Deze slide heeft geen instructies
Wat is een gevaar van drugsnaalden die op straat blijven liggen?
(herinner je jou de vorige les?)
Deze slide heeft geen instructies
Ons doel vandaag
Ik kan uitleggen wat HIV is, wat het verschil is tussen HIV en aids, en waarom HIV vroeger en vandaag anders wordt bekeken.
-> De leerling weet hoe HIV-besmetting en seksueel overdraagbare aandoeningen kunnen worden voorkomen en is bereid zich hiernaar te gedragen.
Deze slide heeft geen instructies
HIV: vroeger en vandaag
Open kort en helder: vandaag kijken we wat HIV is, waarom mensen vroeger veel angst hadden, en hoe het vandaag anders is.
Heb jij al veel gehoord over HIV en aids?
Ja, ik weet hier wel wat over
Bijna niet
Ja, een klein beetje
Ken ik helemaal niet
Deze slide heeft geen instructies
Wat weet jij al over HIV en aids?
Gebruik dit als startactivatie. Verwachte woorden: virus, ziek, medicatie, angst, aids, dokter, bloed, zorg. Bespreek kort dat niet alles al juist moet zijn; de les zal helpen om feiten en misverstanden te scheiden.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is HIV?
HIV is een virus.
Het virus valt je afweersysteem aan.
Je afweersysteem beschermt je tegen ziekten.
Zonder behandeling kan HIV je lichaam zwakker maken.
Gebruik eenvoudige woorden: afweersysteem = de bescherming van je lichaam tegen ziek worden.
Wat doet HIV in het lichaam?
HIV maakt de afweer stap voor stap zwakker.
Daardoor kan iemand sneller ziek worden.
Dat gebeurt niet ineens, maar meestal langzaam.
Vermijd te veel medische details. De kern is: HIV valt niet spieren of botten aan, maar de afweer.
HIV en aids zijn niet hetzelfde
HIV = het virus
Aids = het laatste stadium van onbehandelde HIV
Iemand kan dus HIV hebben zonder aids te hebben
Door medicijnen krijgen veel mensen vandaag geen aids meer
Benadruk het verschil rustig meerdere keren: HIV is de oorzaak, aids is het ernstige gevolg zonder behandeling.
Kort samengevat
HIV is een virus dat het afweersysteem aanvalt.
Aids ontstaat pas als HIV lange tijd niet behandeld wordt.
Met goede medicatie kan iemand met HIV vaak gezond blijven.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is HIV?
een stadium
een virus
een vaccin
een pil
Sluit aan bij slides 2-5: HIV is het virus, aids is het laatste stadium zonder behandeling.
Hoe wordt HIV vaak doorgegeven?
Door seksueel contact
Door elkaar te knuffelen
Door hoesten
Door elkaar te bellen
Sluit aan bij slides 2-5: HIV is het virus, aids is het laatste stadium zonder behandeling.
Wat is de volgorde?
HIV -> aids (en ziek worden)
HIV -> sterven
aids -> HIV (en ziek worden)
aids -> Ziek worden -> HIV
Sluit aan bij slides 2-5: HIV is het virus, aids is het laatste stadium zonder behandeling.
Vul de juiste woorden in
HIV is een virus. Het valt het afweersysteem aan. aids is het laatste stadium van onbehandelde HIV. Met goede medicatie blijven veel mensen gezond.
De lege plekken herhalen de kernwoorden van het eerste blok: virus, afweersysteem, aids, medicatie.
HIV in de jaren 80
HIV was toen nog nieuw
Veel mensen wisten weinig over het virus
Er was veel angst
Er waren nog geen goede medicijnen
Leg uit dat onbekend vaak bang maakt. Mensen wisten toen minder dan nu.
Aids in de beginjaren
Deze slide heeft geen instructies
Bij denken aan seks dacht Stefan (man in begin van video) ook aan .... ?
genot
ruzie maken
de dood
plezier
Deze slide heeft geen instructies
Voeg hier je vraag toe
Answer A
Answer B
Answer C
Answer D
Deze slide heeft geen instructies
Met wat vergeleek de reporter de eerste "aids" periode?
Met een vechtpartij
Met een oorlog
Met een zonnige periode
Met de coronaperiode
Deze slide heeft geen instructies
Waarom waren mensen bang?
Mensen waren bang omdat ze niet goed wisten hoe HIV werkte.
Veel vragen hadden nog geen antwoord.
Daardoor ontstonden paniek en geruchten.
Noem dat artsen en wetenschappers nog volop aan het zoeken waren naar informatie.
Weinig kennis, veel misverstanden
Sommige mensen dachten dat HIV makkelijk overdraagbaar was
Veel informatie klopte nog niet
Daardoor ontstonden foute ideeën over mensen met HIV
Hou het algemeen en veilig. De focus ligt op angst door onwetendheid, niet op medische details van overdracht.
Uitsluiting en stigma
Mensen met HIV werden soms gemeden of uitgesloten.
