Herhaling H5 Nigeria §1

Nigeria
1 / 21
volgende
Slide 1: Woordweb
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Nigeria

Slide 1 - Woordweb

Nigeria heeft .....
A
0 tot 20 miljoen inwoners
B
20 tot 100 miljoen inwoners
C
100 tot 200 miljoen inwoners
D
200 miljoen + inwoners

Slide 2 - Quizvraag

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Nigeria ligt in ......
A
Noord-Afrika
B
Oost-Afrika
C
Zuid-Afrika
D
West-Afrika

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Wat is de populairste sport in Nigeria?
A
Hockey
B
Voetbal
C
Tennis
D
Rugby

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

§1.1 Tegenstellingen in Nigeria
Welke?

Slide 10 - Tekstslide

Landschappen
  • Nigeria ligt in de tropen.
  • Veel verschillende landschappen en soorten landbouw

Slide 11 - Tekstslide

Savanne
Regenwoud
Woestijn
Steppe

Slide 12 - Sleepvraag

Steppe
Savanne
Tropisch regenwoud
Mangrove
Droog
Nat
Moesson 

Slide 13 - Tekstslide

Hoe is de bevolkingsspreiding in Nigeria?
A
Gelijk verdeeld
B
Ongelijk verdeeld

Slide 14 - Quizvraag

Bevolking
  • Het land in Afrika met de grootste bevolking. 
  • Ongelijke bevolkingsspreiding
Veel steden, veel werk

Slide 15 - Tekstslide

Bevolking
Verschil in welvaart
  • BNP = Bruto National Product

Gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking. 


Slide 16 - Tekstslide

De inwoners van Nigeria hebben dezelfde cultuur.
A
goed
B
fout

Slide 17 - Quizvraag

Cultuur
  • Verschillende etnische groepen maken Nigeria tot een multiculturele samenleving.
  • Religieuze mix. 
  • Deelstaten = gebieden met zelfbestuur 

Slide 18 - Tekstslide

Wat is geen oorzaak van de conflicten in Nigeria?
A
Oliewinning
B
Religie
C
Regionale ongelijkheid
D
Gaswinning

Slide 19 - Quizvraag

Noem een natuurlijke hulpbron waarover regelmatig conflicten in Nigeria ontstaan.
A
goede landbouwgrond
B
aardgas
C
aardolie
D
steenkool

Slide 20 - Quizvraag

Verscheurd land
Veel conflicten:
  • Macht: etnische minderheden worden gediscrimineerd.
  • Natuurlijke hulpbronnen (olie).
  • Religieuze groepen
  • Regionale ongelijkheid: mensen in armere gebieden voelen zich achtergesteld. 

Slide 21 - Tekstslide