Historisch Overzicht vanaf 1848 en Staatsinrichting
De Eerste Wereldoorlog
Antwoorden examenopdrachten
Slide 1 - Tekstslide
Antwoord
C (imperialisme)
Slide 2 - Tekstslide
Antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat deze prent de neutraliteit van Nederland in gevaar zou kunnen brengen / het zou lijken alsof Nederland partij had gekozen tegen Duitsland/vóór Frankrijk.
Slide 3 - Tekstslide
Antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is (één van de volgende combinaties): <div>− geallieerde soldaten / oorlogsvrijwilligers, want die zouden de Duitsers in de rug kunnen aanvallen / de Geallieerden kunnen helpen; </div><div>− spionnen, want die zouden de tegenstanders/de Geallieerden informatie kunnen geven over de situatie aan het front; </div><div>− deserteurs, want die zouden zich kunnen onttrekken aan hun verplichting als soldaat (door te vluchten); </div><div>− smokkelaars, want die zouden de tegenstanders van eten en drinken kunnen voorzien.</div><div><br></div><div><i>Opmerking</i></div><div><i>Alleen als na een juiste groep een juiste, bijbehorende reden wordt gegeven, mag het tweede scorepunt worden toegekend</i>.</div>
Slide 4 - Tekstslide
Antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is: <div>De soldaat hoort bij de Centralen, want de Amerikanen worden beschreven als de vijand (1 punt)</div><div><br></div><div>Het verhaal van de soldaat gaat over 1918, omdat de Amerikanen vanaf 1917 deel gingen nemen aan de oorlog/gevechten (1 punt)</div><div><br></div><div><i>Opmerking </i></div><div><i>Alleen als na een juiste keuze een juiste toelichting volgt, mag 1 scorepunt worden toegekend.<br></i><div><br></div></div>
Slide 5 - Tekstslide
Antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is:<div> <div>De propagandaboodschap is: de Verenigde Staten/de Geallieerden komen er aan/zullen de oorlog winnen / de Duitsers moeten bang gemaakt worden / Duitsland/de Centralen wordt/worden verslagen / Europa wordt bevrijd<div><br></div><div>Dat is te herkennen aan: de grote hoeveelheid Amerikaanse soldaten (die in Frankrijk aan land komen) / het Vrijheidsbeeld / ‘De eerste miljoen’ (er zullen er dus nog meer volgen) </div></div><div><br></div><div>Beide onderdelen zijn 1 punt waard</div></div>
Slide 6 - Tekstslide
Antwoord
C (handelsbelemmeringen en neutraliteit)
Slide 7 - Tekstslide
Antwoord
Bij gebeurtenis 1 hoort periode a (= 1914-1916). <div>Bij gebeurtenis 2 hoort periode c (= 1918-1920). </div><div>Bij gebeurtenis 3 hoort periode a (= 1914-1916). </div><div>Bij gebeurtenis 4 hoort periode b (= 1916-1918). </div><div>Bij gebeurtenis 5 hoort periode a (= 1914-1916).</div><div></div><div><br></div><div>
<i>indien vijf antwoorden juist 2 </i></div><div><i>indien vier of drie antwoorden juist 1 </i></div><div><i>indien minder dan drie antwoorden juist 0</i></div>