Blok 1 OVER TAAL kijk naar taal (Els)

Kijken naar taal:

stappenplan moeilijke woorden
  over taal  blz. 36-40
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Kijken naar taal:

stappenplan moeilijke woorden
  over taal  blz. 36-40

Slide 1 - Tekstslide

Je leest een woord dat je niet kent:
          Lees een stukje terug of juist verder. Soms wordt het woord uitgelegd. 
          Kijk of je een stukje van het woord wél kent.
          Kijk naar de plaatjes die bij de tekst staan.
          Vraag de betekenis aan iemand, of zoek de betekenis op in het  woordenboek.


stappenplan

Slide 2 - Tekstslide

Gaan we oefenen met 'opzoeken in een woordenboek'.

Het is dan belangrijk dat je het alfabet goed kent. 
In dit blok....

Slide 3 - Tekstslide

het alfabet

Slide 4 - Tekstslide

woordenboek op papier
woordenboek digitaal

Slide 5 - Tekstslide

Wat gebruik jij het liefst: een papieren of een digitaal woordenboek?

Slide 6 - Open vraag

In een woordenboek vind je veel meer dan alleen de betekenis van het woord. 
Je vindt er ook:
- hoe je die woorden goed schrijft
- hoe je het meervoud schrijft 
 - of het een de-woord of het-woord is.

woordenboek

Slide 7 - Tekstslide

woord... ook hoe je het goed schrijft
1
m. = het is een mannelijk woord. De schoen
2
hier ie je het meervoud:
-en  er wordt dan bedoeld: schoenen
3
betekenis 1
waarschijnlijk zijn er meer betekenissen. Dan wordt ook 2.  3.  etc aangegeven
4

Slide 8 - Tekstslide

Schrijf de letters van het alfabet op de goede volgorde op.
Hoeveel letters heeft het alfabet?

Slide 9 - Open vraag

Wanneer heeft het alfabet maar 23 letters?

Slide 10 - Woordweb

O
M
U
Y
Z
F
I
S
E
J
A
Welke letter staat direct voor de T
Welke letter staat direct voor de P
Welke letter staat direct voor de B
Welke letter staat direct achter de X 
Welke letter staat direct achter de E
Welke letter staat direct achter de I

Slide 11 - Sleepvraag

We verdelen dadelijk het woord in 3 blokken:
In welk blok past het woord?
BLOK 1  is A t/m I. 

dus de letters: a-b-c-d-e-f-g-h-i
BLOK 2 is J t/m Q. 

dus de letters: j-k-l-m-n-o-p-q
BLOK 1  is  R t/m Z.

dus de letters: r-s-t-u-v-w-x-y-z

Slide 12 - Tekstslide

Je krijgt dadelijk een aantal woorden.
In welk blok horen de woorden? 
schuifopdracht..... denk goed na!

Slide 13 - Tekstslide

blok 1
A  t/m  I 
blok 2
J  t/m  Q
blok 3
R  t/m  Z
bespreken
onderdeel
verbeteren
vernieuwend
mentor
vermogen

Slide 14 - Sleepvraag

theorie
  1. Als je woorden op alfabetische volgorde zet kijk je naar de eerste letter. 
  2. Als deze beginletter hetzelfde is, kijk je naar de tweede letter.
  3. Als deze ook weer hetzelfde is, kijk je naar de derde letter.... en zo verder. 


Slide 15 - Tekstslide

Zet de volgende woorden op alfabetische volgorde:

blokuur - mentor - excursie - rooster - lokaal

Slide 16 - Open vraag

Zet de volgende woorden op alfabetische volgorde:

tussenuur - mentor - rooster - lokaal - brugklas

Slide 17 - Open vraag

Zet de volgende woorden op alfabetische volgorde:

tussenuur - blokuur - mentor - excursie - rooster - lokaal - brugklas

Slide 18 - Open vraag

Zet de volgende woorden op alfabetische volgorde:

nakijken - verbeteren - beschrijven - aanraden

Slide 19 - Open vraag

Zet de volgende woorden op alfabetische volgorde:

nakijken - verbeteren - beschrijven - aanpassen - noteren - aanraden

Slide 20 - Open vraag

Deze vragen heb ik nog voor de juf over wat we deze lessen geleerd hebben. :

Slide 21 - Open vraag

Maak opdracht 40 in je schrift. (blz. 39 van het boek. 
Daarna lees je de theorie op blz. 39  (gele vlak)
Dan maak je opdracht 42 in je schrift. 


Zelfstandig aan het werk ......  


Slide 22 - Tekstslide