VP Rekenen responsie

VP Rekenen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

VP Rekenen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerpen
  • Druppels/ druppelsnelheid
  • Inlooptijd
  • Pompstand
  • Infuus / pomp leeg 
  • Werkzame stof
  • Percentage oplossing
  • Verdunnen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw A krijgt medicatie krijgen via het infuus. De medicatie is opgelost in 500 ml en moet gegeven worden in 50 minuten.
(1 ml = 18 druppels)
Wat is de druppelsnelheid per minuut?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Meneer B krijgt 300 ml sondevoeding. De voeding wordt in 1,5 uur tijd gegeven.
(1 ml = 16 druppels)
Wat is de druppelsnelheid per minuut?
(Rond af op hele druppels)

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Meneer C krijgt 1,5 liter glucose-oplossing 5% in 5 uur tijd.
Wat is de druppelsnelheid per minuut?



Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Dhr P krijgt antibiotica over het infuus. Het gaat om een zakje van 500 ml. De pomp staat op stand 150
Hoeveel tijd is er nodig om dit helemaal in te laten lopen?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Meneer van Q krijgt een infuus met NaCl 0,9 %. Het infuus loopt 30 druppels per minuut. (1 ml = 20 druppels)
Hoeveel ml heeft Meneer gekregen na 10 uur?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw R krijgt 1 liter sondevoeding per dag. Er lopen 40 druppels per minuut in. (1 ml = 17 druppels)
Hoeveel uren en minuten per dag krijgt Mevrouw sondevoeding?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw Z krijgt medicatie via een spuitenpomp. Deze loopt 60 ml in 6 uur tijd.
Op welke stand moet de pomp staan?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je gaat 500 ml zoutoplossing maken, het moet een 3%-oplossing zijn.
Hoeveel gram zout heb je nodig?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je hebt een suikeroplossing staan van 8%.
Hoeveel milligram suiker is er opgelost in 7 ml?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je hebt 20 ml vloeistof met een 3%-oplossing. Je gaat dit verdunnen naar een oplossing van 1,5%.
Wat is hier de verdunningsfactor?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je hebt 500 ml water met daarin opgelost 1500 mg antibioticum.
Wat is het percentage van deze oplossing?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je hebt 200 ml water met daarin opgelost 800 mg antibioticum.
Wat is het percentage van deze oplossing?

Slide 15 - Open vraag

Beginoplossing: Nodig : Voorraad x Benodigde volume
Ik ben voldoende voorbereid op de toets verpleegkundig rekenen
JA
NEE

Slide 16 - Poll

Deze slide heeft geen instructies