HIV: vroeger en vandaag

1 / 46
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGASVBuitengewoon secundair onderwijsOpleidingsvorm 3

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een gevaar van drugsnaalden die op straat blijven liggen?
(herinner je jou de vorige les?)

Deze slide heeft geen instructies

Ons doel vandaag

Ik kan uitleggen wat HIV is, wat het verschil is tussen HIV en aids, en waarom HIV vroeger en vandaag anders wordt bekeken.


-> De leerling weet hoe HIV-besmetting en seksueel overdraagbare aandoeningen kunnen worden voorkomen en is bereid zich hiernaar te gedragen.

Deze slide heeft geen instructies

HIV: vroeger en vandaag

Open kort en helder: vandaag kijken we wat HIV is, waarom mensen vroeger veel angst hadden, en hoe het vandaag anders is.

Heb jij al veel gehoord over HIV en aids?

A

Ja, ik weet hier wel wat over

B

Bijna niet

C

Ja, een klein beetje

D

Ken ik helemaal niet

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij al over HIV en aids?

Gebruik dit als startactivatie. Verwachte woorden: virus, ziek, medicatie, angst, aids, dokter, bloed, zorg. Bespreek kort dat niet alles al juist moet zijn; de les zal helpen om feiten en misverstanden te scheiden.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is HIV?

  • HIV is een virus.

  • Het virus valt je afweersysteem aan.

  • Je afweersysteem beschermt je tegen ziekten.

  • Zonder behandeling kan HIV je lichaam zwakker maken.

Gebruik eenvoudige woorden: afweersysteem = de bescherming van je lichaam tegen ziek worden.

Wat doet HIV in het lichaam?

HIV maakt de afweer stap voor stap zwakker.

Daardoor kan iemand sneller ziek worden.

Dat gebeurt niet ineens, maar meestal langzaam.

Vermijd te veel medische details. De kern is: HIV valt niet spieren of botten aan, maar de afweer.

HIV en aids zijn niet hetzelfde

  • HIV = het virus

  • Aids = het laatste stadium van onbehandelde HIV

  • Iemand kan dus HIV hebben zonder aids te hebben

  • Door medicijnen krijgen veel mensen vandaag geen aids meer

Benadruk het verschil rustig meerdere keren: HIV is de oorzaak, aids is het ernstige gevolg zonder behandeling.

Kort samengevat

HIV is een virus dat het afweersysteem aanvalt.

Aids ontstaat pas als HIV lange tijd niet behandeld wordt.

Met goede medicatie kan iemand met HIV vaak gezond blijven.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is HIV?

A

een stadium

B

een virus

C

een vaccin

D

een pil

Sluit aan bij slides 2-5: HIV is het virus, aids is het laatste stadium zonder behandeling.

Hoe wordt HIV vaak doorgegeven?

A

Door seksueel contact

B

Door elkaar te knuffelen

C

Door hoesten

D

Door elkaar te bellen

Sluit aan bij slides 2-5: HIV is het virus, aids is het laatste stadium zonder behandeling.

Wat is de volgorde?

A

HIV -> aids (en ziek worden)

B

HIV -> sterven

C

aids -> HIV (en ziek worden)

D

aids -> Ziek worden -> HIV

Sluit aan bij slides 2-5: HIV is het virus, aids is het laatste stadium zonder behandeling.

Vul de juiste woorden in

HIV is een virus. Het valt het afweersysteem aan. aids is het laatste stadium van onbehandelde HIV. Met goede medicatie blijven veel mensen gezond.

virus
aids
medicatie
spieren
vaccin
botten
paniek

De lege plekken herhalen de kernwoorden van het eerste blok: virus, afweersysteem, aids, medicatie.

HIV in de jaren 80

  • HIV was toen nog nieuw

  • Veel mensen wisten weinig over het virus

  • Er was veel angst

  • Er waren nog geen goede medicijnen

Leg uit dat onbekend vaak bang maakt. Mensen wisten toen minder dan nu.

Aids in de beginjaren

Aids was een nieuwe ziekte


Nieuwsuur in de klas | Schooltv


(Tot 3:30 kijken)

Deze slide heeft geen instructies

Bij denken aan seks dacht Stefan (man in begin van video) ook aan .... ?

A

genot

B

ruzie maken

C

de dood

D

plezier

Deze slide heeft geen instructies

Voeg hier je vraag toe

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Deze slide heeft geen instructies

Met wat vergeleek de reporter de eerste "aids" periode?

A

Met een vechtpartij

B

Met een oorlog

C

Met een zonnige periode

D

Met de coronaperiode

Deze slide heeft geen instructies

Waarom waren mensen bang?

Mensen waren bang omdat ze niet goed wisten hoe HIV werkte.

Veel vragen hadden nog geen antwoord.

Daardoor ontstonden paniek en geruchten.

Noem dat artsen en wetenschappers nog volop aan het zoeken waren naar informatie.

Weinig kennis, veel misverstanden

  • Sommige mensen dachten dat HIV makkelijk overdraagbaar was

  • Veel informatie klopte nog niet

  • Daardoor ontstonden foute ideeën over mensen met HIV

Hou het algemeen en veilig. De focus ligt op angst door onwetendheid, niet op medische details van overdracht.

