Onze natuur

ONZE NATUUR 🌳🐝🌊 *Van bijen en bossen tot natuurbranden*

1 / 47
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGASVBuitengewoon secundair onderwijsOpleidingsvorm 3

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

ONZE NATUUR 🌳🐝🌊 *Van bijen en bossen tot natuurbranden*

Open kort en concreet. Laat leerlingen mondeling voorbeelden van natuur noemen. Houd het laagdrempelig: bos, boom, bloem, vogel, zee.

Lesdoel

De leerling gebruikt woordenschat over maatschappelijke thema's in een zinvol verband.


Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden denk jij bij natuur?

Gebruik de woordwolk als korte activering. Laat leerlingen daarna 2 of 3 woorden hardop uitleggen of aanwijzen op een foto.

Wat is natuur?

  • Natuur is overal om ons heen.

  • We zien planten, dieren, water en bomen.

  • Natuur kan groot zijn, zoals een bos.

  • Natuur kan klein zijn, zoals een bij op een bloem.

Gebruik de foto’s als woordsteun. Laat leerlingen benoemen wat ze zien met losse woorden of korte zinnen.

Natuur is niet alleen wild

  • Ook in een stad kan natuur zijn.

  • Een park of tuin heeft planten en dieren.

  • Natuur kan dus tussen gebouwen voorkomen.

  • Niet alles buiten is natuur.

Benadruk het onderscheid rustig: een parking is geen natuur, maar een park kan wel natuur bevatten.

Voorbeelden van natuur

  • Bos

  • Zee

  • Duinen

  • Bloem

  • Vogel

  • Bij

  • Water

Spreek elk woord hardop uit en laat nazeggen. Dat helpt NT2-leerlingen.

Belangrijke woorden

  • Natuur: alles om ons heen met planten en dieren

  • Bos: plaats met veel bomen

  • Plant: levend organisme dat groeit

  • Insect: klein dier met zes poten

Deze slide heeft geen instructies

Nog meer belangrijke woorden

  • Duinen: heuvels van zand aan de kust

  • Leefomgeving: plaats waar een plant of dier leeft

  • Een bos is een leefomgeving.

  • De zee is ook een leefomgeving.

Herhaal het woord leefomgeving meerdere keren. Koppel het aan dieren die leerlingen kennen.

Natuurgebied

  • Een natuurgebied is een plek waar natuur belangrijk is.

  • Er leven planten, dieren en insecten.

  • Mensen proberen deze plaats te beschermen.

  • Auto’s en afval passen daar niet.

Gebruik concrete voorbeelden uit de buurt als dat kan: bos, heide, duinen, vijvergebied.

Wat is een leefomgeving?

A

een plaats om te winkelen

B

een plaats waar een plant of dier leeft

C

een plaats met veel auto's

D

een plaats zonder water

Sluit aan bij de woorden natuur, duinen, bos en leefomgeving. Bespreek dat bos en zee allebei een leefomgeving kunnen zijn.

Vul de juiste woorden in

In een natuurgebied leven planten, dieren en insecten. Een bos is een leefomgeving voor veel dieren. Mensen moeten de natuur daar beschermen.

natuurgebied
leefomgeving
beschermen
vervuiling
droogte
parking

De woorden komen letterlijk uit de vorige slides terug. Lees de zin eventueel eerst samen hardop.

Biodiversiteit

BIO = leven

DIVERSITEIT = verschillen


Biodiversiteit betekent:

veel verschillende soorten planten en dieren.

Zeg duidelijk dat dit een moeilijk woord is, maar dat de kern simpel is: veel verschillende soorten.

Deze slide heeft geen instructies

Meer of minder biodiversiteit?

Bos A

Bos B

🌳🌲🌸🌿🐝🦋🐦🐿️


Veel verschillende planten en dieren.

🌲🌲🌲🌲🌲


Alleen dezelfde bomen.

Laat leerlingen benoemen dat Bos B meer biodiversiteit heeft omdat er meer verschillende soorten zijn.

In welk bos is meer biodiversiteit?

A

Bos B

B

allebei evenveel

C

Bos A

D

geen van beide

Bos B is correct omdat daar meer verschillende soorten planten en dieren zijn, niet omdat er gewoon meer dingen staan.

Waarom is biodiversiteit belangrijk?

  • Een bloem geeft voedsel aan een bij.

  • Een bij helpt bloemen groeien.

  • Een vogel eet insecten.

  • Een boom geeft plaats voor een nest.

  • Planten en dieren hebben elkaar nodig.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Ecosysteem

Een ecosysteem is een plaats waar planten, dieren en hun omgeving met elkaar verbonden zijn.


Voorbeelden:

  • bos

  • zee

  • duinen

Dit is een extra moeilijk woord. Begrip is belangrijker dan perfecte herhaling.

Waarom is biodiversiteit belangrijk?

Verwachte elementen: veel verschillende soorten planten en dieren; eventueel met een voorbeeld zoals bos, bloemen, bijen, vogels. Focus op begrip, niet op perfecte formulering.

Vul de woorden in

Een ecosysteem is een plaats waar planten, dieren en hun omgeving verbonden zijn. Biodiversiteit betekent dat er veel verschillende soorten leven.

ecosysteem
Biodiversiteit
natuurbrand
vervuiling
droogte

Twee moeilijke woorden uit dit blok komen opnieuw terug in een korte, duidelijke context.

De natuur is niet onverwoestbaar

  • Bedreigd betekent: in gevaar.

  • De natuur kan schade krijgen.

  • Dat gebeurt door vervuiling, droogte en natuurbrand.

  • Dan wordt de leefomgeving van planten en dieren slechter.

Laat leerlingen per beeld zeggen wat ze zien: afval, plastic, droge grond, vuur.

Vervuiling

  • Vervuiling maakt water, lucht of bodem vuil.

  • Afval in een bos is vervuiling.

  • Plastic in zee is vervuiling.

  • Vervuiling is slecht voor dieren en planten.

Deze slide heeft geen instructies

Droogte

  • Droogte is lange tijd weinig of geen regen.

  • Gras, bladeren en takken drogen uit.

  • Planten krijgen het moeilijk.

  • De kans op een natuurbrand wordt groter.

Koppel droogte aan zichtbare kenmerken: bruin gras, droge bodem, weinig water.

Natuur in brand

  • In de zomer zijn er soms grote natuurbranden.

  • Dat gebeurt ook in Europa.

  • Voorbeelden: Spanje, Portugal en Frankrijk.

  • Ook in België kan het risico groter worden bij droog weer.

Gebruik recente beelden als die beschikbaar zijn, maar houd de uitleg eenvoudig en feitelijk.

Wat maakt water, lucht of bodem vuil?

A

droogte

B

leefomgeving

C

vervuiling

D

natuurgebied

Controleert het kernwoord vervuiling na de slides over bedreigingen voor de natuur.

Vul de juiste woorden in

De natuur kan bedreigd zijn. Door droogte drogen gras, bladeren en takken uit. Dan wordt de kans op een natuurbrand groter.

bedreigd
droogte
natuurbrand
biodiversiteit
zee
insect

Laat leerlingen de oorzaak-gevolgzin rustig lezen: bedreigd → droogte → natuurbrand.

Hoe begint een natuurbrand?

  • vuur

  • een weggegooide sigaret

  • barbecue of kampvuur

  • bliksem

  • menselijke fouten of brandstichting


Warm weer alleen maakt geen brand. Er is eerst vuur nodig.

Benadruk het misverstand: hitte alleen veroorzaakt niet automatisch een brand.

Waarom verspreidt vuur zich snel?

☀️ Hitte

💧 Droogte

💨 Wind


Deze drie maken een natuurbrand vaak groter en sneller.

Houd de focus op drie kernwoorden. Laat leerlingen ze mee uitspreken.

Van weinig regen naar brandgevaar

Weinig regen → droogte → droge planten en takken → vuur verspreidt sneller

Gebruik eventueel een nat blad en een droog blad als concreet voorbeeld tijdens de uitleg.

Waar komen natuurbranden voor?

  • Spanje

  • Portugal

  • Frankrijk

  • Griekenland

  • Verenigde Staten

  • Canada

  • Australië

Leg kort uit: het risico is groter op plaatsen met hitte, droogte en wind.

Klimaat en klimaatverandering

  • Klimaat: het gewone weer van een plaats over lange tijd

  • Klimaatverandering: de aarde wordt gemiddeld warmer


Meer hitte → meer uitdroging → groter brandgevaar

Formuleer voorzichtig: klimaatverandering veroorzaakt niet elke natuurbrand, maar kan de omstandigheden wel gevaarlijker maken.

