Clase 25 P4 3HV

¡Bienvenidos a tu clase de español!
25
Hoy es lunes
de junio de 2023
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

¡Bienvenidos a tu clase de español!
25
Hoy es lunes
de junio de 2023

Slide 1 - Tekstslide

Prepárate para la clase
Maak je klaar voor de les...
timer
1:00
¡Importante!
  • Tu portátil aún está cerrado 
Je laptop is nog dicht.
  • Tu móvil está apagado en y tu bolsa o mochila, la cual está al suelo
Je mobiel is uit en in je tas en die staat op de grond.
  • Tienes tu cuaderno, portátil y bolígrafo
Schrift, laptop en pen heb je bij je.
  • ¡Haz caso y guarda el silencio!
 Let op! Oren open en wees stil!


Slide 2 - Tekstslide

Los objetivos de esta clase

1. Jullie gaan in deze oefenen met het schrijven van Spaanse zinnen. Dit doe je met behulp van de kennis die je in  de afgelopen periodes hebt geleerd


De doelen voor deze les

Slide 3 - Tekstslide

El programa de hoy

1) Overzicht tot aan de toetsweek

2) Tarea de escritura ¿ Qué has hecho en las vacaciones?
2)
3) Voca overhoren met Quizlet


Hoy es lunes, 
el 16 de mayo 2022

Slide 4 - Tekstslide

Planificación hasta el final del periodo 4
Week 16 mei -herhalen lezen + schrijfopdrachten
Week 23 mei- voorbereiding SO
Week 30 mei - Proyecto 'A cocinar' 
Week 6 juni  - SO Zinnen schrijven
Week 13 juni - Proyecto 'Karakter en Uiterlijk' 
Week 20 juni - voorbereiding PW
Week 27 juni - PW leesvaardigheid in toetsweek 

Slide 5 - Tekstslide

SO Escritura ( schrijfvaardigheid)
¿Qué tienes que saber?     Wat moet je kunnen?

  • Werkwoorden ( regelmatig/ onregelmatig en wederkerende) op de juiste manier vervoegd .
  • Voltooid deelwoord: Presente perfecto ( he hecho, has comido etc.)
  • Toekomende tijd: Futuro próximo ( Ir+ A + heel werkwoord)
  • Gerundio ( ik ben iets op dit moment aan het doen....  vervoeging estar en  werkwoord (iendo/ando)
  • Indefinido ( verleden tijd: signaalwoorden , ayer, en 2003, hace dos años etc
  • Een ontkenning ( niet, geen, niets, nooit niemand). Op welke plek in de zin staat dit woord?
  • Bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats ( denk aan m/v!)
  • Accenten!!!
  • Juist gebruik van meervoud bij bezittelijk voornaamwoord én bij Bijvoegelijk naamwoord 

 Zinnen SO (Niet in Remindo , maar op papier)

Slide 6 - Tekstslide

SO Escritura ( schrijfvaardigheid)
REGELS: Waar moet je op letten als je Spaanse zinnen schrijft?  ¡OJO!: Alle regels gelden per zin!
  • Je zin moet helemaal in de juiste tijd staan: presente , presente perfecto, toekomende of verleden tijd.
  • Gebruikt nooit TENER om het voltoid deelwoord te vertalen; tengo hablado X  >> he hablado.
  • Beschouw een bijzin als een nieuwe zin: 1.Vanmiddag eet ik een lekkere salade,  2. omdat ik honger heb.
  • Staan alle werkwoorden bij elkaar?
  • Er hoeft altijd maar 1 werkwoord per zin vervoegd ,  >>> voy a comer
  • Staat je belangrijkste werkwoord in de juiste tijd?
  • Staat het werkwoord in de juiste persoonsvorm?
  • Als het een ontkennende zin is, waar staat de ontkenning dan in de zin?
  • Waar staat het bijvoegelijk naamwoord in de zin?
  • Staat de tijdsaanduiding voor of achteraan in de zin? >>> hoy, esta tarde
  • Staat de plaatsbepaling voor  of achteraan de zin? >>>>Aquí, en Uithoorn, al supermercado
  • Accenten!! ( m.n. bij de vraagwoorden) dónde, cuándo etc.
  • Zijn bijvoeglijk naamwoord/ bezittelijk voornaamwoord aangepast op zelfstandig nw en meervoud?

 Zinnen SO (Niet in Remindo , maar op papier)

Slide 7 - Tekstslide

schrijf een korte Spaanse zin op in de tegenwoordige tijd
schrijf dezelfde zin in de presente perfecto.
( schrijf je eigen zin, niet die van je buur)

Slide 8 - Woordweb

Escribe 3 frases sobre tus vacaciones;
¿Qué hiciste?

Slide 9 - Open vraag

Escribe estas frases holandesas en español
(20m + bespreken)
  1. Nu ben ik bezig om mijn boek voor Engels te lezen. (g)
  2. Ik hou niet van natuurkunde. Mijn lievelingsvak is geschiedenis.(p)
  3. Ik stond om 7 uur op en ik heb 8 uur geslapen.(i) (pp)
  4. Hij bakte de aardappelen met olijfolie , knoflook en zout .(i)
  5. Ik woon in Uithoorn. Dat is een groot dorp in Nederland dichtbij Schiphol.(p)
  6. Vanochtend heb ik geen rode rok gekocht. Ik heb een gele rok gekocht. Vind je die kleur leuk? (pp) (p)
  7. Ik ben met m’n zus naar de supermarkt aan het lopen.(g)
  8. Zaterdag ging ik naar voetbal met m’n vriendinnen. (i)
  9. Mijn dochter heeft  bruin krullend haar en ze draagt een zwarte bril.(p)
  10. Vandaag ga ik met mijn vriendin i n “De Westeinderplassen” zwemmen .(f)

Slide 10 - Tekstslide

Escribe estas frases holandesas en español
(20m + bespreken)
  1. Ahora estoy leyendo mi libro para inglés.
  2. No me gusta la física. Mi asignatura preferida es la historia
  3. Me levanté a las siete y he dormido ocho horas
  4. Él frie las patatas con aceite de oliva , ajo y sal
  5. Vivo en Uithoorn. Es un pueblo grande cerca de Schiphol.
  6. Esta mañana no he comprado una falda roja. He comprado una falda amarilla. ¿Te gusta ese color?
  7. Estoy andando al supermercado con mi hermana.
  8. El  sábado fui al fútbol con mis amigas.
  9. Mi hija tiene el pelo rizado castaño y lleva gafas negras.
  10. Hoy voy a nadar con mi novia en el lago “De Westeinderplassen” .

las soluciones

Slide 11 - Tekstslide

APRENDE (LEER):  
VOCA 3.1 t/m 3.2 ( NL> ESP)
+ roze werkwoordenblad 25t/m 50  ( ESP>NL)

Los deberes para la próxima clase
(het huiswerk voor de volgende les...)
¡Mucha suerte!; veel succes!

Slide 12 - Tekstslide

y... ¿Qué has aprendido hoy?
¿Hay preguntas? (zijn er vragen?)

Slide 13 - Tekstslide