Uitsluiting en stigma

Mensen met HIV werden soms gemeden of uitgesloten.

Dat was pijnlijk en oneerlijk.

Een ziekte mag geen reden zijn om iemand slecht te behandelen.

Verklaar indien nodig het woord stigma als: negatieve ideeën of vooroordelen over iemand.

Je ziet HIV meestal niet

  • Je kan meestal niet zien of iemand HIV heeft

  • Een leerling kan HIV hebben

  • Een dokter kan HIV hebben

  • Een voetballer of ouder kan HIV hebben

Koppel hier aan het idee dat HIV niet aan iemands uiterlijk te zien is.

Waarom was er vroeger veel angst voor HIV?

A

veel medicatie

B

weinig kennis

C

duidelijke info

D

snelle testen

De juiste keuze volgt uit slides 6-10: HIV was nieuw, mensen wisten weinig en er waren misverstanden.

Wie kan er HIV hebben?

A

Enkel mensen die al seks hebben gehad

B

Enkel mensen die meerderjarig zijn

C

Alleen mensen die drugs gebruiken

D

Iedereen kan HIV hebben

Deze slide heeft geen instructies

HIV vandaag

Vandaag bestaan er goede medicijnen.

Daardoor kunnen veel mensen met HIV een normaal leven leiden.

Ze kunnen vaak werken, leren en plannen maken voor de toekomst.

Zeg expliciet dat HIV vandaag vaak een chronische aandoening is waarmee veel mensen goed kunnen leven.

Deze slide heeft geen instructies

Kan je HIV krijgen door te knuffelen?

A

JA

B

NEE

Deze slide heeft geen instructies

Kan je HIV krijgen door heftig te kussen?

A

JA

B

NEE

Deze slide heeft geen instructies

Kan iemand met HIV dit doorgeven als die goed zijn medicatie neemt?

A

JA

B

NEE

Deze slide heeft geen instructies

Een HIV besmetting kan enkel doorgegeven worden door:

A

Bloed en speeksel

B

Bloed en sperma

C

Sperma en speeksel

D

Hoesten en sperma

Deze slide heeft geen instructies

Medicatie helpt! Maar denk jij dat het makkelijk is om te leven met HIV?

A

Nee, heel moeilijk

B

Ja, heel makkelijk

C

Bwa, niet zo moeilijk

D

Ik weet het niet.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Niet overal is de zorg gelijk

  • HIV bestaat nog steeds in de hele wereld

  • Niet iedereen krijgt snel testen of medicatie

  • In sommige landen is goede zorg moeilijk bereikbaar

Maak de stap van individueel naar wereldwijd probleem.

Je krijgt HIV door een hand te geven.

A

Waar

B

Niet waar

Deze slide heeft geen instructies

HIV kan via bloedcontact worden overgedragen.

A

Waar

B

Niet waar

Deze slide heeft geen instructies

mensen met HIV mogen werken en naar school gaan

A

Waar

B

Niet waar

Deze slide heeft geen instructies

je ziet altijd wie HIV heeft

A

Waar

B

Niet waar

Deze slide heeft geen instructies

Vooroordelen zijn gevaarlijk

  • Vooroordelen maken mensen bang of eenzaam

  • Iemand kan worden uitgesloten

  • Foute ideeën zorgen voor schaamte

  • Respect en juiste info helpen meer

Laat voelen dat vooroordelen echte gevolgen hebben in het dagelijks leven.

Wat onthouden we?

  • HIV is een virus

  • HIV en aids zijn niet hetzelfde

  • Vroeger was er veel angst door weinig kennis

  • Vandaag kunnen veel mensen goed leven met medicatie

  • HIV is nog steeds een wereldwijd probleem

Gebruik dit als afrondende samenvatting voor de eindfase van de les.

Wat klopt over HIV vandaag?

A

alleen in Afrika

B

altijd zichtbaar

C

goed te behandelen

D

niet meer echt

Grijpt terug op slides 11-16: HIV bestaat nog steeds, maar goede medicatie helpt veel mensen om normaal te leven.

Maak de samenvatting af

HIV bestaat nog steeds in de hele wereld. Veel mensen leiden een normaal leven dankzij goede medicatie. Je krijgt geen HIV door een hand te geven. Vooroordelen kunnen mensen uitsluiten.

wereld
leven
hand
uitsluiten
school
gezicht
spelen
geruchten

Laat leerlingen de kern van het laatste blok herhalen: wereldwijd, normaal leven, hand geven, uitsluiten.

Wat leerde jij vandaag bij over HIV?

Laat leerlingen één concreet nieuw inzicht noteren. Geen fout antwoord zolang het echt uit de les komt.

Wat hielp jou het best om dit te begrijpen?

Focus op het leerproces: bv. quiz, woordwolk, uitleg, herhaling. Gebruik antwoorden om volgende lessen aan te passen.

Begrippenlijst

HIV - een virus dat het afweersysteem aanvalt

aids - het laatste stadium van onbehandelde HIV

afweersysteem - de bescherming van je lichaam tegen ziekten

medicatie - medicijnen die helpen om HIV onder controle te houden

stigma - negatieve ideeën of vooroordelen over iemand

vooroordeel - een oordeel over iemand zonder goede kennis

wereldwijd - over de hele wereld

Deze slide heeft geen instructies