Introductie pedagogisch klimaat

Een veilig pedagogisch klimaat bij toezicht houden en begeleiden. 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Een veilig pedagogisch klimaat bij toezicht houden en begeleiden. 

Slide 1 - Tekstslide

De opdracht 

Slide 2 - Tekstslide

Lesstof 
Boek: Methodiek en begeleiden voor pedagogisch werk.
Thema 15, paragraaf 15.5 
Boek: Pedagogisch werk 1.                                                          
Thema 17                                

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Leerdoel: 
De student kan uitleggen wat pesten is en wat de risicofactoren zijn. 
De student kan uitleggen welke verschillende rollen er bij pesten zijn. 

Slide 5 - Tekstslide

Wat is pesten?

Slide 6 - Woordweb

 Pesten 
  • Iemand langdurig en opzettelijk vervelend behandelen, wat leidt tot lichamelijke verwondingen en/of psyisch lijden. 
  • Pesten komt overal voor.
  • Pesten is universeel, niet cultureel gebonden.
  • Pesten kan zo'n grote invloed hebben, je kunt spreken van een serieus maatschappelijk probleem.  

Slide 7 - Tekstslide

Welke factoren kunnen pestgedrag vergroten?

Slide 8 - Woordweb

Algemene risicofactoren
  • Kans op pestgedrag is groter in een beginnende groep of als er nieuwe leerlingen bijkomen. 
  • Pesten komt vaker voor op het vmbo dan op de have & vwo. 
  • Komt het meest voor bij jongeren tussen 10 en 14

Slide 9 - Tekstslide

Waarom pest een pester?

Slide 10 - Woordweb

Risicofactoren pester
  • Weinig aandacht, betrokkenheid of toezicht vergroot de kans op pestgedrag. 
  • Mishandeling, opgroeien in een achterstandswijk, onvolledig gezin of een te groot gezin vergroten ook de kans op pesten. 
  • Pester heeft vaak onoplosbare problemen en reageert deze frustratie af op anderen.
  • Kennen de zwakke plekken van anderen en maken daar negatief gebruik van. 
  • Wat kunnen we hieruit concluderen? 

Slide 11 - Tekstslide

Waarom wordt iemand gepest?

Slide 12 - Woordweb

Risicofactoren slachtoffer
  • Vaak weinig zelfvertrouwen.
  • Weinig vrienden, voelen zich eenzaam. 
  • Vroeggeboorte, lichamelijke/verstandelijke beperking, gedragsproblemen en fysieke of emotionele afhankelijkheid van ouders. 
  • Door gedrag irritatie bij anderen oproepen. zij uiten hun onzekerheid op een agressieve manier en lokken zo pesten uit.. 

Slide 13 - Tekstslide

Rollen bij pesten
Twee groepen: 
  1. Kinderen die er wel toe doen 
  2. kinderen die er niet toe doen. 
Hoor je bij de tweede heb je meer risisco om gepest te worden. Je wordt de zondebok: Zondebokfenomeen

Slide 14 - Tekstslide

Wat voor rollen zijn er bij het pesten?

Slide 15 - Woordweb

De zwijgers
  • Zwijgers weten dat er gepest wordt. 
  • Negeren het pesten uit angst.
  • Ze tolereren het pestgedrag door niks te zeggen. 
De verdediger
  • De verdediger neemt het op voor de gespeste.
  • Durft niet tegen de pester op te treden.
  • Als de pester uit de buurt is is deze persoon een grote steun voor de gepeste.

Slide 16 - Tekstslide

De assistent
  • Moedigt de pester aan vanaf de zijlijn.
  • Deze zorgt ervoor dat het pestgedrag in stand blijft
  • De assisten gaat soms verder in het pestgedrag dan de pester zelf. 
De meelopers 
  • De meeloper is een kind dat lachend of zwijgend onbewust de acties van de pester goedkeurt. 
  • Ze erkennen de dominante positie van de pester. 
  • Zijn vaak onzeker en willen zelf geen slachtoffer worden. 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Link

Pesten in het werkveld
Eigen ervaringen

Slide 19 - Tekstslide

Vragen? 

Slide 20 - Tekstslide

Verschilt pesten per cultuur?
A
Ja
B
Nee

Slide 21 - Quizvraag

Pesten komt vaker voor op het
A
vmbo
B
havo
C
vwo

Slide 22 - Quizvraag

Wat vergroot de kans op pestgedrag?
A
Een veilig leerklimaat.
B
Een niet gelijke verdeling van mannen en vrouwen.
C
Weinig aandacht en betrokkenheid.
D
Twee verschillende culturen bij elkaar.

Slide 23 - Quizvraag

Slachtoffers van pesten hebben vaak
A
Te weinig aandacht van hun ouders gekregen.
B
Weinig zelfvertrouwen.
C
Een dominant karakter

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide