Introductie Spelling H1, havo 3

Welkom 3Ha
Pak je leesboek.
Verder vandaag:
Start Spelling H1
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom 3Ha
Pak je leesboek.
Verder vandaag:
Start Spelling H1

Slide 1 - Tekstslide

Toets
Wordt deze week ingepland (waarschijnlijk tweede week na de herfstvakantie)

Gaat over:
Woordenschat H1, H2 en H4
Spelling H1 t/m H3

Slide 2 - Tekstslide

Spelling H1
Trema's, apostrofs en accenten
Pak je laptop en ga naar LessonUp. 

Slide 3 - Tekstslide

Spelling H1
Doel: Ik weet wanneer ik trema's, apostrofs en accenten moet gebruiken.

Slide 4 - Tekstslide

Welk woord is goed geschreven?
A
Kopieren
B
Kopiëren

Slide 5 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven?
A
Ideëen
B
Ideeën
C
Ideeen

Slide 6 - Quizvraag

Welk woord is hier goed geschreven?
A
's Avonds
B
s' Avonds

Slide 7 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven?
A
Buggytje
B
Buggy'tje

Slide 8 - Quizvraag

Trema
Gebruik je om te voorkomen dat 2 klinkers in 1 woord samen worden uitgesproken
     Wel: kopiëren, beëindigen, Azië, ideeën
     Niet: gekopieerd, video, buiig

Leenwoorden: fröbelen, conciërge
Let op: in samenstellingen gebruik je geen trema, maar een koppelteken: radio-interview, mee-eten, opera-achtig, cd-speler.

Slide 9 - Tekstslide

Welk woord is goed geschreven?
A
beeindigen
B
beëindigen
C
beeïndigen

Slide 10 - Quizvraag

Apostrof =  '
Als weglatingsteken: ’s avonds, Lars’ scooter, ’s-Hertogenbosch;

Uitspraakproblemen: kiwi’s, baby’s, Hanna’s fiets
      Niet bij: cadeaus, cowboys, Annes fiets

Afleidingen en meervouden van afkortingen: cc’en, dvd’tje, pc’s;

Verkleinwoorden op -y voorafgegaan door een medeklinker: baby’tje (maar: displaytje).

Slide 11 - Tekstslide

Accenten
Bijna allemaal op de letter é

Slide 12 - Tekstslide

Accenten
1. Accent aigu: logé, decolleté, soirée (geeft klemtoon aan)
      – Dat is volgens mij dé manier om de zaak aan te pakken. 
      – Jort heeft twéé auto’s en geen drie. 

2. Accent grave: barrière, crèche, fin de siècle

3. Accent circonflexe: crêpe, moment suprême (in het Frans stond hier vroeger een 's' achter)

Let op: Bij een opeenvolging van drie beklemtoonde letters in dezelfde lettergreep krijgen alleen de eerste twee letters een klemtoonteken, bijvoorbeeld: móói, frááie, ééuw.

Slide 13 - Tekstslide

ê
é
è
accent aigu 
accent grave
accent circonflexe

Slide 14 - Sleepvraag

In deze zin is er sprake van een accent...

Dat is volgens mij dé manier om het aan te pakken.
A
accent grave
B
accent circonflexe
C
accent aigu

Slide 15 - Quizvraag

Cedille
De cedille onderaan de c (ç) zorgt ervoor dat een c als s klinkt, wanneer die voor een a, o of u staat: Curaçao, garçon, reçu. 

Normaal klinkt de c in die gevallen als k (caravan, cake, curieus).

Slide 16 - Tekstslide

Wat is juist gespeld?
A
cafes
B
cafe's
C
cafés
D
café's

Slide 17 - Quizvraag

Wat is juist gespeld?
A
Mijn tante's wonen in 's Hertogenbosch
B
Mijn tantes wonen in 's hertogenbosch.
C
Mijn tantes wonen in Den Bosch.
D
Mijn tantes wonen in 's-Hertogenbosch.

Slide 18 - Quizvraag

Wat is juist gespeld?
A
's Morgen's neemt niemand z'n telefoon op.
B
'S morgens neemt niemand z'n telefoon op.
C
's Morgens neemt niemand zen telefoon op.
D
's Morgens neemt niemand z'n telefoon op.

Slide 19 - Quizvraag

Aan de slag
Maak spelling H1 opdr. 1 t/m 4 (blz 34 - 35). Je werkt uit je boek. 

Slide 20 - Tekstslide