3.2 Temperatuurverschillen op aarde

3.2 Temperatuurverschillen op aarde
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

3.2 Temperatuurverschillen op aarde

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Ik weet dat dankzij de atmosfeer de aarde een leefbaar             klimaat  heeft;
  • Ik begrijp welke invloed de stand van de zon en de   geografische breedte hebben op de temperatuur;
  • Ik kan de gemiddelde dagtemperatuur berekenen.

Slide 2 - Tekstslide

Een deken over de aarde
  • atmosfeer  
  • kortgolvige straling (inkomend)
  • langgolvige straling (uitstralend)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Zonnestralen verwarmen het aardoppervlak
Weerkaatsing van zonnestralen
De aarde geeft warmte af aan de atmosfeer
De verwarmde grond verwarmt de atmosfeer

Slide 5 - Sleepvraag

De temperatuur op aarde is niet te heet of te koud. Dit danken wij aan de atmosfeer.
Kies de juiste antwoorden.
A
Zonder de atmosfeer zou de temperatuur 's nachts sterk dalen.
B
Gebergten zijn dichter bij de zon en daardoor is de atmosfeer warmer.
C
De atmosfeer wordt indirect verwarmd door de zon.
D
Hoe hoger in de atmosfeer hoe lager de temperatuur

Slide 6 - Quizvraag

Maximumtemperatuur
Minimumtemperatuur
Gemiddelde dagtemperatuur 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Welke factoren zijn van invloed op de temperatuur?
  1. Breedteligging op aarde
  • hoge breedte = ver van de evenaar .       = koud
  • lage breedte = dichtbij de evenaar          = warm
  • invalshoek van de zon is belangrijk         -> schuine invalshoek of loodrecht

Slide 9 - Tekstslide

Invalshoek zonnestralen

Slide 10 - Tekstslide

Waar is de invalshoek van de zon het grootst?
A
Noordpool
B
Nederland
C
Evenaar
D
Zuidpool

Slide 11 - Quizvraag

Het is nooit boven 10°C op Groenland omdat:
A
Er geen bomen groeien
B
De invalshoek van de zon heel klein is
C
De zon loodrecht staat boven Groenland
D
De Inuit het graag koud hebben

Slide 12 - Quizvraag

Welke uitspraak is juist?
A
Hoe hoger de breedtegraad, hoe warmer het is.
B
Hoe verder van de evenaar, hoe kouder het wordt.
C
Hoe kleiner de invalshoek van de zon, hoe warmer het is.
D
Hoe kleiner de invalshoek van de zon, hoe dichter bij de evenaar.

Slide 13 - Quizvraag

Studieplanner
Maak de opdrachten van paragraaf 3.2
en maak na het nakijken/verbeteren 
de herhalings- of verdiepingsopdrachten.
 

Slide 14 - Tekstslide