Hoofdstuk 9 - Paradigma's | VWO

Hoofdstuk 9

Paradigma's

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 200 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 9

Paradigma's

Deze slide heeft geen instructies

Paradigma

Met een paradigma wordt in de wetenschapsfilosofie een geheel van veronderstellingen aangeduid.

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan gemakkelijk vanuit verschillende invalshoeken naar een probleem kijken

1

Eens

2

Oneens

Ik kan gemakkelijk vanuit verschillende invalshoeken naar een probleem kijken

Deze slide heeft geen instructies

functionalisme-paradigma

Conflict en actoren

Consensus en actoren

Conflict en structuur

Structuur en consensus

sociaalconstructivisme-paradigma

conflict-paradigma

rationele actor-paradigma

Deze slide heeft geen instructies

Wat staat centraal in het rationeel actorparadigma?

A

Culturele tradities

B

Individuele kosten-batenafweging

C

Toeval en emotie

D

Sociale rolverwachtingen

Deze slide heeft geen instructies

Welke aanname past het best bij het rationeel actorparadigma?

A

Mensen volgen altijd normen

B

Mensen kiezen doelgericht

C

Mensen handelen willekeurig

D

Mensen kopiëren de massa

Deze slide heeft geen instructies

Criminologische

theorie

Structurele deviantie theorie:


Criminaliteit is een logisch resultaat van sociale ongelijkheid in een samenleving


Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip past bij dit verschil?

Welk begrip past bij dit verschil?

A

Rationele actor

B

Inflatie

C

Sociale ongelijkheid

D

Conflict

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een verschil tussen het functionalisme-paradigma en het conflict-paradigma?

Wat is een verschil tussen het functionalisme-paradigma en het conflict-paradigma?

Het grote verschil tussen deze twee paradigma's is dat de focus op de 'motor' van veranderingen anders is. Het conflict-paradigma gaat uit van sociale ongelijkheid met bijbehorende conflicten tussen groepen met tegengestelde belangen. 

Functionalisten zien conflicten daarentegen als een verstoring van de rust en orde in de samenleving.

Wat is een overeenkomst tussen het functionalisme-paradigma en het conflict-paradigma?

Wat is een overeenkomst tussen het functionalisme-paradigma en het conflict-paradigma?

Een overeenkomst tussen deze twee paradigma's is dat beide paradigma's ervan uitgaan dat de structuur en inrichting van de samenleving bepalend is voor het gedrag van individuen en groepen op micro- en mesoniveau. 

Welk hoofdconcept past bij het rationele actor paradigma?

Welk hoofdconcept past bij het rationele actor-paradigma?

A

Vorming

B

Verhouding

C

Binding

D

Verandering

Deze slide heeft geen instructies

Welk hoofdconcept past bij het functionalisme paradigma?

Welk hoofdconcept past bij het functionalisme paradigma?

A

Vorming

B

Verhouding

C

Binding

D

Verandering

Deze slide heeft geen instructies

Welk hoofdconcept past bij het conflict paradigma?

Welk hoofdconcept past bij het conflict paradigma?

A

Vorming

B

Verhouding

C

Binding

D

Verandering

Deze slide heeft geen instructies

Welk hoofdconcept past bij het sociaal constructivisme-paradigma?

Welk hoofdconcept past bij het sociaal constructivisme-paradigma?

A

Vorming

B

Verhouding

C

Binding

D

Verandering

Deze slide heeft geen instructies

Welke factor speelt volgens sociaal constructivisme de grootste rol bij het vormen van sociale werkelijkheid?

A

Taal en interactie

B

Genetische aanleg

C

Natuurwetten alleen

D

Toeval op zichzelf

Deze slide heeft geen instructies

Welk voorbeeld past het best bij een sociaal constructivistische benadering?

A

Zwaartekracht als natuurkracht

B

Klimaat als weersysteem

C

Geld als afspraak

D

DNA als molecuul

Deze slide heeft geen instructies

Welk paradigma past volgens jou het best bij het analyseren van sociale ongelijkheid?

Deze slide heeft geen instructies

Met welke kernwoorden associeer jij het sociaal-culturele paradigma?

Deze slide heeft geen instructies

Wat leerde ik dit hoofdstuk?

  • Ik ken 4 verschillende paradigma’s: rationale actor-paradigma, conflict-paradigma, functionalisme-paradigma en het sociaalconstructivisme-paradigma;

  • Ik weet welke criminologische theorieën bij deze paradigma’s passen;

  • Ik kan aan deze paradigma’s een hoofdconcept verbinden en toepassen;

  • Je kunt vanuit 3 paradigma’s uitleggen hoe het kernconcept socialisatie wordt gebruikt.

Leerdoelen

Deze slide heeft geen instructies

Einde van hoofdstuk 9

Paradigma's 

Deze slide heeft geen instructies