systeem aarde: paragraaf 3.3 klimaat en landschapzones

Deelvragen die je moet kunnen beantwoorden:
  • Hoe ontstaan verschillende landschappen onder invloed van met elkaar samenhangende geofactoren?
  • Waarom vallen natuurlijke landschapszones, klimaatzones en de zones van natuurlijke plantengroei grotendeels samen?
  • Wat zijn de kenmerken van de landschapszones en wat is de verklaring voor hun ligging?

1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Deelvragen die je moet kunnen beantwoorden:
  • Hoe ontstaan verschillende landschappen onder invloed van met elkaar samenhangende geofactoren?
  • Waarom vallen natuurlijke landschapszones, klimaatzones en de zones van natuurlijke plantengroei grotendeels samen?
  • Wat zijn de kenmerken van de landschapszones en wat is de verklaring voor hun ligging?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

succescriteria om die vragen te kunnen beantwoorden
  • Je kunt landschapszones beschrijven aan de hand van kenmerken.
  • Je weet op welke breedtegraad de verschillende landschapszones voorkomen.
  • Je kunt de geofactoren noemen.
  • Je kunt voorbeelden van relaties tussen geofactoren beschrijven.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 1
1a. Waar in VS ligt Death Valley?
1b. Waarom is het daar zo droog?
1c. Hoe is Devil's Golf Course ontstaan

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opgave 2: De geofactoren

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke factoren horen bij de biosfeer?
A
planten, dieren en klimaat
B
planten, dieren en mens
C
bodem, dieren en lucht
D
bodem, dieren en klimaat

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent lithosfeer?
A
aarde, water, vuur en lucht
B
de aardmantel
C
Vast gesteente waaruit de aardkorst en bovenste deel mantel bestaat
D
bodem, dieren en klimaat

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke geofactor is de laatste eeuwen steeds bepalender geworden?
A
klimaat
B
gesteente
C
lucht
D
de mens

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Landschap
Dynamisch systeem: constant in beweging en verandering.(tijd)
Wisselwerking tussen geofactoren
mens steeds belangrijker
landschapszone gebied met karakteristieke klimaat-en vegetatiekenmerken.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke natuurlijke factor bepaalt (verklaart) de overgang in landschapstypen?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het grote plaatje opgave 7
Tropische zone
Subtropische zone
Gematigde zone
Boreale zone
Polaire zone
Aride zone

Slide 11 - Tekstslide

Benadruk de aride zone:
- ook koude woestenen
- ook door hogedrukgebieden bij de keerkringen droogte

Landschap in tropische zone:

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Af
Aw

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarin verschilt savanne van steppe?
Hoe zie je dit terug in de vegetatie?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Landschappen
Verklaar het verschil in neerslag tussen het gebied rond de evenaar en het gebied rond de keerkringen. oorzaak-gevolg
Strategie voor het beantwoorden van deze vraag
-Waardoor wordt bepaald of er neerslag ontstaat of dat het droog blijft?
-waneer gaat lucht stijgen/dalen?
-Hoe is de situatie op verschillende breedtgraden m.a.w temperatuur en luchtdruk.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Etages in het tropisch regenwoud 
de bomen hebben verschillende hoogtes.

Altijd schemerig in het bos. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ligging subtropische zone

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Subtropische zone
Middellandse zeeklimaat-Steppe

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gematigde zone

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cs
Cf
Welke natuurlijke factor bepaalt het verschil in plantengroei tussen de gematigde zone en de subtropische zone?
In het Cs-klimaat is er een droge zomer en in het Cf-klimaat valt er het hele jaar neerslag.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boreale zone
Waarom vinden we de boreale zone alleen op het NH?
Op het ZH komt op de breedtegraad waar de boreale zone voorkomt geen land voor.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boreale zone
Df
Polaire zone
ET

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Isothermen = lijnen die plaatsen van gelijke temperatuur met elkaar verbindt.
Boomgrens de lijn waar boven het te koud is voor boomgroei.

Deze lijn loopt niet recht.
Hoe verklaar je dat?
strategie
-boomgrens wordt bepaald door temperatuur
-verschillen in temperatuur verklaar je met behulp van temperatuurfactoren
-hoogteligging, land-zeeverdeling, invloed wind-en zeestromen. 
-isotherm loopt dus niet evenwijdig aan de breedtecirkel

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Alpen
Waar begint de boomgrens?

Boomgrens: Wanneer de gemidddelde jaartemperatuur niet boven de 10 graden uitkomt is het te koud voor bomen om te groeien.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Berg Kilimanjaro in Tanzania
Ligt hier de boomgrens op dezelfde hoogte als in de Alpen?
Waarom wel/niet?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opg 5d: Wat is het verband tussen de dikte van de permafrostlaag en de breedteligging?
verklaring
Hoe hoger de breedteligging, hoe lager de gemiddelde temperatuur (oorzaak), waardoor de permafrost steeds dieper reikt naarmate je noordelijker komt in de polaire zone op het noordelijk halfrond (gevolg).

