Sector 02 - Mediatiseren - Manipulatie - Indoctrinatie - Propaganda

 Nieuws
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
CultuurwetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

 Nieuws

Slide 1 - Tekstslide

Wat betekend mediatiseren?

Slide 2 - Open vraag

Mediatiseren
Media zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Hun invloed mogen we daarom ook niet onderschatten. Vooral massamedia winnen aan invloed. Er is sprake van een zogenaamde mediatisering. 

Dit verwijst naar een brede verandering van de samenleving onder druk van het toegenomen gebruik en belang van de media als communicatie- en informatiekanaal. 


Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Wat is het gevaar van social media als nieuwsbron?

Slide 5 - Open vraag

Kranten werden vroeger
A
gratis uitgedeeld
B
voorgelezen op café
C
door alle lagen van de bevolking gelezen
D
niet serieus genomen

Slide 6 - Quizvraag

De hoofdtaak van een journalist is?

Slide 7 - Open vraag

Een goede journalist checkt hoeveel bronnen?

Slide 8 - Open vraag

De journalistieke code
Nieuwsselectiecriteria
waarheidsgetrouw berichten
Onafhankelijk informeren 
Fair play
Respect voor privéleven en menselijke waardigheid 
Actualiteit
Human interest
Doelgroep
Opvallendheid

Slide 9 - Sleepvraag

Social media is een nieuwsorganisatie?
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Geef een voordeel van nieuws over social media

Slide 11 - Open vraag

Geef de 3 nieuws kanalen

Slide 12 - Open vraag

Wat is een persagandschap?

Slide 13 - Open vraag

Macht van massamedia


Massamedia geven ons wereldbeeld tegenwoordig dan ook mee vorm. 
Ze kunnen haatdragende uitingen, stereotypen, vooroordelen en discriminatie versterken.

We gaan dieper in op 2 theorieën: 
  • Injectienaaldtheorie
  • Selectieve perceptietheorie


Slide 14 - Tekstslide

Injectienaaldtheorie



De media zijn volgens deze theorie in staat tot indoctrinatie (iemand brainwashen) en manipulatie (waarheid verdraaien). 

Voorbeelden zijn: gewelddadige films en games die kunnen aanzetten tot agressie, het ontstaan van rages (hypes) en het beïnvloeden van de publieke opinie (algemene mening van de bevolking).

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Wat was de bedoeling van dit nieuwsbericht?

Slide 17 - Open vraag

Selectieve perceptietheorie




Volgens deze theorie worden mensen soms beïnvloed door de media, maar soms ook niet: dit is afhankelijk van hun referentiekader

Mensen nemen waar op basis van hun referentiekader (normen en waarden die je hebt meegekregen in je leven). Informatie die daar niet bijpast, wordt niet waargenomen. Sommige communicatiedeskundigen zijn dan ook van mening dat de media alleen die mensen kan bereiken, die ervoor open staan.


Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Link

Slide 21 - Video

Waarom is dit fragment een voorbeeld van selectieve perceptietheorie

Slide 22 - Open vraag

Wat is manipulatie?

Slide 23 - Open vraag

Manipulatie
Het bewust beïnvloeden van gedachten, gevoelens of gedrag van mensen met als doel een bepaald resultaat te bereiken



Het kan verschillende technieken omvatten, zoals het verstrekken van misleidende informatie, het gebruik van emotionele manipulatie of
het aanwenden van sociale druk. Manipulatie is vaak gericht op het beïnvloeden van individuen of groepen zonder hun volledige
bewustzijn of instemming.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Link

Manipulatie
Een voorbeeld van een kleine manipulatie is een reclame van een fastfoodketen. Ze laten een heerlijke burger zien, maar in het echt krijg je maar een heel klein stukje vlees. De waarheid (het kleine stukje vlees) wordt verdraaid, zodat degenen die de foto te zien krijgen de burger gaan kopen. 

Slide 26 - Tekstslide

Manipulatie
Een voorbeeld van een ernstigere vorm van manipulatie is bijvoorbeeld een jongen een meisje ervan overtuigd dat hij verliefd is op haar. Om de liefde en aandacht van de jongen te blijven krijgen, moet het meisje naaktfoto’s sturen. Dit kan tot erg veel problemen leiden, dus het is erg belangrijk om je bewust te zijn van manipulatie en wat er door manipulatie kan gebeuren.

Slide 27 - Tekstslide

Wat is indoctrinatie?

Slide 28 - Open vraag

Indoctrinatie
Indoctrinatie is een flinke stap verder dan manipulatie. Met indoctrinatie wordt bedoeld dat stelselmatig, over een langere tijd, iemand beïnvloed wordt door de mening van een ander. 
Doordat indoctrinatie over langere tijd plaatsvindt, kan degene die geïndoctrineerd wordt al zijn eigen ideeën en meningen achterlaten en het volledig eens zijn met de indoctrinator. 

Slide 29 - Tekstslide

Indoctrinatie
Systematisch en eenzijdig onderwijzen of inprenten van specifieke overtuigingen, waarden of ideologieën aan individuen met als doel hen volledig te overtuigen en kritisch denken of afwijkende standpunten te ontmoedigen.