Slide heading

Slide text

Voeg hier een korte educatieve video toe over het ontstaan van natuurbranden. Bespreek achteraf drie kernpunten: begin van brand, gevaar van droogte, effect van wind.

Wat kan een natuurbrand doen verspreiden?

A

wind

B

mist

C

schaduw

D

sneeuw

Sluit aan bij de drie kernwoorden hitte, droogte en wind.

Vul de woorden in

Warm weer alleen maakt geen brand. Er is eerst vuur nodig. Bij weinig regen ontstaat droogte. Door wind kan het vuur zich sneller verspreiden.

vuur
droogte
wind
plastic
ecosysteem
bij

Herneemt de kern van de uitleg én de video: begin van brand, droogte, effect van wind.

Noem 1 oorzaak van brand en 1 reden voor snelle verspreiding.

Verwachte elementen: sigaret, barbecue, kampvuur, bliksem, brandstichting of menselijke fout; plus uitleg dat droogte of wind het vuur sneller/groter maakt.

Nieuwe woorden in zinnen

  • In het bos is veel biodiversiteit.

  • Door de droogte is het gras bruin.

  • We moeten de natuur beschermen.

  • Plastic in zee zorgt voor vervuiling.

  • Door de wind verspreidt de natuurbrand zich snel.

Lees de zinnen luidop. Wijs de doelwoorden aan. Dit ondersteunt woordenschat in zinvol verband.

Zorgzaam omgaan met natuur

  • Geen afval achterlaten

  • Afval sorteren

  • Planten niet kapotmaken

  • Dieren niet storen

  • Voorzichtig zijn met vuur

  • Geen sigaretten in de natuur gooien

  • Regels in een natuurgebied volgen

Deze slide heeft geen instructies

Natuurbehoud

  • Natuurbehoud betekent: de natuur beschermen.

  • Zo kunnen planten en dieren blijven leven.

  • Natuurbehoud helpt de leefomgeving.

  • Het helpt ook de biodiversiteit.

Koppel dit nieuwe woord aan gedrag dat leerlingen zelf kunnen doen.

Maak de zinnen af

Plastic in zee zorgt voor vervuiling. We moeten de natuur beschermen. Dat heet ook natuurbehoud.

vervuiling
beschermen
natuurbehoud
droogte
sigaret
klimaat

Sluit aan bij de laatste slides over zorgzaam omgaan met natuur en het woord natuurbehoud.

Wat kan jij zelf het best doen voor de natuur?

1

geen afval achterlaten

2

voorzichtig zijn met vuur

3

dieren niet storen

4

regels volgen

Deze slide heeft geen instructies

Welk nieuw woord onthoud jij het best?

Reflectie zonder fout antwoord. Stimuleer één woord of één korte zin voor taalzwakkere leerlingen.

Wat hielp jou vandaag het meest om te begrijpen?

Reflectie op het leerproces. Mogelijke antwoorden: foto's, video, voorbeelden, herhaling, samen oefenen, zinnen lezen.

Eén woord dat jij meeneemt uit deze les

Gebruik dit als korte afsluiter vlak voor de woordenlijst. Lees enkele woorden hardop voor en koppel ze terug aan het lesdoel.

Woordenlijst

natuur - alles om ons heen met planten, dieren en water

bos - plaats met veel bomen

plant - levend organisme dat groeit

dier - levend wezen

insect - klein dier met zes poten

zee - groot water

duinen - heuvels van zand aan de kust

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

afval - dingen die mensen weggooien

brand - vuur dat schade kan doen

water - vloeistof die mensen, dieren en planten nodig hebben

natuurgebied - gebied waar de natuur belangrijk is

leefomgeving - plaats waar een plant of dier leeft

beschermen - ervoor zorgen dat iets veilig blijft

vervuiling - water, lucht of bodem vuil maken

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

droogte - lange tijd weinig of geen regen

hitte - heel warm weer

natuurbrand - brand in een bos of ander natuurgebied

bedreigd - in gevaar

soort - groep planten of dieren die bij elkaar horen

biodiversiteit - veel verschillende soorten planten en dieren

ecosysteem - plaats waar planten, dieren en omgeving verbonden zijn

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

klimaat - het gewone weer van een plaats over lange tijd

klimaatverandering - verandering van het klimaat op aarde

uitsterven - verdwijnen van een soort

natuurbehoud - de natuur beschermen en bewaren

Deze slide heeft geen instructies