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Wat valt je op aan de zuidgrens van de permafrost in Rusland?  Noem 2 oorzaken (verklaren).
antwoorden
In het oosten ligt de grens veel zuidelijker.

Dit komt door:
de afstand tot zee (groot)
de hoogteligging (hoe hoger hoe kouder)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Wat valt je op aan de zuidgrens van de permafrost in Rusland?  Noem 2 oorzaken (verklaren).

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waardoor begint de polaire zone in het oostelijk deel van Noord-Amerika al vanaf 50 NB en in West-Europa op 66,5NB?
strategie en antwoord
Polaire zone is het in de warmste maand niet warmer dan 10 graden.
Het gaat om een verschil in temperatuur.
Verklaren vanuit temperatuurfactoren
Antwoord:
De Noord-Atlantische stroom (Golfstroom) zorgt in West-Europa voor een milder klimaat (oorzaak),
waardoor boreale plantengroei tot op hogere breedte mogelijk is (gevolg).

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klimaat invloed op de bodem (3)
  • Permafrost: grond die altijd  (= permanent) bevroren is.

  • Zomer: bovenlaag permafrost ontdooit. Moerassig; smeltwater kan niet weg. Dit veroorzaakt problemen bij bouwen huizen en infrastructuur; verzakking.

  • Hooggebergte ten zuiden van Rusland houdt als een muur warme tropische lucht tegen. 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aride zone

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Landschap in aride zone:

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aride zone
BW
BS

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aride zone
Steppe
Woestijn

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Droge klimaten (B)
De droge klimaten worden beïnvloedt door de aanwezigheid van gebergtes. Zo is in het oosten van Brazilië een BS (steppe) klimaat te vinden en een BW (woestijn) klimaat te vinden. Dat wordt veroorzaakt door een kustgebergte, waardoor sommige regio's in de regenschaduw liggen en opvallend droog zijn.
Datzelfde principe geldt voor de B-klimaten vanaf het zuiden van Argentinië tot en met Peru: Het zuidelijk deel ligt in de regenschaduw van wind uit het westen, dat ten westen van de Andes uitregent. Het deel aan de westkust ligt in de regenschaduw van de wind uit het oosten, dat uitregent boven het Amazonegebied en aan de oostkant van de Andes.
Een regenschaduw is de lijzijde van een gebergte: Tegen de andere kant waait de wind, stijgt op en regent uit (de loefzijde). Aan de lijzijde is de lucht al uitgeregend en dus droog. Hierdoor ontstaan er droge gebieden. 
De wind komt hier uit het westen, botst tegen de Andes, moet opstijgen, koelt af, waterdamp condenseert en het regent. Ten oosten van de Andes is het dus droog. 
Aan de westkust van Zuid-Amerika is het droog omdat hier de wind vanaf het oosten komt. De vochtige lucht van de Atlantische Oceaan regent eerst uit over het Amazonegebied en vervolgens tegen de Andes. Daardoor is de westkust van Zuid-Amerika een van de droogste gebieden ter wereld!

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beperkende factoren landbouw
  • te droog
  • te koud
  • te veel reliëf
  • gebrek vruchtbare bodems


Welke dimensie?

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bepekende factoren
landbouw
  • a. weinig vruchtbare bodem
  • b. te koud
  • c. te weinig neerslag
  • d. reliëf

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Relatie zeestromen en klimaat
Oorzaak: voor de kust van west-Europa stroomt een warme zeestroom.
Gevolg: waardoor het klimaat op hogere breedte milder is dan aan de oostkust van de VS waar een koude zeestroom loopt.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belangrijkste verschil tussen het C-klimaat en het D-klimaat?

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarin verschilt de steppe van de savanne?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de verklaring voor dit verschil?
A
In de steppe is het te warm voor bomen.
B
In de savanne regent het meer dan in de steppe.
C
In de steppe is het te droog .
D
In de steppe is het te koud voor bomen.

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan seizoenen en verschuiving luchtdrukgebieden/ITCZ
  • Aarde draait in 1 jaar om de zon (seizoenen) 
  • Aarde draait dagelijks om eigen as (dag/nacht)

  • op 2 momenten in het jaar staat de zon loodrecht op de evenaar.
  • Het lage luchtdrukgebied van de evenaar verplaatst zich richting het noordelijk halfrond en richting het zuiidelijk halfrond.

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Peru in Zuid- Amerika 
kent aan de westkust een (semi)-aride klimaat. Verklaar dit m.b.v de overheersende windrichting.

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

9a. de westkust van Peru ligt in de tropische zone en bestaat uit een semi-aride gebied.
9b. de windrichting is overwegend Zuidoost, dus over land.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Loefzijde                   Lijzijde

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies