3 december 2020 Uitleg bron F - klokkijken

1A
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

1A

Slide 1 - Tekstslide

Les devoirs
Huiswerk voor vandaag
Maken: opdrachten in LessonUp
Leren: vocabulaire BE, grammaire C, persoonlijk voornaamwoord, être
Maken/leren voor de volgende les
In werkboek: ex. 17, 19abc, 20, 21, 22
In LessonUp: Filmpje bekijken + opdr maken (LU 2/12)
Leren: vocabulaire BE - grammaire C
Huiswerk voor de rest van de week (mag je nu al maken)
Maken: ex. 17, 19abc, 20, 21, 22, 23, 24cd
Programme d'aujourd'hui
Werken aan huiswerkopdrachten
Faire: Ex. 19de
Corriger werkblad

Slide 2 - Tekstslide

Réponses werkblad
niveau
 I
niveau
 I & II
niveau
 I & II
niveau
 I & II
De antwoorden van niveau II en III komen op de volgende slide

Slide 3 - Tekstslide

niveau II
regarder
lire
écouter
dormir
manger
parler
boire
penser
étudier
danser
aimer
acheter
Exercice 1
niveau III
Il regarde
(Elle lit)
Elle écoute
(Elle dort)
Il mange
Il parle
(Elle boit)
Elle pense
Il étudie
Ils dansent
Ils aiment
Elle achète
Exercice 2
niveau III

Tussen haakjes hoef je niet te weten/goed te hebben :)
Heb je nog niet geleerd namelijk
Klaar met nakijken? Ga verder met je huiswerk: ex. 17, 19abc, 20, 21, 22

Slide 4 - Tekstslide

Ex. 19de

Slide 5 - Tekstslide

Devine le nombre pensé
Per groep schrijft 1 leerling een getal (0-20) op de achterkant van het bord
De rest v.d. leerlingen uit de groep steken hun vinger op. Als je de beurt krijgt mag je een getal (en français!) noemen.
Fout? --> zeg 'non'
Goed? --> zeg "oui" & de leerling die het heeft geraden mag naar voren

timer
4:00

Slide 6 - Tekstslide

Les devoirs
Huiswerk voor vandaag
Maken: opdrachten in LessonUp
Leren: vocabulaire BE, grammaire C, persoonlijk voornaamwoord, être
Maken/leren voor de volgende les
In werkboek: ex. 17, 19abc, 20, 21, 22
In LessonUp: Filmpje bekijken + opdr maken (LU 2/12)
Leren: vocabulaire BE - grammaire C
Huiswerk voor de rest van de week (mag je nu al maken)
Maken: ex. 17, 19abc, 20, 21, 22, 23, 24cd
Programme d'aujourd'hui
Werken aan huiswerkopdrachten
Faire: Ex. 19de
Corriger werkblad

Slide 7 - Tekstslide

r
rr

  • Samen kijken naar bron F




  • Lees zelf bron F door
  • Begin zelf aan de opdrachten die hier bij horen: ex. 24cd
  • Dit gaan we zo nakijken



Klaar? 
Maken: 21, 22, 23, daarna verder werken in je WB of:
Leren: Vocabulaire ABE - grammaire C




Slide 8 - Tekstslide

Na deze les kun je...
  • Vragen hoe laat het is in het Frans
  • Vertellen hoe laat het is in het Frans (hele/halve uren & kwart voor/over)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Vragen hoe laat het is:
  • Il est quelle heure?
  • Quelle heure est-il?

Slide 12 - Tekstslide

Vertellen hoe laat het is - hele uren

Slide 13 - Tekstslide

Attention!

Slide 14 - Tekstslide

timer
2:00

Slide 15 - Tekstslide

Il est dix heures.

Slide 16 - Tekstslide

Il est dix heures.
Il est sept heures.

Slide 17 - Tekstslide

Il est dix heures.
Il est sept heures.
Il est une heure.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Schrijf de tijden op in het Frans
timer
2:00

Slide 20 - Tekstslide

Il est deux heures et quart.

Slide 21 - Tekstslide

Il est deux heures et quart.
Il est sept heures et demie.

Slide 22 - Tekstslide

Il est deux heures et quart.
Il est sept heures et demie.
Il est trois heures moins le quart.

Slide 23 - Tekstslide

Ex. 24cd

Slide 24 - Tekstslide

Les devoirs
Huiswerk voor vandaag
Maken: opdrachten in LessonUp
Leren: vocabulaire BE, grammaire C, persoonlijk voornaamwoord, être
Maken/leren voor de volgende les
In werkboek: ex. 17, 19abc, 20, 21, 22
In LessonUp: Filmpje bekijken + opdr maken (LU 2/12)
Leren: vocabulaire BE - grammaire C
Huiswerk voor de rest van de week (mag je nu al maken)
Maken: ex. 17, 19abc, 20, 21, 22, 23, 24cd
Programme d'aujourd'hui
Werken aan huiswerkopdrachten
Faire: Ex. 19de
Corriger werkblad

Slide 25 - Tekstslide

Quelle heure est-il?
A
Il est onze heures.
B
Il est sept heures.
C
C'est sept heures.
D
C'est set heures.

Slide 26 - Quizvraag

Quelle heure est-il?
A
Il est quatre heure et quart.
B
Il est quatre heures et quart.
C
Il est quatre heure moins le quart.
D
Il est quatre heures moins le quart.

Slide 27 - Quizvraag

Quelle heure est-il?
A
Il est neuf heures et demie.
B
Il est dix heures et demie.
C
Il est neuf heures et demi.
D
Il est neuf heures et quart.

Slide 28 - Quizvraag

Quelle heure est-il?
A
Il est une heures et quart.
B
Il est une heure moins le quart.
C
Il est une heure et quart.
D
Il est deux heures moins 45.

Slide 29 - Quizvraag

Quelle heure est-il?
A
Il est midi.
B
Il est minuit.
C
Il est douze heures.
D
Il est douze heure.

Slide 30 - Quizvraag