel kaas eet een
Nederlander gemiddeld per jaar? 
A
17 kilo
B
8 kilo
C
23 kilo
D
2 kilo

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel kilometer fietst een Nederlander per jaar gemiddeld?
Hoeveel kilometer fietst een
Nederlander per jaar gemiddeld?
A
400 km
B
750 km
C
1000 km
D
1100 km

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar komt de tulp vandaan?
Waar komt de tulp vandaan?
A
uit Nederland
B
uit Brazilië
C
uit Turkije
D
uit Frankrijk

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Van welke Nederlandse schilder zijn De 5 zintuigen (the 5 senses)?
Van welke Nederlandse schilder
zijn De 5 zintuigen (the 5 senses)?
A
Vincent Van Gogh
B
Rembrandt van Rijn
C
Johannes Vermeer
D
Frans Hals

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de grootste haven (harbour) van Nederland?
Wat is de grootste haven
(harbour) van Nederland?
A
de haven van Amsterdam
B
de haven van Rotterdam
C
de haven van Texel
D
de haven van IJmuiden

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De uitvinder van Bluetooth is een Nederlander.
De uitvinder van Bluetooth
is een Nederlander.
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De oudste universiteit van Nederland is in..........
De oudste universiteit
van Nederland is in...
A
Amsterdam
B
Utrecht
C
Groningen
D
Leiden

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel fietsen zijn er in Nederland?
Hoeveel fietsen zijn er in Nederland?
A
11 miljoen
B
24 miljoen
C
31 miljoen
D
15 miljoen

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke Nederlandse stad heeft GEEN vliegveld (airport)?
Welke Nederlandse stad heeft GEEN vliegveld (airport)?
A
Amsterdam
B
Rotterdam
C
Utrecht
D
Eindhoven

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel % van Nederland ligt onder zeeniveau?
Hoeveel % van Nederland
ligt onder zeeniveau?
A
5%
B
9%
C
13%
D
26%

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit typisch Nederlandse eten?
Hoe heet dit typisch
Nederlandse eten?
A
vleesballen
B
gehaktballen
C
bitterballen
D
krokantballen

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel mensen wonen er ongeveer in Nederland?
Hoeveel mensen wonen
er ongeveer in Nederland?
A
15 miljoen
B
17 miljoen
C
12 miljoen
D
20 miljoen

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent: "je ziet door de bomen het bos niet meer"?
Wat betekent:
"je ziet door de bomen het bos niet meer"?
A
Je hebt een bril nodig (you need a pair of glasses)
B
Je bent verdwaald (you're lost)
C
Je bent het overzicht kwijt, er is té veel informatie (you've lost the overview, there's too much information)
D
Advies of aanwijzing geven die niet klopt (giving someone advice or directions that are incorrect)

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nederland is het land met de meeste regen (most rain) in Europa
Nederland is het land met de meeste regen (most rain) in Europa.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent: "ik kijk de kat uit de boom"?
Wat betekent:
"ik kijk de kat uit de boom"?
A
Ik heb veel geduld (I have a lot of patience)
B
Ik wacht voordat ik actie neem (I wait before taking action)
C
Ik ben nieuwsgierig (I'm curious)
D
Ik vertel iets ongeloofwaardigs (I am saying something that's implausible)

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie feliciteren we bij een verjaardagsfeest in Nederland?
Wie feliciteren we bij een
verjaardagsfeest in Nederland?
A
iedereen
B
de ouders van de jarige
C
de partner van de jarige
D
we feliciteren alleen de jarige

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nederland betekent letterlijk:
Nederland betekent letterlijk:
A
Laag (low) land
B
Water land
C
Hout (wood) Land
D
Zee land

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat eten Nederlanders met Oud & Nieuw?
Wat eten Nederlanders met Oud & Nieuw?
A
erwtensoep
B
bitterballen
C
oliebollen
D
haring

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk dier is sinds 2015 terug (back) in Nederland?
Tekst
Welk dier is sinds 2015 terug
(back) in Nederland?
A
B
C
D

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar is de oudste vuurtoren (oldest lighthouse) van Nederland??
Waar is de oudste vuurtoren (oldest lighthouse) van Nederland??
A
Rotterdam
B
Terschelling
C
Katwijk
D
Zandvoort

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent: "Laten we de bloemetjes buiten zetten?"
Wat betekent:
"laten we de bloemetjes buiten zetten"?
A
Laten we een feestje geven!
B
Het gaat goed met ons!
C
De zon schijnt, we gaan naar buiten.
D
Het eerste erbij zijn.

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ik schrijf mijn naam.
Ik schrijf mijn naam op het bord.
Schrijf jij je naam? - Nee.
Schrijf jij je naam.
Schrijf je naam in je schrift.
Schrijf jij je naam? - Ja.
Ik schrijf mijn naam.
Ik schrijf mijn naam in het schrift.
Ik tel. Ik tel boeken. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10. Ik tel 10 boeken.
Tel jij de pennen? - Ja, ik tel pennen. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12,,13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20. Ik tel 20 pennen.
Doe het zelf!
Slepen
Woord voor woord
hetzelfde
rechts
boven
links
welk(e)
beneden

Slide 39 - Sleepvraag

Doe het zelf is een TPR oefening om met de leerlingen samen te doen. De docent doet voor en de leerlingen doen het na.

de kast
Woord voor woord
A
B
C
D

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


het schrift
Woord voor woord
A
B
C
D

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


het land
Woord voor woord
A
B
C
D

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


het bord
Woord voor woord
A
B
C
D

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Werkwoorden
Zelfstandige naamwoorden
Overige woorden
.
Zich omdraaien 
Ik draai me om
hij draait zich om
Wij draaien ons om
Jullie draaien je om
het land
de kast
het bord
het schrift - notebook
schrijven
het getal

Ik schrijf in mijn schrift.
Ik schrijf een boek over mijn land, Nederland.
getallen 1-10
welk(e)
hetzelfde
links - rechts
boven - beneden
van - tot
en
De woorden van Les 5
Woord voor woord

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leer de zin(nen) van les 5
Mag ik ... ?
Uit welk land kom jij?
Welk getal is dit?
Woord voor woord

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 29 juni

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies