Nieuwe woorden leren

Woordenschat
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Woordenschat

Slide 1 - Tekstslide

Bingo

Volle kaart = bingo

Docent:

Leerling: 

Slide 2 - Tekstslide

Hoe leer je een nieuw woord?

Slide 3 - Tekstslide



Je hoofd is net een computer. 

Slide 4 - Tekstslide



Je kunt alles opslaan in je hoofd. 

Slide 5 - Tekstslide



Je bouwt steigers in je hoofd. 
Je ziet een woord en dat koppel je aan andere woorden. 

Slide 6 - Tekstslide

Waar denk je allemaal aan bij het woord voetbal?

Slide 7 - Woordweb



Je herhaalt het woord zeven keer of vaker.  

Slide 8 - Tekstslide



Je schrijft het woord op in je schrift. 
Je schrijft ook de betekenis van het woord op. 

Slide 9 - Tekstslide




Je leest de woorden elke dag. 
A1 -> 1.000 woorden
A2 -> 2.000 woorden 
B1 -> 5.000 woorden 

Slide 10 - Tekstslide





Je leest of je hoort een woord dat je niet kent. 


Slide 11 - Tekstslide





Zoek het woord op in een woordenboek. 


Slide 12 - Tekstslide





Vertaal het woord met Google Translate.


Slide 13 - Tekstslide





Vraag iemand anders wat het woord betekent.


Slide 14 - Tekstslide





Maak een of meer zinnen met het woord.
Schrijf de zinnen op in je schrift.

Slide 15 - Tekstslide

Nieuwe woorden leren
Je weet hoe je het woord schrijft.
Je weet hoe je het woord uitspreekt.
Je weet wat het woord betekent
Je weet hoe je het woord in een zin gebruikt.  

Slide 16 - Tekstslide