Les 5 - Welzijn kind en jongeren - mens & activiteit

Startopdracht:

Maak de startopdracht.


Les 5 - Welzijn kind en jongeren - mens & activiteit


Planning:

  • Wat gaan we vandaag doen?

  • Theorie uitleg

  • Aan de slag (activiteiten bedenken & baby verzorging)

  • Filmpje kijken

1 / 16
volgende
Slide 1: Slide
newEditorZorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Startopdracht:

Maak de startopdracht.


Les 5 - Welzijn kind en jongeren - mens & activiteit


Planning:

  • Wat gaan we vandaag doen?

  • Theorie uitleg

  • Aan de slag (activiteiten bedenken & baby verzorging)

  • Filmpje kijken

Doel van vandaag:

  • Aan het einde van de les ken je de verschillende ontwikkelingsfase en ontwikkelingsgebieden.


  • Aan het einde van de les kan je een activiteit kiezen voor een geschikte doelgroep


  • Aan het einde van de les kan je een baby verschonen.

Zorg & welzijn (LJ 3&4)


Basis/kader 11/9 uur

  • Mens & zorg

  • Mens & activiteit 

  • Mens & gezondheid

  • Mens & omgeving


  • 3 keuzedelen

Mavo 4 uur

  • Mens & zorg

  • Mens & activiteit




  • 2 keuzedelen

Zorg & welzijn (LJ 3&4)


Basis/kader 11/9 uur

  • 4 profieldelen

Mavo 4 uur

  • 2 profieldelen




  • Zorgtechnologie

  • Assisteren in de gezondheidszorg

Uiterlijke verzorging:

  • Kennismaken met UV

  • Huidverzorging

  • Haarverzorging

Zorg+

  • Welzijn kind & jongeren

  • EHBO

  • Assisteren in de gezondheidszorg

En:

  • Ondersteunen bij Sport- en Bewegingsactiviteiten (OSBA)?


  • Zorgtechnologie?

Binnen de zorg & welzijn bestaan diverse beroepen waarbinnen je activiteiten organiseert. Bijvoorbeeld voor kinderen in de kinderopvang. Bij het profieldeel mens & activiteit maak je kennis met verschillende soorten activiteiten en leer je organisaties kennen waar activiteiten georganiseerd worden.


Binnen het keuzevak welzijn kind en jongeren staat de doelgroep kinderen en jongeren centraal. Je leert in dat keuzedeel een passende activiteit voor deze doelgroep te ontwikkelen en uit te voeren. Daarnaast leer je hoe je kinderen en jongeren kunt stimuleren om zelf dingen te doen en begeleid je deze doelgroep bij dagelijkse activiteiten.


Ontwikkelingsfasen:


Ontwikkelingsgebieden:

  1. Lichamelijke ontwikkeling: de ontwikkeling van het lichaam.


  1. Geestelijke ontwikkeling: ontwikkeling van denken, waarnemen en geheugen en de spraak en taal. 


  1. Sociaal-emotionele ontwikkeling: ontwikkeling over omgang met anderen en de ontwikkeling van emoties en gevoelens.

Baby (0-2 jaar)

Lichamelijke ontwikkeling 

In de eerste twee jaar groei je heel snel. 

Iedere baby ontwikkelt zich anders. 

De meeste baby’s kunnen ongeveer bij 5 maanden zich omrollen, bij zeven maanden zitten en na vijftien maanden kan een dreumes staan en lopen. 


Geestelijke ontwikkeling 

Belangrijk om veel te praten en te herhalen.

Hierdoor leert hij te communiceren en door veel te herhalen leert de baby om te functioneren in beweging. 


Sociale-Emotionele ontwikkeling 

Hechting is belangrijk, is de positieve emotionele band die zich ontwikkelt tussen een kind en een of meer belangrijke personen.

Baby (0-2 jaar)


Baby (0-2 jaar)


Peuter (2-4 jaar)

Lichamelijke ontwikkeling 

Erg beweeglijk, gaat veel op ontdekking uit en wordt zindelijk.

Belangrijk is dat je de peuter goed in de gaten houdt om ongelukken te voorkomen. 


Geestelijke ontwikkeling 

Taalontwikkeling gaat met sprongen vooruit.

En krijgt meer besef van tijd. 


Sociaal-Emotionele ontwikkeling 

‘Peuterpuberteit’.

Leert zelfstandiger en onafhankelijker worden.

Peuters spelen nog niet echt samen. Ze zien zichzelf nog als het middelpunt van de wereld.

Kleuter (4-6 jaar)

Lichamelijke ontwikkeling 

Grove motoriek is goed ontwikkeld. Fijne motoriek maakt groter sprongen. 


Cognitieve ontwikkeling 

Kan steeds langere zinnen maken en aantal woorden neemt toe.

Een kleuter is nieuwsgierig, wil graag alles weten en begint met fantaseren.  


Sociale-Emotionele ontwikkeling 

Samenspelen en relaties met andere kinderen worden belangrijker.

Fantasie en werkelijkheid lopen nog door elkaar.

Schoolkind (4-6 jaar)

Lichamelijke ontwikkeling 

Gaat langzamer. Kinderen verschillen veel in lengte en gewicht. Grove motoriek; de spiercoördinatie verbetert.

De fijne motoriek verbetert zich ook. 

 

Cognitieve ontwikkeling 

Een schoolkind leert lezen, schrijven en rekenen.

Ze leren informatie te verwerken.

En kan verschil maken tussen werkelijkheid en fantasie. 


Sociale-Emotionele ontwikkeling 

Kan zich beter inleven in de ander en leert daardoor anderen beter kennen, omgaan met afspraken en regels.

De eigenwaarde maakt een ontwikkeling door.

Tiener (12-17 jaar)

Wordt ook wel de puberteit genoemd. 

Lichamelijke ontwikkeling

Komen in een groeispurt en moeten wennen aan hun nieuwe lichaam.

Jongeren worden geslachtsrijp: dit betekent dat je jezelf kunt voortplanten. 


Cognitieve ontwikkeling 

Wil graag zelfstandig zijn en op een gelijke manier worden behandeld.
Abstract denken: je kunt nadenken over zaken die niet waarneembaar zijn. 

Redeneren: je kunt problemen/oplossingen naast elkaar zetten en verbanden noemen. 


Sociale-Emotionele ontwikkeling 

Hormonale ontwikkeling zorgt voor instabiliteit. Stemmingswisselingen volgen elkaar snel op.

Aan de slag:

Je werkt aan de opdracht. In losse groepjes werk je aan de onderstaande praktijk:

  • Bedenk een activiteit voor kinderen of jongeren en maak een poster.


Praktijk:

  • Luier verschonen.

  • Baby in bad doen.