14 september

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken opdrachten






 
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken opdrachten






 

Slide 1 - Tekstslide

Boeken
  • Staat er een stempel in je boek?
  • Staat je leerlingennummer in je boek? 

Slide 2 - Tekstslide

Vragen Grammatica?

Slide 3 - Open vraag

Geen vragen (meer)?
  • Pak maar een blaadje...

Slide 4 - Tekstslide

Boeken: Argo, 5e leerjaar
Pharos Grammatica
Woordenboek naar keuze

Slide 5 - Tekstslide

Encheiridion

Blz. 18-20,
Opdr. 11 t/m 15.

Slide 6 - Tekstslide

Opdracht 11

  • a. Τῶν ὄντων
  • b. τὰ μέν ... τὰ δέ ... de onderverdeling van de werkelijkheid (sommige dingen/andere dingen)

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 12

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 13

  • Het woord ὑποληψις gaat over de mening die jij zelf vormt. De kern van dit woord is verwant met het werkwoord λαμβάνω (pakken). Het woord δόξα is verwant met δοκέω (schijnen). Dat heeft dus te maken wat iemand anders van jóu vindt. Het gaat dus wel beide over mening, maar de eigenaar van de mening is telkens iemand anders.

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 14

  • a. οὐχ ἡμέτερα
  • b. ἴδια

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Opdracht 15a

  • Drie uitvergrote vooroordelen over stoïcijnen in het filmpje van Van Kooten en De Bie zijn:
  • "Stoïcijnen zijn gevoelloze, rare mensen."
  • "Stoïcijnen zijn grijze oude muizen, die alleen maar kunnen ratelen."
  • "Stoïcijnen hebben een hard oordeel."
  • "Er zijn maar weinig stoïcijnen"
  • "Stoïcijnen leven in een isolement."

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 15bcd

  • b. Stoïcijnen kunnen best actie ondernemen bij dingen die in hun macht liggen (zoals iets regelen voor de begrafenis van zijn vader) en Stoïcijnen oordelen niet over anderen, wat deze man wel doet (de verruwing van het tv-aanbod, ‘verkeerde dingen’ etc.) (zie r.8 en verder)
  • c. Wat in onze macht (ἐφ ἡμῖν) ligt is bij voorbeeld: het vermijden van de tak en de plas, opletten bij het autorijden.
  • d. Wat niet in onze macht ligt (οὐκ ἐφ ἡμῖν) is bijvoorbeeld: het overlijden van zijn vader, de achteropkomende auto.

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht 15e

  • e. Als Epictetus in dit filmpje een rol zou spelen, zou hij waarschijnlijk bij c ‘normaal doen’ en bij d zichzelf wel toestaan van slag te zijn, maar dat na korte tijd in het licht van het lot als onvermijdbaar zien en dus beschouwen als iets waarover je je geen zorgen meer hoeft te maken.

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 5

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht 7

  • a. Epictetus kiest ervoor om te beginnen met definities.
  • b. Epictetus licht eerst toe hoe het zit met de dingen die in onze macht liggen. Daarna noemt hij de eigenschappen van dingen die niet in onze macht liggen. Dus eerste het goed, dan het foute.

Slide 16 - Tekstslide

Opdracht 8

  • a. 

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht 9

  • a. r.1 μέν ... δὲ ...
  • b. r.6 οὖν
  • c. μέν ... δὲ ... kan betekenen: aan de ene kant.... (maar) aan de andere kant/enerzijds ... (maar) anderzijds οὖν bijvoorbeeld: kortom/dus samengevat [vergelijk het Duitse 'also' of het Latijnse 'ergo']

Slide 18 - Tekstslide

Aan het werk.
  • Herhaal de grammatica in Pharos
  • Maak opdr. 16 t/m 19 [5a]

Dit is ook huiswerk!

Slide 19 - Tekstslide