3.3. Gezinspedagogisch model van Hellinckx, Grietens en Geeraert

3.3. Gezinspedagogisch model van Hellinckx, Grietens en Geeraert
7VJHO - Gedragswetenschappen
Mevrouw van Loon
2025-2026
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
GedragswetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

3.3. Gezinspedagogisch model van Hellinckx, Grietens en Geeraert
7VJHO - Gedragswetenschappen
Mevrouw van Loon
2025-2026

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
De leerling:
- Legt het basisidee over opvoeden volgens Hellinckx en collega’s uit.
- Somt de vier categorieën van samenleven op.
- Geeft eigen voorbeelden voor de categorieën van samenleven.
- Herkent over welke categorie van samenleven het gaat in een gegeven casus.
- Beschrijft de twee componenten in de opvoedingssituaties.
- Legt uit waarom Hellinckx en collega’s opvoeden als een complementair en circulair proces zien.
- Legt uit wat de pedagogische vraag inhoudt.
- Somt de acht kindfactoren op.
- Geeft eigen voorbeelden voor de kindfactoren.
- Herkent over welke kindfactor(en) het gaat in een gegeven casus.
- Legt uit wat het pedagogisch aanbod inhoudt.
- Somt de negen ouderfactoren op.
- Geeft eigen voorbeelden voor de ouderfactoren.
- Herkent over welke ouderfactor het gaat in een gegeven casus.
- Legt uit wanneer er volgens Hellinckx en collega’s sprake is van een goed lopend opvoedingsproces.
- Argumenteert waarom een goede opvoeding niet allesbepalend is.
- Analyseert een casus aan de hand van het gezinspedagogisch model.

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
De leerling:
- Herkent over welke kindfactor(en) het gaat in een gegeven casus.
- Legt uit wat het pedagogisch aanbod inhoudt.
- Somt de negen ouderfactoren op.
- Geeft eigen voorbeelden voor de ouderfactoren.
- Herkent over welke ouderfactor het gaat in een gegeven casus.
- Legt uit wanneer er volgens Hellinckx en collega’s sprake is van een goed lopend opvoedingsproces.
- Argumenteert waarom een goede opvoeding niet allesbepalend is.
- Analyseert een casus aan de hand van het gezinspedagogisch model.

Slide 3 - Tekstslide

Basisidee
Opvoeden als onderdeel van dagelijks leven

Kind wordt opgevoed vanuit het samenleven met ouders/opvoeders

Samenleven bestaat uit vier categorieën van situaties

Slide 4 - Tekstslide

Categorieën van situaties
1. Verzorgen
2. Werken/leren
3. Spelen/ontspanning 
4. Sociale omgang / spreken

Invulling verandert met de leeftijd van het kind!

Slide 5 - Tekstslide

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

De tanden van een kind poetsen.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 6 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een peuter een badje geven.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 7 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een tiener leren hoe hij zijn fietsband moet plakken.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 8 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een filmavond houden met popcorn.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 9 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een tafelgesprek waarbij iedereen vertelt hoe de dag was.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 10 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Met het gezin naar de speeltuin gaan.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 11 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een gesprek voeren om een ruzie tussen broers of zussen op te lossen.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 12 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een kind helpen bij zijn huiswerk.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 13 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een kleuter leren zijn jas zelf dicht te ritsen.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 14 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een ouder die een kind leert hoe je iemand beleefd begroet.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 15 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Een kleuter insmeren met zonnecrème voor het buitenspelen.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 16 - Quizvraag

Bij welke categorie hoort het voorbeeld?

Samen een gezelschapsspel spelen.
A
Verzorgen
B
Werken/leren
C
Spelen/ontspanning
D
Sociale omgang/spreken

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Componenten in de opvoedingssituaties
1. Pedagogisch klimaat
Sfeer waarin de opvoedingssituaties zich voordoen (bijv. warm en hecht vs. koud en afstandelijk)

2. Situatiehantering
Manier waarop ouders de situatie aanpakken (niet elke reactie is even pedagogisch vaardig)

Slide 19 - Tekstslide

Opvoeden als complementair en circulair proces
Complementair = ouders en kinderen hebben elk een bijdrage in het opvoedingsproces
Circulair = ouders en kinderen beïnvloeden elkaar wederzijds 

Opvoeden = afstemmingsproces tussen het pedagogisch aanbod van de opvoeder en de pedagogische vraag van het kind.

Slide 20 - Tekstslide

Opvoeden volgens Hellinckx en collega's
Afstemmingsproces tussen pedagogisch aanbod (opvoeder) en pedagogische vraag (kind)

Slide 21 - Tekstslide

Pedagogische vraag
De pedagogische vraag komt voort uit de kindfactoren: 
  • Eigenheid van het kind (temperament, persoonlijkheid, genetische en neurobiologische factoren) 
  • Basisbehoeften (affectie, structuur, ondersteuning, sociale noden)

Ieder kind is anders -> eigen pedagogische aanpak nodig!

Slide 22 - Tekstslide

Pedagogisch aanbod
Bepaald door ouderfactoren: 
Persoonlijkheid, opvoedingsgeschiedenis, pedagogisch besef, sociale context, waarden, echtelijke relatie, inzicht, pedagogische vaardigheden en genetische factoren

Slide 23 - Tekstslide

Goed lopend opvoedingsproces
  • Opvoedingsproces verloopt volgens dit model goed als het kind zich zo optimaal mogelijk ontwikkelt
  • Kind bereikt de ontwikkelingstaken binnen een normale tijdspanne (rekening houdend met de eigenheid van het kind)
  • Zowel kind als opvoeders moeten zich goed in hun vel voelen!
  • MAAR niet allesbepalend: heel wat factoren hebben invloed op de ontwikkeling van het kind (goede opvoeding als schild)

Slide 24 - Tekstslide