Indoctrinatie wordt vaak geassocieerd met autoritaire regimes, religieuze sekten of extremistische groeperingen die hun leden willen beïnvloeden en controleren. Het kan plaatsvinden door middel van onderwijs, religieuze instructies, propaganda of sociale druk.

Slide 30 - Tekstslide

Indoctrinatie
Indoctrinatie komt vaak voor bij gesloten landen, zoals bijvoorbeeld Noord-Korea of de vroegere Sovjet-Unie. In Noord-Korea is bijvoorbeeld maar één televisiezender en dat is die van de staatstelevisie. Naast de staatstelevisie is er bijna geen toegang tot informatie, de kranten, het internet en de andere media zijn allemaal onder controle van de regering. Door deze indoctrinatie zijn mensen in Noord-Korea ervan overtuigd dat hun vreselijke leefomstandigheden (veel Noord-Koreanen lijden honger) normaal zijn. Ze weten immers niet beter.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Wat is propaganda?

Slide 33 - Open vraag

Propaganda 
 Systematisch verspreiden van informatie, ideeën of opvattingen met als doel de publieke opinie te beïnvloeden en de steun voor bepaalde overtuigingen of acties te vergroten.
Propaganda kan worden gebruikt door individuen, groepen, organisaties of regeringen en kan verschillende media en technieken omvatten, zoals reclame, nieuwsberichten, politieke toespraken of sociale media. Het doel van propaganda is vaak het manipuleren van emoties en overtuigingen om bepaalde doelen te bereiken.

Slide 34 - Tekstslide

Demoniseren
Het overdreven negatief afschilderen van een persoon, groep of idee met als doel haat, vrees of afwijzing op te wekken.

Voorbeeld:
Een politieke campagne die een tegenstander afschildert als een gevaarlijke en corrupte persoon om stemmen te winnen.

Slide 35 - Tekstslide

Verbloemen
Het bewust verbergen of minimaliseren van negatieve aspecten van een persoon, gebeurtenis of beleid om een positiever beeld te creëren.

Voorbeeld:
Een bedrijf dat alleen de positieve impact van zijn producten benadrukt, terwijl het de negatieve milieu impact negeert.

Slide 36 - Tekstslide

Zwart/wit voorstelling
Het presenteren van een complexe kwestie als een strikt contrast tussen twee tegenovergestelde en onverenigbare posities.

Voorbeeld:
Een politicus die beweert dat je óf voor een bepaald beleid bent, óf je bent tegen de samenleving.

Slide 37 - Tekstslide

Herhaling
Het continu herhalen van een boodschap of slogan om de bekendheid en acceptatie ervan te vergroten. 

Voorbeeld: 
Een reclamecampagne die dezelfde slogan herhaaldelijk gebruikt om het merk in het geheugen van mensen te verankeren.

Slide 38 - Tekstslide

Groepsgevoel
Het creëren van een gevoel van saamhorigheid, identiteit of loyaliteit binnen een bepaalde groep om steun te krijgen voor een bepaald idee of doel. 

Voorbeeld: 
Een politieke partij die benadrukt dat zij de belangen van de "echte burgers"
vertegenwoordigt, waardoor een gevoel van solidariteit onder de aanhangers ontstaat

Slide 39 - Tekstslide

Inspelen op angsten
Het bewust benadrukken van angsten, zorgen of bedreigingen om steun te krijgen of gedrag te beïnvloeden. 

Voorbeeld: 
Een campagne die suggereert dat immigratie leidt tot een toename van criminaliteit en terrorisme, om zo steun te krijgen voor strengere immigratiewetten

Slide 40 - Tekstslide

Veralgemening 
Het trekken van algemene conclusies op basis van beperkte of selectieve informatie om een bepaalde boodschap te ondersteunen. 

Voorbeeld: 
Een nieuwsbericht dat enkele incidenten van geweld door demonstranten uitvergroot en zo suggereert dat alle demonstranten gewelddadig zijn

Slide 41 - Tekstslide

Inspelen op waarden
Het aanspreken van de diepgewortelde waarden, normen of overtuigingen van mensen om steun te krijgen voor een bepaald standpunt. 

Voorbeeld: 
Een politieke campagne die benadrukt dat het beschermen van tradities en familiewaarden van cruciaal belang is.

Slide 42 - Tekstslide

Gebruik van stereotypen
Het generaliseren van eigenschappen, gedragingen of kenmerken van een hele groep mensen op basis van enkele individuele voorbeelden.  

Voorbeeld: 
Een reclame die vrouwen stereotiep afbeeldt als zorgzaam en gericht op uiterlijk, waardoor een simplistisch beeld van vrouwelijkheid wordt gecreëerd.

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video

Aan de slag
Volgende week is er de race over sector 02!
In het leerpad kan je alle lessen terug vinden en staan extra oefeningen.
Maak deze oefeningen en maak een mind map over het onderwerp!

In te delen in 2 grote thema's --> massacommunicatie en nieuws

Slide 45 - Tekstslide

Mindmap

Slide 46 - Tekstslide