reporteros 2 unidad 5

unidad 5 reporteros 2
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 300 min

Onderdelen in deze les

unidad 5 reporteros 2

Slide 1 - Tekstslide

En marcha
TB 1, p. 71
Wat kun je zeggen over Ceuta?
Is er een grens tussen Ceuta en Marokko? Waarom?
TB 2, p. 71
a. Waar ligt Ceuta?
b. Vergelijk de reis tussen Ceuta en Spanje vroeger en nu.
TB 3, p. 71
a. Wie gaat er naar Spanje op vakantie?
b. Wat vindt Tariq van wat Ismael vertelt?
c. Wat gaat Ismael vandaag doen?


Slide 2 - Tekstslide

20 
30
38
55 
200
900
2004
33000
200.000
pasajeros (2x)
vehículos
año
minutos (2x)
metros
metros cuadrados
kilómetros

Slide 3 - Tekstslide

TB 1, p. 72
a. De opa van Ismael heeft verschillende redenen om naar het buitenland te gaan, welke?
b. Waarom gingen Spanjaarden naar het buitenland?
c. Waarheen emigreerde de opa van Ismael?
d. Hoeveel verdiende hij in de fabriek?
e. Wat heeft de opa gedaan met het geld wat hij in de fabriek heeft verdiend?


WB 1, 2, 3, 4, 5, 6
TB 1
timer
1:00

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

TB 4, p. 73
a. Waar bevindt zich het beeld van Hércules?
b. Waar moest Hércules zijn opdrachten uitvoeren?
c. Hoe ontstonden de twee continenten, volgens de mythe?
d. Wat symboliseren de twee zuilen?
e. Waar vind je de zuilen nog meer? 
WB 9, p. 89
WB 10, p. 89

WB 12, p. 90
WB 13, p. 90

W 14, p. 91
Opdracht 1, p. 105
Gebruik blok A op TB p. 78
timer
10:00

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Blok B, TB p. 78

Een bijwoord vind je voor een bijvoeglijk naamwoord:
Ese coche es terriblemente caro.
Of bij een werkwoord:
Normalmente no trabajo los lunes.

Je maakt het met de vrouwelijk vorm van het bijvoeglijk naamwoord:
tranquilo > tranquilamente
difícil > dificilmente

Let op: bueno = bien, malo = mal






WB 2, p. 92
opdracht met perfecto.
llegar = aankomen, deze is al gebruikt! cruzar = oversteken/klimmen, lograr = lukken, coger = oppakken, meter/poner = ergens in stoppen


opdrachten met bijwoorden:
WB 10, p. 96
WB 11, p. 96
opdracht 3 op p. 105

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

TB 1, p. 76
1. Wat zegt Ismael over zijn feest en die van Tariq?
2. Wie heeft het feest georganiseerd?
3. Wat was het thema van het feest?
4. Wat hebben ze gedaan om het thema te presenteren?


WB 1, p. 98
Lees nogmaals de tekst en verbeter de zinnen.

Bestudeer "Vraagzinnen" TB 96
WB 3, p. 99
WB 4, p. 100





timer
10:00
WB 3

Slide 10 - Tekstslide

TB 1, p. 76
1. Wat zegt Ismael over zijn feest en die van Tariq? 
Het lijkt erop, misschien zelfs beter.
2. Wie heeft het feest georganiseerd?
Leerlingen & docenten
3. Wat was het thema van het feest?
"Onze buren, de Arabieren."


4. Wat hebben ze gedaan om het thema te presenteren?
Typisch Arabisch eten serveren + leerlingen en moeders deden een typisch Arabische dans.

Slide 11 - Tekstslide

TB 4, p. 77
Kijk naar de twee video's.
Kies verdadero (waar) of falso (niet waar).

WB 6, p. 100
Video 1:
1. c... 2. o... 3. ú...
Video 2:
4. s...
WB 7, p. 100
WB 8, p. 101
WB 9, p. 102


Klaar = studygo 

Slide 12 - Tekstslide

TB 4, p. 77

a. V
b. F: Solo mide 13 km2.
c. V
d. F: Solo aviones regionales de hélice pueden aterrizar.
e. F: Observar los aviones pasar es una actividad popular.
f. V
g. V

Slide 13 - Tekstslide

SER - ESTAR - HAY


La Sagrada Familia

La Sagrada Familia (1) ___ una iglesia muy famosa que (2) ___ en Barcelona, España. En el interior (3) ___ muchas columnas y vitrales de colores. Las torres de la basílica (4) ___ muy altas y originales. Desde arriba (5) ___ una vista impresionante de la ciudad. El monumento (6) ___ cerca del centro. Además, (7) ___ miles de turistas que cada año visitan este lugar emblemático.

Slide 14 - Tekstslide

La Sagrada Familia
La Sagrada Familia (1) es una iglesia muy famosa que (2) está en Barcelona, España. En el interior (3) hay muchas columnas y vitrales de colores. Las torres de la basílica (4) son muy altas y originales. Desde arriba (5) hay una vista impresionante de la ciudad. El monumento (6) está cerca del centro. Además, (7) hay miles de turistas que cada año visitan este lugar emblemático.

