Intro periode 2

hoeveel provincies heeft Nederland?

A

12

B

10

C

9

D

20

1 / 42
volgende
Slide 1: Quizvraag
newEditorBurgerschapISK

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

hoeveel provincies heeft Nederland?

A

12

B

10

C

9

D

20

Dit is de provincie...

A

Gelderland

B

Zuid-Holland

C

Utrecht

D

Friesland

Dit is de provincie...

A

Gelderland

B

Zuid-Holland

C

Utrecht

D

Friesland

De hoofdstad van Zuid-Holland is...

A

Den Haag

B

Amsterdam

C

Haarlem

D

Groningen

De hoofdstad van Nederland is...

A

Den Haag

B

Amsterdam

C

Haarlem

D

Groningen

hoeveel werelddelen zijn er?

A

5

B

7

C

10

D

3

Noem vier werelddelen

Intro periode 2


inhoud van de les

  • Herhalingsvragen over periode 1

  • introductie van periode 2

  • Uitleg over de eindopdracht van periode 2

  • introductie van de onderwerpen

  • uitleg over verschil en overeenkomst

  • nieuws in makkelijke taal

Herhalingsvragen periode 1

Wat is dit?

A

Het voetbalveld

B

De tennisbaan

C

Het zwembad

D

het volleybalveld

Wat is dit?

A

Het voetbalveld

B

De tennisbaan

C

Het zwembad

D

het volleybalveld

Welke winkel is dit?

A

De slager

B

De bakker

C

De fietsenmaker

D

De supermarkt

Welke winkel is dit?

A

De slager

B

De bakker

C

De fietsenmaker

D

De supermarkt

introductie periode 2

Tradities en geloof


Multiculturele samenleving


Religie


Media

Onderwerpen deze periode:

Tradities en geloof:

Je kan de feestdagen die er in Nederland zijn noemen

Je kan uitleggen wat een traditie is

Je kan een paar tradities en normen noemen van verschillende religies


Multiculturele samenleving:

Je kunt wat Nederland een multiculturele samenleving maakt benoemen

Je kunt tolerantie uitleggen


Religie:

Je kan vertellen welke religie je hebt

Je kunt vertellen wat je doet voor je religie

Je kan verschillen en overeenkomsten noemen tussen twee religies


Media:

Je kan vertellen welke sociale media je gebruikt.

Je kan over je mediagebruik schrijven

Leerdoelen deze periode:

  • presentatie

  • tweetallen

  • Verschillen en overeenkomsten tussen jullie tradities, cultuur en religie



Eindopdracht van periode 2

Woordenlijst

Schrijf de woorden op en vertaal ze naar jouw eigen taal. Je mag Translate gebruiken

1. Traditie

2. Geloof

3. Gewoonte

4. Cultuur

5. Waarde

6. Normen

7. Feestdag

8. Multicultureel

9. Samenleving

10. Religie

11. Overeenkomst

12. Verschil

13. Media

14. Krant

15. Artikel

Tradities en geloof


Tradities = Een gewoonte die mensen uit een groep aan elkaar doorgeven



wat is een traditie uit jouw land?

welk eten hoort bij jouw cultuur?

Noem een feestdag die jij viert

Wat wil jij leren over tradities en geloof?

Multiculturele samenleving


Multiculturele Samenleving = een samenleving met meerdere culturen





Tolerantie: Andere mensen en culturen accepteren

zie jij meerdere culturen op straat?


Wat wil jij leren over een multiculturele samenleving?


religie


Religie = Geloof; je geloofd in iets


Voorbeeld: De Islam, het Christendom, het Hindoeïsme, etc.

Wat is jouw geloof?

Wat is belangrijk voor jouw geloof?

Wat wil jij leren over geloof?

Media


Sociale Media:

  • Krant

  • Journaal

  • Faceboek, youtube, instagram

Welke sociale media gebruik jij?

gebruik je sociale media elke dag?

wat wil jij leren over sociale media

Verschil en Overeenkomst

Verschil:

Bij een verschil zijn twee dingen Anders


Voorbeeld:

Overeenkomst:

Bij een overeenkomst zijn twee dingen hetzelfde


Voorbeeld:

Overeenkomst of verschil?

A

overeenkomst

B

verschil

Overeenkomst of verschil?

A

overeenkomst

B

verschil

Overeenkomst of verschil?

A

overeenkomst

B

verschil

Overeenkomst of verschil?

A

overeenkomst

B

verschil

  • presentatie

  • tweetallen

  • Verschillen en overeenkomsten tussen jullie tradities, cultuur en religie



onderwerpen:

Tradities en geloof


Multiculturele samenleving


Religie


Media



Eindopdracht van periode 2

Welk onderwerp lijkt jou het leukst?