Zukunft Woche 1

Kapitel 5: Die Zukunft / Woche 1

Herzlich willkommen!



Du brauchst: dein Buch, Stift und dein Schnellhefter

1 / 29
volgende
Slide 1: Slide
newEditorDuitsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Kapitel 5: Die Zukunft / Woche 1

Herzlich willkommen!



Du brauchst: dein Buch, Stift und dein Schnellhefter

PTD

Je kunt de woordenschat en de Spachmittel m.b.t. het thema Zukunft gebruiken.  

Je kent de grammatica en kan deze toepassen:  

  • Sterke werkwoorden met a en e in de stam in de tegenwoordige tijd.  

  • Veel voorkomende sterke werkwoorden in de tegenwoordige tijd.

Lesdoel:

Je kunt de woordenschat en de Spachmittel m.b.t. het thema Zukunft gebruiken. 


Je kent minimaal 5 Duitse beroepen.

Je kunt in het Duits zeggen wat je wilt woorden en waarom.


Wie geht es dir?

Aufgabe 1

Luisteren:

Wat betekent in het Duits: “Wat wil je later worden?”

Je hebt een paar beroepen gehoord. Noem vier beroepen.

Schrijf bij het gekozen beroep een reden waarom ze dat beroep wilt worden.


Aufgabe 2


Wat ga je doen?
Je gaat een tekst lezen over wat leerlingen later willen worden.

Hoe?
Zelfstandig lezen en daarna de vragen beantwoorden.

Tijd:
10 minuten.

10

minute

00

second

Aufgabe 3

Slide tekst

Das habe ich gelernt:

Hausaufgabe

S.177, opdracht 2


Herzlich willkommen!

Woche 2: Die Zukunft

Wie geht es dir?

Hausaufgabe

S.177, opdracht 2


Lesdoel

Je begrijpt informaties over beroepen.

Je kent minimaal 10 woorden over het hoofdstuk 5 toekomst.


Je kunt vraag stelling en antwoord geven over toekomst.



Woordenschat

Slide tekst

Maak opdracht 7

Hulp: leeroverzichtlijst

Daarna: Leer de woorden actief!

Maak 4 zinnen gebruik woorden zoals:


Ich mache...

Ich möchte..

du möchtest.../willst

er/sie/ möchte.../will

habe.. hast...


Beispiel:

Ich mache ein Praktikum als Anwalt.

Afsluting:

Wat weet je al over sterke werkwoorden in het Duits

Leerdoel

Aan het eind van de les kun je sterke werkwoorden met a en e in de stam juist gebruiken en begrijp je belangrijke woorden en zinnen rond het thema 'toekomst'.

Wat zijn sterke werkwoorden?

Sterke werkwoorden veranderen van klinker in de stam bij vervoeging. Dit gebeurt vooral bij werkwoorden met a en e in de stam, zoals 'fahren' of 'sehen'.

Voorbeeld: werkwoorden met 'a' en 'e'

Voorbeeld: 'fahren' → ich fahre, du fährst, er/sie/es fährt.

Met 'a' in de stam

Met 'e' in de stam

Voorbeeld: 'sehen' → ich sehe, du siehst, er/sie/es sieht.

Woordenschat en Sprachmittel

Leer toekomstgerichte woorden en zinnen zoals: 'Ich möchte...', 'In der Zukunft...', 'Mein Traum ist...'.

Veel gebruikte sterke werkwoorden

Voorbeelden zijn: geben, nehmen, lesen, sprechen, beginnen. Deze komen vaak voor als je over de toekomst praat.

Oefenen: maak zelf zinnen

Gebruik tenminste één sterk werkwoord en een toekomstwoord in een zin. Voorbeeld: 'In der Zukunft fahre ich nach Berlin.'

Reflectie: wat heb je geleerd?

Kies een sterk werkwoord uit deze les en schrijf een korte zin over jouw toekomst. Kun je de vervoeging goed toepassen?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.