Slide 15 - Tekstslide

PRESENTE
El mercado de Valencia
En el mercado de Valencia muchas personas (1. venir) temprano para comprar fruta y verduras frescas. Los vendedores (2. poner) sus productos en los puestos y los clientes (3. pedir) precios y recomendaciones.
Cuando hace buen tiempo, algún grupo de música (4. tocar) música en la calle y los turistas (5. hacer) muchas fotos. A veces los niños no (6. querer) levantarse temprano para acompañar a sus padres, pero al final siempre (7. decir) que el mercado es muy divertido. Además, mucha gente (8. volver) cada semana para hacer sus compras.

Slide 16 - Tekstslide

El mercado de Valencia
En el mercado de Valencia muchas personas (1. vienen) temprano para comprar fruta y verduras frescas. Los vendedores (2. ponen) sus productos en los puestos y los clientes (3. piden) precios y recomendaciones.
Cuando hace buen tiempo, algún grupo de música (4. toca) música en la calle y los turistas (5. hacen) muchas fotos. A veces los niños no (6. quieren) levantarse temprano para acompañar a sus padres, pero al final siempre (7. dicen) que el mercado es muy divertido. Además, mucha gente (8. vuelve) cada semana para hacer sus compras.

Slide 17 - Tekstslide

PERFECTO
> Hola Juan, ¿(1. ver-tú) la película "el cautivo" en Netflix?
< No, todavía no. Esta semana no (2. tener-yo) tiempo para ver Netflix. 
(3. Hacer - yo ) mucho deporte.
>  Ah, vale. ¡Qué bien! Mi mujer y yo también (4. jugar) mucho al tenis últimamente. 
 

Slide 18 - Tekstslide

PERFECTO
> Hola Juan, ¿(1. has visto) la película "el cautivo" en Netflix?
< No, todavía no. Esta semana no (2. he tenido) tiempo para ver Netflix. 
(3. He hecho) mucho deporte.
>  Ah, vale. ¡Qué bien! Mi mujer y yo también (4. hemos jugado) mucho al tenis últimamente. 
 

Slide 19 - Tekstslide

IMPERFECTO
Cuando mis abuelos (1. woonden) en el campo, ellos (2. werkten) mucho en la granja. Las personas que (3. aan de macht waren) en el pueblo no siempre (4. wilden)  ayudar a los trabajadores. Mis abuelos apenas (5. verdienden) dinero para vivir. A veces mis tíos y mis abuelos (6. deelden) la comida con los vecinos. 

Slide 20 - Tekstslide

Cuando mis abuelos (1. vivían) en el campo, ellos (2. trabajaban) mucho en la granja. Las personas que (3. mandaban) en el pueblo no siempre (4. querían) ayudar a los trabajadores. Mis abuelos apenas (5. ganaban) dinero para vivir. A veces mis tíos y mis abuelos (6. compartían) la comida con los vecinos.

Slide 21 - Tekstslide

TB 82 & 83 cultuur
1. Waar of niet waar?
1. De Giralda symboliseert verschillende culturen.
2. De koperen bol viel van de toren tijdens een aardbeving.
3. De toren heeft een hoogte van 101 meter.
4. "El Giraldillo" heet zo omdat hij draait met de wind.












2. Wie bouwden de moskee?
Wat deden de christenen na de "Reconquista"?
3. Wat betekent "Alhambra"?
Waarom heet het kasteel zo?

Slide 22 - Tekstslide

TB 82 & 83 cultuur
1. Waar of niet waar?
1. De Giralda symboliseert verschillende culturen. V
2. De koperen bol viel van de toren tijdens een aardbeving. V
3. De toren heeft een hoogte van 101 meter. V
4. "El Giraldillo" heet zo omdat hij draait met de wind. V







2. Wie bouwden de moskee?
De Arabieren, ze begonnen in de 8e eeuw en breidden de moskee steeds verder uit om hem geschikt te maken voor 10.000 gelovigen (=grootste moskee in Europa). Naast geloof ook een belangrijke plek voor wetenschap. Er werden daar ook veel teksten uit het Latijn en Grieks vertaald. Córdoba was de belangrijkste islamitische stad in Spanje.


Slide 23 - Tekstslide

In 1236 werd Córdoba heroverd door de Christenen. Die hebben een kathedraal in de moskee een gebouwd, zonder de moskee af te breken zoals op veel andere plekken is gebeurd.
In die tijd was er toch al veel respect en bewondering voor de schoonheid van dit gebouw en wilden ze het niet afbreken.
3. Wat betekent "Alhambra"?
Waarom heet het kastelencomplex zo?
Tijdens de bouw werd ook in het donker gewerkt. Als de vuren werden aangestoken, lichtten de muren rood op door het type steen wat is gebruikt.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Afronden WB:
> check met je stencil, is alles af & nagekeken? 
Kijk duidelijk na met een andere kleur!

Nog maken ter voorbereiding toets:
WB 8, p. 95
= oefenen met beschrijvingen
Preparación para la evaluación, WB p. 105

1. Hulp Blok A TB p. 78
2. Overal perfecto, behalve zin d (= imperfecto)
3. Hier overal bijwoord, op toets kiezen bijwoord <> bijv. naamwoord

Alles af = WB inleveren + studygo




Slide 26 - Tekstslide