GT thema 2 Jongeren

Thema Jongeren 
Oefenen voor het proefwerk van aanstaande donderdag 
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema Jongeren 
Oefenen voor het proefwerk van aanstaande donderdag 

Slide 1 - Tekstslide

Wat betekent het begrip Socialisatie

Slide 2 - Open vraag

Waarom verschilt het begrip cultuur afhankelijk waar je bent?

Slide 3 - Open vraag

Aangeleerde eigenschappen
A
Deze eigenschappen heb je vanaf je geboorte
B
Deze krijg je aangeleerd door bijv. socialisatie
C
Dit is een ander woord voor Nature
D
dit betekent of je zangtalent hebt

Slide 4 - Quizvraag

Ik kan het verschil tussen nature en nurture uitleggen
😒🙁😐🙂😃

Slide 5 - Poll

Welke 4 manieren waarop socialisatie plaats vind ken jij?

Slide 6 - Open vraag

Wat is een rolpatroon?
A
Een rol die hoort bij een patroon
B
Geen onderscheid tussen mannen en vrouwen
C
Gedrag dat wij van mensen in bepaalde situaties verwachten
D
Als een man een jurk draagt en een vrouw het afval buiten zet

Slide 7 - Quizvraag

Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen roldoorbrekend en rolbevestigend gedrag
😒🙁😐🙂😃

Slide 8 - Poll

Met tolerant zijn bedoelen wij?

Slide 9 - Woordweb

Leg het begrip internalisatie? uit

Slide 10 - Open vraag

Bij sociale cohesie bedoelen wij
A
De ik cultuur
B
Je voelt je met niemand verbonden
C
Je voelt je 1 met de groep --> de wij cultuur
D
Je hebt andere normen en waarden als de groep

Slide 11 - Quizvraag

Groepsidentificatie is
A
Verbonden voelen met een groep mensen met dezelfde kenmerken / interesse
B
Jij lijkt op iemand anders
C
Je hebt geen enkele overeenkomst met andere
D
Je bent alleen

Slide 12 - Quizvraag

Ik kan het begrip generatieconflict uitleggen
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

Schrijf dit begrip op en leer het
"Polarisatie"

Slide 14 - Open vraag

Wanneer zijn jongerenculturen ontstaan?
A
Jaren 40
B
Jaren 60
C
Jaren 80
D
Jaren 50

Slide 15 - Quizvraag

De toets bestaat uit
- 15 vragen
- je kan maximaal 28 punten halen 

Slide 16 - Tekstslide