Dat was pijnlijk en oneerlijk.
Een ziekte mag geen reden zijn om iemand slecht te behandelen.
Verklaar indien nodig het woord stigma als: negatieve ideeën of vooroordelen over iemand.
Je ziet HIV meestal niet
Je kan meestal niet zien of iemand HIV heeft
Een leerling kan HIV hebben
Een dokter kan HIV hebben
Een voetballer of ouder kan HIV hebben
Koppel hier aan het idee dat HIV niet aan iemands uiterlijk te zien is.
Waarom was er vroeger veel angst voor HIV?
veel medicatie
weinig kennis
duidelijke info
snelle testen
De juiste keuze volgt uit slides 6-10: HIV was nieuw, mensen wisten weinig en er waren misverstanden.
Wie kan er HIV hebben?
Enkel mensen die al seks hebben gehad
Enkel mensen die meerderjarig zijn
Alleen mensen die drugs gebruiken
Iedereen kan HIV hebben
Deze slide heeft geen instructies
HIV vandaag
Vandaag bestaan er goede medicijnen.
Daardoor kunnen veel mensen met HIV een normaal leven leiden.
Ze kunnen vaak werken, leren en plannen maken voor de toekomst.
Zeg expliciet dat HIV vandaag vaak een chronische aandoening is waarmee veel mensen goed kunnen leven.
Deze slide heeft geen instructies
Kan je HIV krijgen door te knuffelen?
JA
NEE
Deze slide heeft geen instructies
Kan je HIV krijgen door heftig te kussen?
JA
NEE
Deze slide heeft geen instructies
Kan iemand met HIV dit doorgeven als die goed zijn medicatie neemt?
JA
NEE
Deze slide heeft geen instructies
Een HIV besmetting kan enkel doorgegeven worden door:
Bloed en speeksel
Bloed en sperma
Sperma en speeksel
Hoesten en sperma
Deze slide heeft geen instructies
Medicatie helpt! Maar denk jij dat het makkelijk is om te leven met HIV?
Nee, heel moeilijk
Ja, heel makkelijk
Bwa, niet zo moeilijk
Ik weet het niet.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Niet overal is de zorg gelijk
HIV bestaat nog steeds in de hele wereld
Niet iedereen krijgt snel testen of medicatie
In sommige landen is goede zorg moeilijk bereikbaar
Maak de stap van individueel naar wereldwijd probleem.
Je krijgt HIV door een hand te geven.
Waar
Niet waar
Deze slide heeft geen instructies
HIV kan via bloedcontact worden overgedragen.
Waar
Niet waar
Deze slide heeft geen instructies
mensen met HIV mogen werken en naar school gaan
Waar
Niet waar
Deze slide heeft geen instructies
je ziet altijd wie HIV heeft
Waar
Niet waar
Deze slide heeft geen instructies
Vooroordelen zijn gevaarlijk
Vooroordelen maken mensen bang of eenzaam
Iemand kan worden uitgesloten
Foute ideeën zorgen voor schaamte
Respect en juiste info helpen meer
Laat voelen dat vooroordelen echte gevolgen hebben in het dagelijks leven.
Wat onthouden we?
HIV is een virus
HIV en aids zijn niet hetzelfde
Vroeger was er veel angst door weinig kennis
Vandaag kunnen veel mensen goed leven met medicatie
HIV is nog steeds een wereldwijd probleem
Gebruik dit als afrondende samenvatting voor de eindfase van de les.
Wat klopt over HIV vandaag?
alleen in Afrika
altijd zichtbaar
goed te behandelen
niet meer echt
Grijpt terug op slides 11-16: HIV bestaat nog steeds, maar goede medicatie helpt veel mensen om normaal te leven.
Maak de samenvatting af
HIV bestaat nog steeds in de hele wereld. Veel mensen leiden een normaal leven dankzij goede medicatie. Je krijgt geen HIV door een hand te geven. Vooroordelen kunnen mensen uitsluiten.
Laat leerlingen de kern van het laatste blok herhalen: wereldwijd, normaal leven, hand geven, uitsluiten.
Wat leerde jij vandaag bij over HIV?
Laat leerlingen één concreet nieuw inzicht noteren. Geen fout antwoord zolang het echt uit de les komt.
Wat hielp jou het best om dit te begrijpen?
Focus op het leerproces: bv. quiz, woordwolk, uitleg, herhaling. Gebruik antwoorden om volgende lessen aan te passen.
Begrippenlijst
HIV - een virus dat het afweersysteem aanvalt
aids - het laatste stadium van onbehandelde HIV
afweersysteem - de bescherming van je lichaam tegen ziekten
medicatie - medicijnen die helpen om HIV onder controle te houden
stigma - negatieve ideeën of vooroordelen over iemand
vooroordeel - een oordeel over iemand zonder goede kennis
wereldwijd - over de hele wereld
Deze slide heeft geen instructies