Plant en bodem begrippen

Plant & Bodem begrippen met Sav
Lesje van ongeveer 40 minuutjes?
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieHBOStudiejaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Plant & Bodem begrippen met Sav
Lesje van ongeveer 40 minuutjes?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we vandaag doen?

  • Per hoofdstuk krijgen jullie max 5 vragen.
  • Begrippen.
  • Meerkeuze, open vragen en groepsvragen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H35 
Structuur en groei van planten

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noteer de 5 typen plantencellen

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke bewering(en) over Secundaire Groei zijn juist?
A
Komt voor in stengels en wortels van houtachtige planten
B
Komt alleen voor in stengels van houtachtige planten
C
Komt voor bij eenzaadlobbigen
D
Komt voor bij tweezaadlobbigen

Slide 5 - Quizvraag

Komt niet voor bij eenzaadlobbigen.
Welke bewering(en) over het Protoderm zijn juist?
A
Het is de voorloper van de epidermis
B
Het is het buitenste primaire meristeem
C
Het is het grondmeristeem
D
De functie is het opslaan van koolhydraten

Slide 6 - Quizvraag

Functie = opname van water en mineralen.
Grondmeristeem zit tussen protoderm en procambium.
Waaruit bestaat het wortelsysteem van een plant? Noem de 2 belangrijkste onderdelen + functie

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen het apicaal meristeem en het lateraal meristeem?

Slide 8 - Open vraag

2 cilinders zijn vasculair cambium en kurkcambium 
H36
Transport in vaatplanten

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de 3 routes voor transport van water en opgeloste stoffen?

Slide 10 - Open vraag

A, buiten cellen, door celwand en extracellulaire ruimte.
S, door cytosol en eenmalig het plasmamembraan.
T, door alle plasmamembranen en cytosol.
Wat gebeurd er met K+ als een sluitcel recht en slap is?
En wat gebeurd er met het water?
A
K+ gaat de sluitcel in
B
K+ gaat de sluitcel uit
C
Water volgt K+ de cel in
D
Water volgt K+ de cel uit

Slide 11 - Quizvraag

Water volgt door osmose. Portie gesloten.
Groepsvraag
Welke 2 manieren van oplossingstransport zie je hier?

Welke 2 manieren zijn er nog meer?

Slide 12 - Tekstslide

Te zien: H+/sucrose cotransporter en H+/NO3- cotransporter. Stoffen gaan de cel in.

Overige 2 zijn: membraanpotentiaal (proton pomp) en ionkanaal. Stoffen gaan de cel uit.
Noem de 2 manieren waarop sucrose in floeëm wordt verplaatst?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

H37
Plantenvoeding

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepsvraag
Welke 2 kationen laten los van een bodemdeeltje?

Wat gebeurd er in het plaatje?

Slide 15 - Tekstslide

Ca2+ en K+
Wortels verzuren de bodemoplossing door CO uit de ademhaling vrij te maken en H in de grond te pompen.
CO2 reageert met H2O tot H2CO3 waarbij H vrij komt. 
H-ionen in de bodemoplossing neutraliseren de negatieve lading van bodemdeeltjes. Hierdoor komen minerale kationen in de bodem vrij.
Wortels absorberen de vrijgekomen kationen. 
Welke bewering(en) is/zijn waar?
1. Rhizobacteriën leven in nauwe samenwerking met plantenwortels.
2. Endofyten leven tussen cellen in de plant
A
1 is waar, 2 is onwaar
B
1 is onwaar, 2 is waar
C
Beide zijn waar
D
Beide zijn onwaar

Slide 16 - Quizvraag

Endofyten zijn een soort rhizobacteriën.
Grond dicht om plantenwortels = rhizosfeer.
Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving?
Bacteriën die NH4+ omzetten in NO2- en vervolgens omzetten in NO3-.

A
Stikstoffixatie
B
Nitrificatie
C
Deammonificatie
D
Stikstofassimilatie

Slide 17 - Quizvraag

Ammonium-oxidiserende bacteriën en nitriet-oxidiserende bacteriën
Even pauze?
Of meteen door..?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H38
Reproductie van bloeiende planten

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving?
Stukje stengel boven het cotyl (belangrijk bij ontkiemen).
A
Hypocotyl
B
Coleoptiel
C
Epicotyl
D
Coleorhiza

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving?
Het produceren van zaden zonder bestuiving/bevruchting.
A
Fragmentatie
B
Metagenese
C
Etoliatie
D
Apomixie

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noteer uit hoeveel "n" onderstaande begrippen bestaan:
Microsporocyt, Endosperm, Zygote

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de functie van een kelkblad?
A
Ondersteuning en bescherming bloemknop
B
Ondersteuning en aantrekken van bestuivers
C
Ondersteuning en opvangen stuifmeel

Slide 23 - Quizvraag

Aan uiteinde stengel, beschermt bloem van onderen.
H39
Plantsignalen en gedrag

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noteer de 5 belangrijkste plant hormonen

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is fototrofisme?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar wordt auxine geproduceerd?
A
In de bladeren
B
In het topje van de stengel
C
In de wortels
D
Alleen in jonge wortels

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een biotische- en abiotische stressfactor voor een plant.

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Einde van de les
Hebben jullie nog vragen?

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies