leerjaar 1 week 7 PrC verzorging Persoonlijke verzorging mrov1

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verzorgingpraktijk caroussel verzorging+1toetsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Toets
Deze toets heeft 22 vragen.
Je hebt 22 minuten om de toets te maken.
timer
22:00000

Slide 2 - Tekstslide

Beoordelingen

Slide 3 - Tekstslide

Handen

Slide 4 - Tekstslide

Wanneer was jij je handen?
A
na toilet, na niezen, voor eten, voor koken
B
voor toilet, bij thuiskomst, na handen schudden, voor tandenpoetsen
C
sinds Corona altijd, overal.
D
als ik opsta en als ik ga slapen

Slide 5 - Quizvraag

Hoeveel minuten was je je handen
A
20 seconden
B
1 minuut
C
2 minuten
D
10 seconden

Slide 6 - Quizvraag

Kies twee functies van je nagels?
A
beschermen vingers
B
je kunt er dingen mee pakken
C
het voorkomt eeltvorming
D
je kunt nagels lakken. dat is mooi.

Slide 7 - Quizvraag

Hoe heet het?
waar wijst de pijl naar toe?
A
nagel
B
nagelwortel
C
nagelriem
D
nagelbed

Slide 8 - Quizvraag

Tanden

Slide 9 - Tekstslide

Hoe vaak per dag
moet je je tanden poetsen?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 10 - Quizvraag

Wat veroorzaakt tandsteen?
A
caviteit
B
cariës
C
tandplak
D
parodontitis

Slide 11 - Quizvraag

Je hebt bloedend tandvlees
na het tanden stoken.
wat is er aan de hand
A
tandvlees is ontstoken
B
je hebt parodontitis
C
je hebt in je tandvlees geprikt
D
je hebt te hard gepoetst

Slide 12 - Quizvraag

Lichaam

Slide 13 - Tekstslide

waar gebruik je het?
Deodorant
A
oksel
B
haren
C
lichaam
D
gezicht

Slide 14 - Quizvraag

waar gebruik je het?
Shampoo
A
oksel
B
haren
C
lichaam
D
gezicht

Slide 15 - Quizvraag

waar gebruik je het?
Wasgel
A
oksel
B
haren
C
lichaam
D
gezicht

Slide 16 - Quizvraag

waar gebruik je het?
scrubgel
A
oksel
B
haren
C
lichaam
D
gezicht

Slide 17 - Quizvraag

Huid en haar

Slide 18 - Tekstslide

Wat maakt je hoofdhuid vet?
A
haar gel
B
te vaak wassen
C
talg
D
zweten

Slide 19 - Quizvraag

Hoe vaak in de week moet je je haren wassen?
A
1
B
2
C
3
D
5

Slide 20 - Quizvraag

Hoe heten de drie huidlagen?
A
top/tussen/vet
B
boven / midden /onder
C
epidermis/ dermis/ subcutis
D
opper / leder / onderhuid

Slide 21 - Quizvraag

Je huid is het grootste orgaan van je lichaam.
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Waar is de hoornlaag van gemaakt?
A
levende huidcellen
B
dode huidcellen
C
huidschilvers
D
eelt

Slide 23 - Quizvraag

De hoornlaag bestaat uit twee lagen. Wat doet de kiemlaag?
A
cellen maken
B
dode huidcellen maken
C
wondjes dicht maken
D
eelt maken

Slide 24 - Quizvraag

Wat regelen de zweetkliertjes
A
afvoeren vocht
B
dat je kippenvel krijgt
C
je lichaamstemperatuur
D
de druk in je lichaam

Slide 25 - Quizvraag

In je huid zitten zintuigen.

Hoe heet het zintuig waarmee je iets kan vastpakken?

Slide 26 - Open vraag

In je huid zitten zintuigen.

Je slaat met een hamer op je duim. Je hebt pijn. Waar gaat het pijnsignaal heen?

Slide 27 - Open vraag

Je huid maakt talg aan hierdoor is je huid iets vettig. Hierdoor kan je huid goed tegen? (vul het woord in)

Slide 28 - Open vraag

Waarom moet je je gezicht wassen?

Slide 29 - Open vraag

Hoe vond je de toets.
1 makkelijk 10 moeilijk
110

Slide 30 - Poll