10-12-21

Hebben jullie gedacht aan Paarse Vrijdag?
Ja
Nee
Paarse Vrijdag?
1 / 28
volgende
Slide 1: Poll
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hebben jullie gedacht aan Paarse Vrijdag?
Ja
Nee
Paarse Vrijdag?

Slide 1 - Poll

11.1 Milieugevolgen van brandstoffen

Slide 2 - Tekstslide

Wat leren we vandaag?
  • Waarom zijn biobrandstoffen CO2-neutraal
  • Voor- en nadelen van waterstof als brandstof
  • Wat doet een autokatalysator
  • Ontstaan en gevolgen zure depositie
  • Onstaan en gevolgen smog

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Waarom stoppen met fossiele brandstof?

Voorraad is eindig

CO2 versterkt broeikaseffect
(temperatuurstijging aarde)

Slide 5 - Tekstslide

BIOBRANDSTOFFEN
Fotosynthese: Opname CO2
Verbranding biobrandstof: CO
komt vrij.

CO2-neutraal: netto is er 
evenveel CO2 in de lucht

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Waterstof als brandstof
Reactie: 2 H2 (g) + O2 (g) -> 2 H2O (l)
  
Voordeel waterstof: geen uitstoot CO2
Nadelen waterstof: brandbaar en explosief gas, opslag waterstof is lastig, 

Slide 8 - Tekstslide

Waterstof als brandstof

Reactie: 
2 H2 (g) + O2 (g) -> 2 H2O (l)

Voordeel waterstof: 
geen uitstoot CO2

Nadelen waterstof: 
  • brandbaar en explosief gas
  • opslag waterstof is lastig
  • Maken van H2 soms met fossiele brandstoffen


Slide 9 - Tekstslide

Werking autokatalysator
Producten onvolledige verbranding van brandstof:

CO2 en H20                                Stikstofoxiden NOx

CO en roet C (s)                        Onverbrande koolwaterstoffen CxHy

Allemaal milieuonvriendelijk!

Slide 10 - Tekstslide

Werking autokatalysator
Autokatalysator zet stoffen om:

C (s) en CO (g)  --> CO2 (g)
                     NOx  --> N2 (g)
                   CxHy  --> CO2 (g) en H2O (l)

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Zure depositie
Stikstofoxiden reageren tot salpeterzuur, HNO3
N2 --> NOx --> HNO3

Zwaveloxiden --> H2SO4

Gevolgen: verzuring bodem, verstoring ecosysteem


Slide 13 - Tekstslide

SMoke + FOG = SMOG
Bestandsdelen

rook                            SO2
roet                             NOx
CO (g)                         fijnstof
                    mist

Slide 14 - Tekstslide

Fijnstof

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Bij de verbranding van biobrandstof komt ook koolstofdioxide vrij. Biobrandstoffen worden gevormd uit planten die daarvoor koolstofdioxide uit de lucht hebben vastgelegd. Dragen biobrandstoffen hierdoor bij aan de opwarming van de aarde.
A
ja
B
nee

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het voordeel van biobrandstoffen?
A
tijdens het groeien nemen planten CO2 op uit de lucht
B
er komt geen CO2 vrij bij het verbranden
C
het is goedkoper dan fossiele brandstof
D
het is scheikunde geen biologie

Slide 18 - Quizvraag

Maak de volgende opdrachten:
2, 3, 5, 6, 7, 9, 10

Voor vraag 2: gebruik SD tabel 8.7a (blz. 110)

Slide 19 - Tekstslide

Mood ?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 20 - Poll

Welke brandstof hieronder is GEEN fossiele brandstof
A
hout
B
steenkool
C
aardgas
D
dit zijn allen fossiele brandstoffen

Slide 21 - Quizvraag

Wat is er nodig voor een verbrandingsreactie?
A
Brandstof en zuurstof
B
Brandstof en koolstof
C
Brandstof en water
D
Brandstof en koolstofdioxide

Slide 22 - Quizvraag

Welke uitspraak is juist?
1. Waterstof is als brandstof altijd milieuvriendelijk.
2. Bij de verbranding van waterstof is er geen uitstoot van koolstofdioxide.
A
beide zijn juist
B
alleen 1 is juist
C
beide zijn onjuist
D
alleen 2 is juist

Slide 23 - Quizvraag

Welke van de volgende stoffen ontstaan in ieder geval bij de volledige verbranding van zwavelhoudende aardolie?
Sleep de juiste stoffen naar het plaatje.

koolstofdioxide
waterdamp
zwaveloxiden
koolstofmonoxide
roet

Slide 24 - Sleepvraag

Ik ben gekomen tot vraag
2
3
5
6
7
9
10

Slide 25 - Poll

Ik heb mijn best gedaan deze les
0100

Slide 26 - Poll

Ik vond de gekozen lesvorm (LessonUp) goed gekozen.
Ja
Nee

Slide 27 - Poll

Lever hier verdere commentaar (anoniem of met naam) :

Slide 28 - Open vraag