D2ATh3 B2: oefenen

D2ATh3: Verbranding en ademhaling
 B2: Ingeademde en uitgeademde lucht
Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

D2ATh3: Verbranding en ademhaling
 B2: Ingeademde en uitgeademde lucht
Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 

Slide 1 - Tekstslide

Wat is waterdamp?

Slide 2 - Open vraag

Ingeademde lucht
Uitgeademde lucht
zuurstof 0%
zuurstof 16%
zuurstof 21%
koolstofdioxide 0%
koolstofdioxide 0,04%
koolstofdioxide 5%
temperatuur lucht laag
temperatuur lucht hoog
waterdamp veel 
waterdamp weinig 

Slide 3 - Sleepvraag


Als je uitademt tegen een koude ruit, ontstaat er ...1...

Uitgeademde lucht bevat ...2... dan ingeademde lucht

A
1. warmte 2. condens
B
1. condens 2. waterdamp
C
1. waterdamp 2. condens
D
1. condens 2. zuurstof

Slide 4 - Quizvraag

Emily zegt:
Ingeademde lucht is kouder dan uitgeademde lucht.

Joey zegt:
Er zit meer zuurstof in ingeademde lucht dan uitgeademde lucht

A
beide waar
B
beide nietwaar
C
Emily: waar Joey: nietwaar
D
Emily: nietwaar Joey: waar

Slide 5 - Quizvraag

Max zegt:
Bij de verbranding in de lichaamscellen komt koolstofdioxide vrij

Anne zegt:
Het lichaam gebruikt een deel van de stikstof die in de lucht zit

A
beide waar
B
beide nietwaar
C
Max: waar Anne: nietwaar
D
Max: nietwaar Anne: waar

Slide 6 - Quizvraag

In ingeademde lucht zit zuurstof.
Na de ademhaling in-en-uit is alle zuurstof verbruikt.
Er zit geen zuurstof in uitgeademde lucht.
A
waar
B
nietwaar
C
dat ligt aan hoe diep je inademt
D
dat ligt aan bijv. of je sport of niet

Slide 7 - Quizvraag


Wat is waar
A
dit is een diagram van ingeademde lucht
B
dit is een diagram van uitgeademde lucht
C
dit is geen diagram van in- of uitgeademde lucht
D
'ik krijg het Spaans benauwd'

Slide 8 - Quizvraag


Wat is waar
A
dit is een diagram van ingeademde lucht
B
dit is een diagram van uitgeademde lucht
C
dit is geen diagram van in- of uitgeademde lucht
D
'ik krijg het Spaans benauwd'

Slide 9 - Quizvraag


Wat is waar
A
dit is een diagram van ingeademde lucht
B
dit is een diagram van uitgeademde lucht
C
dit is geen diagram van in- of uitgeademde lucht
D
'ik krijg het Spaans benauwd'

Slide 10 - Quizvraag


1 Bij verbranding in het lichaam ontstaat water.

2 Ingeademde lucht bevat minder water dan
uitgeademde lucht.



A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1: waar 2: nietwaar
D
1: nietwaar 2: waar

Slide 11 - Quizvraag


1 Bij hoge luchtvochtigheid is de lucht droog

2 De hoeveelheid zuurstof bepaalt de hoogte van de
luchtvochtigheid in de lucht



A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1: waar 2: nietwaar
D
1: nietwaar 2: waar

Slide 12 - Quizvraag

Je loopt met je schaatsen naar de ijsbaan.

1 Ingeademde lucht is kouder dan uitgeademde lucht.
2 De lichaamstemperatuur is hoger dan de
omgevingstemperatuur.


A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1: waar 2: nietwaar
D
1: nietwaar 2: waar

Slide 13 - Quizvraag



Condens zijn waterdruppeltjes die ontstaan na

A
inademen
B
sporten
C
uitademen
D
een proefwerk maken

Slide 14 - Quizvraag


1 Op een droge dag geef je meer water af via je adem dan op
een vochtige dag.

2 Stikstof en zuurstof vormen samen 87% van de lucht.

A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1: waar 2: nietwaar
D
1: nietwaar 2: waar

Slide 15 - Quizvraag

Wat is luchtvochtigheid?

Slide 16 - Open vraag

Hoe komt het dat er in uitgeademde lucht minder zuurstof zit dan ingeademde lucht?

Slide 17 - Open vraag

Noteer % van de ingeademde lucht: zuurstof, kooldioxide, stikstof

Slide 18 - Open vraag