Minor A1 Unidad 5_parte III_lesweek 3_les 3

Buenos días
¿Cuál es la fecha?
Hoy es ______, el __ de _________

¡ánimo!

1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Buenos días
¿Cuál es la fecha?
Hoy es ______, el __ de _________

¡ánimo!

Slide 1 - Tekstslide

TT 3-4





eerder klaar? leer/herhaal de voca modulo 3


timer
15:00

Slide 2 - Tekstslide

Sevilla
preparación & consejos
  • folleto / contratos -> alles staat daar uitgelegd
  • grupos
  • voorbeeldprogramma
Ben je er al eerder? Vermijd dan het centrum een beetje want daar kom je nog heel veel... huur een kano, fietsen huren 
voor buiten centrum (bijvoorbeeld naar Isla Mágica, Isla de la Cartuja, Torre Sevilla) stadions bezoeken, wijk La Macarena, winkelcentrum Nervion


Slide 3 - Tekstslide

pedir tapas / el verbo gustar
¿preguntas sobre los deberes? 

Ejercicio 20 WB p. 49

grupos de 3 comunicación: 
en el restaurante. Nr. 7 TB p.47

Slide 4 - Tekstslide

vamos a ver un video
kijk- en luistervaardigheid



Slide 5 - Tekstslide

Unidad 5 TB 12 t/m Panamericana
Herhaling parte II (6 t/m 9)


HOY
- SE + 3e persoon
- Kloktijden




Unidad 5-parte III

Slide 6 - Tekstslide

Geef antwoord op deze vraag
"¿Cuánto es ?
A
un kilo de tomates
B
Son dos euros
C
Es dos euros

Slide 7 - Quizvraag

Geef antwoord op deze vraag
"¿Algo más?
A
Aquí tiene
B
Son dos euros
C
Si, un mango, por favor
D
Si

Slide 8 - Quizvraag

Geef antwoord op deze vraag
"¿Qué lleva?
A
mayonesa y ketchup
B
son gambas
C
Para mí un café, por favor

Slide 9 - Quizvraag

Geef antwoord op deze vraag
"¿Y qué tal?
A
Enseguida
B
¡deliciosas!
C
No, no, qué va

Slide 10 - Quizvraag

¿Quién compra las naranjas?
A
Yo las compro
B
Los compro yo
C
Yo los compro

Slide 11 - Quizvraag

¿Quiere probar el pollo, señor López?
A
Si, quiero lo probar
B
Si, querer lo probrar
C
Si, lo quiero probar

Slide 12 - Quizvraag

Nr. 11 TB

Slide 13 - Tekstslide

noteer een zo volledig mogelijke zin bij oef. 11 TB
gebruik gustar/lijdend vw en frecuentie
noteer je zin hier

Slide 14 - Open vraag

el almuerzo

Slide 15 - Tekstslide

Maaltijd 

En el desayuno ... 
En el almuerzo ... 
En la merienda ... 
En la cena ... 
Dagdeel

Por la mañana ... 
A mediodía ... 
Por la tarde ... 
Por la noche ... 
Maak vier zinnen. 

Slide 16 - Tekstslide

Werkwoorden met onregelmatige vormen (TB pag. 122-135)

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

klinkerwissels
¿preguntas?

1,2,3,4: haz el 'worksheet'

después hacemos juntos el ejercicio 20 WB
Ojo, no es nada fácil

Slide 20 - Tekstslide

nieuwe stof
Unidad 5, nr. 12 t/m 14 p. 49-51


Slide 21 - Tekstslide

Los bares en España (Nr. 12a p. 49)
Lees de tekst, omcirkel de meest logische optie qua tijd
1. a las 6:30/ a las 8
2. Tostadas/bocadillos
3. entre la 1 y las 2/entre las 2 y 2:30
4. un menú barato/solo un bocadillo
5. todo el día/ por la tarde
6. a partir de las 8:30/entre las 8 y las 10.
7. estudiantes/turistas
8. ver la tele/sentarse en la mesa de otras personas
¿Qué significa?
En un bar se toma café.
También se comen tapas.
men drinkt / er wordt gedronken

eet men tapas / worden tapas gegeten
31_controle 12a

Slide 22 - Tekstslide

Se impersonal - lijdende vorm
De lijdende vorm, in het Spaans se impersonal
wordt gevormd door ''se + persoonsvorm', in de 3e persoon enkelvoud                                     of                       meervoud
En España se habla castellano.
In Spanje spreekt men Spaans / wordt Spaans gesproken 
En España se comen tapas.
In Spanje eet men tapas / worden tapas gegeten.

Slide 23 - Tekstslide

Se impersonal - lijdende vorm
Als de persoonsvorm naar een zelfstandig naamwoord
verwijst, dan bepaalt dat zn of het werkwoord in enkelvoud of meervoud staat
En España se comen tapas.
In Spanje worden (er) tapas gegeten
Vaak zeggen we ook: men eet tapas.

Slide 24 - Tekstslide

unas costumbres de países hispanohablantes
la costumbre  =  de gewoonte
vertaal:
En México se celebra el día de los Muertos
En Bolivia no se habla del trabajo durante la comida
En España se come tarde
En España se comen 12 uvas en Nochevieja


Slide 25 - Tekstslide

unas costumbres de Holanda
El fin de año se comen “oliebollen”. 

En el día del Rey se venden cosas viejas en la calle. 

En las fiestas de cumpleaños se come tarta.


Slide 26 - Tekstslide

unas costumbres de Holanda
terug naar opdracht 12b
Maak nu 2 complete zinnen over gewoontes in Nederland 
(en los bares de Holanda)

Ga naar pagina 51: tekst Panamericana
Lees de eerste twee alinea's en markeer de 'se impersonal' die je tegenkomt.
Lees nu ook het stukje "otra bebida..vitaminas" en markeer hier ook de "se impersonal" -> waarom meervoud?




Slide 27 - Tekstslide

vertaal naar NL: "Se preparan los zumos con frutas exóticas"

Slide 28 - Open vraag

Slide 29 - Link

decir la hora
¿Qué hora es?
Hoe laat is het?


(tot min. 2.50)

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Link

decir la hora

Slide 32 - Tekstslide

decir la hora
Son las...

pero: 
Es la una (1)

Slide 33 - Tekstslide

¿Qué horas es?

¿Tiene(s) hora?

Slide 34 - Tekstslide

32
33
34
35
36
37
por la mañana
al mediodía
por la noche

Slide 35 - Tekstslide

la hora
pedir / decir la hora 
vragen / zeggen hoe laat het is
Verschil:
¿Qué hora es?
¿A qué hora.... ? = Om hoe laat....?

Slide 36 - Tekstslide

a las siete y media
a las ocho menos veinte
a las ocho y cuarto
a las once menos diez
a las doce menos cuarto
timer
5:00
(Om) hoe laat....?


Slide 37 - Tekstslide

preposiciones - voorzetsels tbv Nr. 25 WB
zie ook p.129 TB
a = naar
bijvoorbeeld 'ir a' (gaan naar) maar ook bij kloktijden (om)
de = van 
na de kloktijden i.c.m. dagdeel
en = in, op, bij
bij vaak bij 'estar en'
por (bij dagdelen, por la mañana)
para = om te (vaak gevolgd door infinitief)

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Link

¡A practicar jugando! en grupos 
- Zoek een digitale dobbelsteen
- Begin bij de start: Salida (zie volgende dia)
- Gooi de dobbelsteen: Als je een plaatje krijgt, moet je een zin maken: Vervoeg het werkwoord en geef aan hoe laat je die activiteit doet.
Onbekende werkwoorden:
4. Ik sta op: Me levanto                46. Ik ga naar bed: Voy a la cama
10. Ik kleed me aan: Me visto     14. Ik douch me : Me ducho
  11. Ik slaap: duermo   
p.d: De poppetjes in de volgende dia zijn verplaatsbaar
timer
10:00

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Hoe vertaal je de volgende zin?

In Nederland ontbijt men om 8 uur 's ochtends.

Slide 43 - Open vraag

Hoe vertaal je de volgende zin?

In Nederland eet men broodjes tussen de middag.

Slide 44 - Open vraag

Hoe vertaal je de volgende zin?

In Nederland luncht men een salade om 13 uur.

Slide 45 - Open vraag

Hoe vertaal je de volgende zin?
gebruik het werkwoord cenar
In Nederland eet men (avondeten) om 18.30 uur.

Slide 46 - Open vraag

¡A practicar!
¿A qué hora?
  • oef 24 en 26 WB (luva)
  • 25 WB
en verder
  • 14 a+b TB p. 50
  • Vul alles van Reglas y Sistemas U.5 in
  • voca oefenen module 3

oef. 24 wb
oef. 26 wb

Slide 47 - Tekstslide

Deberes/huiswerk
- Reglas y Sistemas unidad 5 
- Alle oefeningen WB unidad 5 afmaken
herinnering:

Voca 3 leren


Slide 48 - Tekstslide