Herhalingsles: verhaalelementen

Verhaalelementen
  • Je kan het thema van een verhaal benoemen
  • Je kan de verhaallijn uitschrijven
  •  Je kan het onderscheid maken tussen hoofd-, tegen- en nevenpersonages
  • Je kan het vertelstandpunt toelichten
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsBuitengewoon secundair onderwijs

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Verhaalelementen
  • Je kan het thema van een verhaal benoemen
  • Je kan de verhaallijn uitschrijven
  •  Je kan het onderscheid maken tussen hoofd-, tegen- en nevenpersonages
  • Je kan het vertelstandpunt toelichten

Slide 1 - Tekstslide

Welke verhaalelementen ken je nog?

Slide 2 - Open vraag

Het thema van een verhaal
= de kortst mogelijke omschrijving 
van het onderwerp van het verhaal

Slide 3 - Tekstslide

Welk thema past volgens jou bij deze boekcover?

Slide 4 - Open vraag

Welk thema past volgens jou bij deze boekcover?

Slide 5 - Open vraag

Welk thema past volgens jou bij deze boekcover?

Slide 6 - Open vraag

De verhaallijn
= chronologische opeenvolging van gebeurtenissen in een verhaal. 
Begint met wat eerst gebeurt, wat daarna,... 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Schrijf de verhaallijn bij dit
fragment uit in puntjes.

Slide 9 - Open vraag

De personages in een verhaal

Slide 10 - Tekstslide

Welke soorten personages ken je nog?

Slide 11 - Open vraag

Welke hoofdpersonages ken je?

Slide 12 - Woordweb

Protagonist
Antagonist
Nevenfiguur
Belangrijkste figuur
Komt soms voor in de titel van het verhaal
Harry Potter
oefent een belangrijke invloed uit op het hoofdpersonage: werkt het tegen, helpt het,.. 
Voldemort
De boze stiefmoeder uit Sneeuwwitje
Je komt er minder over te weten
Kan verschillende rollen spelen
Dobby, de huiself

Slide 13 - Sleepvraag

Benoem de personages in dit fragment.

Slide 14 - Open vraag

Benoem de personages in dit fragment.

Slide 15 - Open vraag

Vertelperspectieven

Slide 16 - Tekstslide

Bij welk vertelperspectief bestaat er een grote afstand tussen de lezer en het hoofdpersonage?
A
Ik-verteller
B
Alwetende hij-verteller
C
Persoonlijke hij-verteller
D
Alwetende zij-verteller

Slide 17 - Quizvraag

Bij welk vertelperspectief volg je mee door de ogen van het hoofdpersonage?
A
Ik-verteller
B
Alwetende hij-verteller
C
Persoonlijke hij-verteller
D
Alwetende zij-verteller

Slide 18 - Quizvraag

Bij welk vertelperspectief weet je als lezer net iets meer dan het personage?
A
Ik-verteller
B
Alwetende hij-verteller
C
Persoonlijke hij-verteller
D
Alwetende zij-verteller

Slide 19 - Quizvraag

Oefening!
Maak de twee oefeningen rond thema's, personages en vertelperspectieven in de bundel op Smartschool. 

Slide 20 - Tekstslide