Toets: Christendom door de tijd

Toets Periode 2
Toets: Christendom door de tijd
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstLevensbeschouwingtoetsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Toets Periode 2
Toets: Christendom door de tijd

Slide 1 - Tekstslide


Uit welk land kwam Paulus?
A
Turkije
B
Nederland
C
Israël
D
Syrië

Slide 2 - Quizvraag


Wat was de laatste stad die Paulus bezocht?
A
Jeruzalem
B
Damascus
C
Rome
D
Bethlehem

Slide 3 - Quizvraag


Hoe is Paulus gestorven?
A
Hij is in zijn slaap gestorven
B
Hij is voor de leeuwen gegooid
C
Hij is gekruisigd
D
Waarschijnlijk door onthoofding

Slide 4 - Quizvraag


In welk Bijbelboek wordt er over Paulus verteld?
A
Mattheüs
B
Marcus
C
Jakobus
D
Handelingen

Slide 5 - Quizvraag


Door wie wordt Paulus bezocht in Damascus?
A
Ananias
B
Saffira
C
Petrus
D
Jakobus

Slide 6 - Quizvraag


Wat is de Hebreeuwse naam van Paulus?
A
Silas
B
Saulus
C
Petrus
D
Pinehas

Slide 7 - Quizvraag


Welke uitspraak is onjuist voor Constantijn de Grote? 
A
Romeinse keizer die zich bekeerde tot christendom
B
In 325 kerkvergadering (concilie) dat Jezus gelijk is aan God
C
Eenheid van geloof herstelde de eenheid in Romeinse Rijk
D
Door een Mariaverschijning bekeerde hij zich

Slide 8 - Quizvraag



Lees onderstaande vijf zinnen over de opkomst van het christendom in het Romeinse Rijk.
Welke zin of welke zinnen zijn juist?
1. Overwonnen volkeren namen goden van de Romeinen over.
2. Romeinen mochten geen goden van andere volkeren overnemen.
3. Overwonnen volkeren moesten de Romeinse staatsgoden en de keizer vereren.
4. Overwonnen volkeren mochten hun eigen goden vereren.
5. In het Romeinse rijk was geen godsdienstige verdraagzaamheid (tolerantie).


A
Zin 1, 3 en 4
B
Alleen zin 1
C
Zin 1, 2 en 5
D
Zin 1 en 4.

Slide 9 - Quizvraag


Wie tolereerde het christendom binnen het Romeinse Rijk voor het eerst?
A
Keizer Caesar in 313
B
Keizer Constantijn in 313
C
Keizer Nero in 313
D
Keizer Augustus in 313

Slide 10 - Quizvraag


Welke groep koos niet voor het christendom in het Romeinse Rijk?
A
Immigranten
B
Senatoren
C
Slaven
D
Vrouwen

Slide 11 - Quizvraag


Welke gebeurtenis is het minst lang geleden?
A
Het christendom is staatsgodsdienst
B
Het is verboden om christen te zijn. Iedereen die christen is, kan zwaar gestraft worden
C
De Romeinse keizer Constantijn wordt christen. Het christendom is niet meer verboden
D
Ondanks het gevaar worden steeds meer mensen christen

Slide 12 - Quizvraag


Wat is "de reformatie"?
A
Het hervormen van de Rooms Katholiek kerk tot een kerk die werkt en leeft volgens de regels en ideeën van Jezus christus en de Bijbel
B
Het refreshen / verversen van de christelijke tradities en regels van de katholiek kerk, naar de ideeen van de Renaissance
C
Het vernieuwen van de regels en ideeën van de christelijke/katholieke kerk, zodat die in de nieuwe tijd meekan
D
Het verbeteren van de bestaande regels en ideeën van de Katholieke kerk, zodat die in de nieuwe wereld een functie hebben

Slide 13 - Quizvraag



Wat was de hoofdoorzaak van de reformatie? 
A
De misstanden in de katholieke kerk
B
Het humanisme
C
De renaissance
D
De leer van Calvijn

Slide 14 - Quizvraag


1. Een belangrijke figuur tijdens de reformatie was Maarten Luther
2. De reformatie betekende het begin van de Rooms Katholieke kerk
A
Beide stellingen zijn juist
B
Alleen stelling 1 is juist
C
Alleen stelling 2 is juist
D
Beide stellingen zijn onjuist

Slide 15 - Quizvraag


Hoe noemen we iemand die zich baseert op de denkbeelden van de Reformatie?
A
Protestant
B
Katholiek
C
Humanist
D
Ketter

Slide 16 - Quizvraag


Wie is de baas van de Katholieke kerk?

A
De dominee
B
De christenen
C
De Paus
D
De voorganger

Slide 17 - Quizvraag


Protestantse kerk of Katholieke kerk?
Sobere handelingen

A
Protestantse kerk
B
Katholieke kerk

Slide 18 - Quizvraag


Protestantse kerk of Katholieke kerk?
Verering van relieken

A
Protestantse kerk
B
Katholieke kerk

Slide 19 - Quizvraag



Protestantse kerk of Katholieke kerk?
Verering van heiligen

A
Protestantse kerk
B
Katholieke kerk

Slide 20 - Quizvraag

Katholiek
Protestant
De kerkdienst is in het Latijn
Verering van Relikwieën 
hiërarchische indeling
De kerkdienst is in de eigen taal
Er staan geen beelden in de kerk

Slide 21 - Sleepvraag

Katholiek
Protestant
Verering van heiligen
De kerk is rijk
Magische handelingen
De Bijbel is in de eigen taal
De kerk is niet rijk

Slide 22 - Sleepvraag

Wat past bij Maarten Luther en wat bij de paus?

Luther

Paus
Wartburg
Vaticaan
Bijbelvertaling
95 stellingen
Rijkdom

Slide 23 - Sleepvraag

Welk citaat hoort bij welke persoon?

Tetzel

Luther

Calvijn

Erasmus
Men moet de christenen leren, dat wie aan een arme geeft of aan een behoeftige leent, beter doet dan wie een aflaat koopt.
Gods besluit tot de schepping van mens en aarde en het onderhoud van die schepping; de bestemming van ieder mens.
Als het geld in het kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt.
Ik zal de Kerk verdragen, totdat ik een andere, betere vind.

Slide 24 - Sleepvraag