1a. Hoe heet de persoon die in 1815 het plan/ experiment bedenkt van
de Koloniën van Weldadigheid?
1b. Met dit experiment slaat hij (zie vraag 1a) 2 vliegen in één klap. Kortom, welke twee problemen worden met dit experiment aangepakt?
2a. Hoeveel koloniën van Weldadigheid zijn er gebouwd?
2b. Wat is de naam van de eerste kolonie van Weldadigheid?
3a. De dat-kan-toch-anders-man gaat in een scène naar een ander jaartal, welk jaartal?
3b. In welke eeuw is dit jaartal (zie vraag 3a)?
3c. Naar welke provincie verhuist het gezin in de scène met de dat-kan-toch-anders-man?
4. Omschrijf met 2 / 3 / 4 kenmerken een koloniewoning:
5. Hoe zag de startuitrusting eruit van een gezin in een kolonie van Weldadigheid?
6. In Nederland was toen nog géén Leerplicht, maar in de Koloniën van Weldadigheid wèl. Wat is Leerplicht?
7. Wat maakt de kolonie in Veenhuizen uniek in vergelijking tot de andere koloniën?
8. De belangrijkste gebouwen in een kolonie kennen spreuken die vertellen hoe de bewoners 'deugdzaam' (= netjes) moeten leven. Noem 1 / 2 spreuken op woningen die je in het filmpje ziet: