7.2 Systematische namen

7.2 Systematische namen





W
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

7.2 Systematische namen





W

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
  • Herhalen
  • Voorzetsels en C-atomen
  • homologe reeks
  • Alkanen 
  • Karakteristieke groepen
  • Alkenen  
  • isomeren

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertakt of niet?
A
Vertakt
B
Niet-vertakt

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoelang is het C-skelet
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verzadigd of niet?
A
Verzadigd
B
Onverzadigd

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoelang is het C-skelet
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
• Je kunt bij een gegeven structuurformule de systematische naam geven van alkanen en alkenen (t/m 10 C-atomen in de hoofdketen).
• Je kunt bij een gegeven systematische naam de structuurformule tekenen van alkanen en alkenen.
• Je kunt uitleggen of twee koolstofverbindingen isomeren van elkaar zijn.
• Je kunt uitleggen wat een homologe reeks is.
• Je kunt met behulp van de algemene formule uitleggen of een stof een alkaan of alkeen is.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom naamgeving?
  •  Naamgeving is door het IUPAC bedacht, zodat iedereen overal ter wereld over het zelfde molecuul praat
  • Als 2 mensen over butaan praten, dan weten ze allebei welke structuurformule daarbij hoort.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Homologe reeks
Homologe reeks = herhalend patroon

De verhouding tussen de C- en H-atomen is altijd hetzelfde, binnen de homologe reeks.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alkanen(-aan)
Wat voor bindingen?
allemaal enkel

Homologe reeks

Slide 10 - Tekstslide

n = aantal C-atomen

CnH2n+2
Als je 3 C atomen hebt

C3 H2x3+2 = C3H8

Voorzetsels en C-atomen
Voorzetsel
C-atomen
Voorzetsel
C-atomen
meth-
1
hex-
6
eth-
2
hept-
7
prop-
3
oct-
8
but-
4
non-
9
pent-
5
dec-
10

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke naam heeft dit molecuul.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijgroepen
Zijgroep met 1 C = methyl
Zijgroep met 2 C = ethyl
Ect.


Zijgroepen krijgen de uitgang -yl
Soms moet je ook de locatie van de zijgroepen aangeven.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit molecuul?
Het skelet bestaat uit ... C dus: 


Zijgroep bestaat uit ... C dus: 
Zijgroepen krijgen de uitgang: -yl 
Naam: ...

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit molecuul?
Het skelet bestaat uit 3 C dus: Propaan


Zijgroep bestaat uit 1 C dus: meth-
Zijgroepen krijgen de uitgang: -yl (Methyl)
Naam: Methylpropaan

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Naamgeving van een alkaan
  • De zijgroepen zitten op een bepaalde plek en die nummer je. Je kan van links naar rechts of van rechts naar links nummeren. Je moet zo laag mogelijke nummering hebben
  • L -> R: 3, 5, 5
  • R -> L: 2, 2, 4
  • 2 < 3, dus we tellen van R ->L

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Naamgeving van een alkaan
  • Stamnaam: hexaan
  • Zijgroepen:
    4-ethyl
    2,2-dimethyl
  • Zijgroepen komen in alfabetische volgorde voor (zonder numeriek voorvoegsel), dus:
    ethyl komt voor methyl

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Naamgeven
  • 1. Zoek het skelet (stam).
  • 2. aantal C bepaald stamnaam
  • 3. nummer de C's van het skelet links-> rechts en rechts -> links
  • Aan welke C's zitten de groepen? Telling met laagste cijfer, neem je.
  • 4. aantal C's per zijgroep
  • 5. vaker voorkomende groep,  dan (di =2, tri =3, tetra =4)
  • 6. Meerdere groepen? Dan alfabetische volgorde, eerste letters.
  • 7. Dit molecuul heet: 2,3,4-trimethyl-hexaan

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alkenen (-een)
  • Hebben 'n dubbele binding
  • onverzadigd

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Namen alkenen
  • Je moet soms de locatie van de dubbele binding aangeven.


  • 5 C dus pent.
  • Dubbele binding tussen C1 en C2 dan: pent-1-een

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Namen alkenen (zelf)


  • 4 C dus but-
  •  Dubbele binding tussen C2 en C3 dan: But-2-een

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Naam alkenen
  • 1. Zoek het skelet (stam).
  • 2. aantal C bepaald stamnaam
  • 3. nummer de C's van het skelet links-> rechts en rechts -> links
  • Aan welke C's zitten de groepen? Telling met laagste cijfer, neem je.
  • 4. aantal C's per zijgroep
  • 5. vaker voorkomende groep, dan (di =2, tri =3, tetra =4)
  • 6. Meerdere groepen? Dan alfabetische volgorde, eerste letters.
  • 7. Dit molecuul heet: 5,5-dimethyl-hex-2-een

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

isomeren
Zelfde: molecuulformule 
Andere: structuurformule & naam




                     Butaan                                                        methylpropaan



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten:
Havo:
H7 Paragraaf 2
Opdracht: 14, 16, 18, 26, 27 en 28

Vwo:
H7 Paragraaf 2
Opdracht 11, 12, 13, 14, 15 en 16

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startopdracht 3V

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies