Regie & Zelfredzaamheid

Ondersteunen bij zelfredzaamheid


  • Begeleidt een cliënt 
  • Ondersteunt bij wonen en huishouden 
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Ondersteunen bij zelfredzaamheid


  • Begeleidt een cliënt 
  • Ondersteunt bij wonen en huishouden 

Slide 1 - Tekstslide

Wat is ADL?

Slide 2 - Open vraag

Zelfredzaamheid

Slide 3 - Woordweb

Zelfredzaamheid: 


Het vermogen van mensen om zichzelf te redden op alle levensverrichtingen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

De mate van zelfredzaamheid is onder te verdelen in verschillende categorieën: 
  • Cliënten met een normale zelfredzaamheid. 
  • cliënten met een achterstand in de zelfredzaamheid.
  • Cliënten waarbij de zelfredzaamheid afneemt.
  • Cliënten waarbij de zelfredzaamheid tijdelijk verminderd is.
  • Cliënten die altijd of gedeeltelijk ontbrekende zelfredzaamheid hebben.  

Slide 6 - Tekstslide

Zelfredzaamheid is afhankelijk van:
Lichamelijk functioneren:  de cliënt moet de handeling aankunnen. 

Verstandelijk functioneren: de cliënt moet beschikken over inzicht in en kennis over de handeling die hij moet uitvoeren. 

Psychisch functioneren: de cliënt moet het nut van een handeling inzien en het vertrouwen hebben dat hij die handeling kan uitvoeren. 

Slide 7 - Tekstslide

Zelfredzaamheid ondersteunen door: 
  • Stimuleren & controleren
  • Handelingen aanleren
  • Handelingen structureren
  • Kennis vergroten
  • Zelfvertrouwen vergroten
  • Deels of geheel overnemen 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide



Hulp bieden bij 
incontinentie

Slide 13 - Tekstslide

Wat is incontinentie

  • Is onwillekeurig verlies van urine of ontlasting
  • Incontinentie van urine komt vaker voor dan incontinentie van ontlasting
  • één op de 20 mensen lijdt aan een of ander vorm van incontinentie
  • urine-incontinentie komt niet alleen bij ouderen voor.
  • urine-incontinentie komt veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen

Slide 14 - Tekstslide

Wat betekent incontinent zijn
A
Dat je ontlasting heel hard is.
B
Dat je niet kunt plassen.
C
Dat je niet kunt plassen en ontlasten.
D
Dat je geen controle hebt over je sluitspieren

Slide 15 - Quizvraag

Incontinentie = 
cliënt kan urine of ontlasting niet ophouden
    
Bijvoorbeeld door;
  • een operatie
  • verzwakte bekkenbodemspieren
  • niet(meer) voelen van de prikkel.
  • door een beperking bij   b.v.               dementie /hersenletsel;   niet meer begrijpen of geen aandrang voelen.
  • toilet niet meer kunnen vinden
  • kleding niet meer kunnen uit doen

Slide 16 - Tekstslide

Bij wie kan incontinentie voorkomen?
A
Kinderen
B
Volwassenen
C
Ouderen
D
Iedereen

Slide 17 - Quizvraag


Risico's en gevolgen bij incontinentie.
Urine en feces beschadigen de huid 
doordat deze o.a. zouten en zuren bevatten.



  •  roodhuid 
  • het vocht weekt de huid en kwetsbaar.
  • oppervlakkige huidlaag gaat stuk
  • risico op infectie door bacteriën

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

tips voor goede continentiezorg
  •  Kies de juist maat per persoon. S, M, L, XL,XXL.
  • welk absorptievermogen is nodig.
  • urine indicator geeft aan wanneer het tijd is om te verwisselen.
  • bij inleggers, goed sluitend ondergoed of Fix stretchbroekjes gebruiken.
  • altijd een plasgoot vouwen.
  • Verband moet goed aansluiten in de liezen

Slide 24 - Tekstslide

Hoe vaak incontinentie materiaal verschonen.

ieder 4 a 6 uur

Slide 25 - Tekstslide

Beroepshouding
  • Privacy
  • Begrip voor schaamte gevoelens
  • Zelfzorg stimuleren
  • Benodigdheden binnen bereik
  • Bel

Slide 26 - Tekstslide

Zijn er nog vragen

Slide 27 - Tekstslide