Marketing les 10

Wat betekent marktonderzoek?
A
Bepalen welk communicatie model het beste gebruikt kan worden (o.a. AIDA, ROGERS, DAGMAR en STARCH)
B
Zoeken naar de laagste prijs van de producten die een bedrijf aanbiedt zodat je marketingproblemen kunt vaststellen en oplossen.
C
Systematisch en objectief zoeken naar en het analyseren van gegevens die van belang zijn voor het vaststellen en oplossen van marketingproblemen
D
De juist marketing instrumenten selecteren zoals o.a. E-mail Marketing, Sponsoring, Zoekmachine Marketing en Beurzen.
1 / 16
volgende
Slide 1: Quizvraag
Marketing & CommunicatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Wat betekent marktonderzoek?
A
Bepalen welk communicatie model het beste gebruikt kan worden (o.a. AIDA, ROGERS, DAGMAR en STARCH)
B
Zoeken naar de laagste prijs van de producten die een bedrijf aanbiedt zodat je marketingproblemen kunt vaststellen en oplossen.
C
Systematisch en objectief zoeken naar en het analyseren van gegevens die van belang zijn voor het vaststellen en oplossen van marketingproblemen
D
De juist marketing instrumenten selecteren zoals o.a. E-mail Marketing, Sponsoring, Zoekmachine Marketing en Beurzen.

Slide 1 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit zijn de 5 stappen van een marktonderzoekproces.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom ga je eerst secundaire gegevens verzamelen d.m.v. deskresearch en hierna pas primaire gegevens d.m.v. fieldresearch?
A
Omdat de informatie die je online vindt weinig tijd kost.
B
Omdat er mogelijk al gegevens zijn die al eerder intern of extern zijn verzameld door jouw organisatie of een andere organisatie.
C
Deze volgorde klopt niet. Je dient alleen met deskresearch te beginnen wanneer je nog niet alle antwoorden hebt gekregen via fieldresearch.
D
Geen van de antwoorden zijn juist.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist als het gaat over het verzamelen van primare gegevens voor je onderzoek?
A
Dit is het verzamelen van gegevens zoals jaarverslagen, CBS Statistieken, branche rapporten en eerdere onderzoeken zoals klanttevredenheidsonderzoek
B
Dit is het verzamelen van gegevens voordat je pas de probleemstelling (van stap 1) goed kan bepalen.
C
Dit is het verzamelen van gegevens die voor verschillende onderzoeken (universeel) te gebruiken zijn. Bijvoorbeeld door observatie, interview, enquête of experiment uit te voeren.
D
Dit is het verzamelen van gegevens die specifiek bedoeld zijn voor een bepaald onderzoek. Bijvoorbeeld door observatie, interview, enquête of experiment uit te voeren.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Over de winkelroute van Ikea is goed nagedacht.
Ikea onderzoekt welke route de klanten nemen, hoe lang ze verblijven in de winkel, en of de acties de aandacht trekken. Hoe noemen we dit soort onderzoek?
A
Experiment
B
Observatie en registratie
C
Ondervraging
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de grootste verschillen tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek?
A
Kwalitatief is kleinschalig onderzoek en kwantiatief is grootschalig onderzoek.
B
Zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek zijn kleinschalig.
C
Kwalitatief onderzoek doe je m.b.v. een enquete of grootschalig experiment en kwantitatief onderzoek o.a. door interviews
D
Geen van de antwoorden is juist

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn 3 methodes die je kunt gebruiken om field research te doen. Welke zijn dit?
A
1. Observatie en registratie 2. Ondervraging 3. Experiment
B
1. Observatie en registratie 2. Ondervraging 3. Desk research
C
Zowel antwoord A en B zijn juist
D
Alle antwoorden zijn onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Rapport CBS (Centraal Buro voor de Statistiek).
Als je gebruik maakt voor je onderzoek van externe gegevens zoals dit CBS rapport, wat is dan juist?
A
Dit is Desk Research waarbij je secundaire gegevens verzameld.
B
Dit is zowel Desk als Field Research waarbij je secundaire gegevens verzameld.
C
Dit is Field Research, waar je secundaire gegevens verzameld
D
Geen van de antwoorden zijn juist.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Google Analytics is een tool waarmee je de statistieken van je website kunt bekijken zoals o.a. hoeveel bezoekers je hebt en via welke website ze bij jou terecht zijn gekomen. Hoe noem je deze methode van onderzoek?
A
Desk research
B
Experiment
C
Field research
D
Ondervraging

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij een kwantitatief onderzoek maak je gebruik van een steekproef. Waarop hoef je niet te letten bij het uitvoeren van een steekproef?

A
Dat deze een goede afspiegeling is van de populatie.
B
Dat de steekproef alleen mannen of vrouwen zijn, immers kies je maar voor een selecte groep mensen.
C
Dat de steekproef voldoende groot moet zijn vanwege eventuele uitval bij de respondenten.
D
Dat het een selectie is omdat grootschalig onderzoek teveel tijd kost.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'de populatie' wanneer je een steekproef bij je kwantitatief onderzoek doet?
A
Dit is de onderzoekgroep, bijv. de marketingdoelgroep.
B
De totale groep waar je uit kan kiezen om onderzoek te doen.
C
Dit zijn de twee groepen samen die je moet kiezen om gedegen onderzoek te kunnen doen.
D
Geen van de antwoorden is juist.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is waar als we praten over de twee verschillende manieren van een steekproef houden (aselecte en selecte steekproef)?
A
Bij selecte steekproef kies je op basis van selectiecriteria de respondenten
B
Bij aselect steekproef kies je willekeurig de respondenten uit de populatie
C
Antwoord A en B zijn beide juist.
D
Alle antwoorden zijn onjuist.

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Er worden eisen gesteld aan de resultaten van een onderzoek. Wat betekent validiteit?
A
Dit is het percentage dat mag afwijken in de resultaten van het onderzoek vergeleken met de .werkelijkheid
B
Met je onderzoek moet je meten wat er gemeten wordt. Er kunnen ook resultaten uit komen die geen antwoord op de vraag geven.
C
Dit is de mate waarin de steekproef nauwkeurige resultaten geeft. Het is tenslotte een deel van den populatie.
D
Dat de betrouwbaarheid goed is. Oftewel de uitkomst moet representatief zijn.

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voor het berekenen van de steekproefomgang zijn er een aantal gegevens bekend. 72% (p) van de jeugd zegt nog nooit Crypto Currency te hebben gekocht. Om de werkelijke verkoop te achterhalen doen ze onderzoek.
De gewenste betrouwbaarheid is 95,4% wat gelijk staat aan een z-waarde van 2 (z). De nauwkeurigheidsmarge is 3% (m). Wat is de juiste formule en het antwoord?
A
3² x 72 x (100-72) 2² oftewel: 6 x 72 x 28 4 = 3024
B
2² x 72 x (100-72) 3² oftewel: 4 x 72 x 28 9 = 896
C
2² x 72 x (100-95,4) 3² oftewel: 4 x 72 x 4,6 9 = 147
D
Alle antwoorden zijn fout

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies