Thema 3, week 2 Les 7 TRAPPEN VAN VERGELIJKING

slim - slimmer - slimst

  1. Ik ben slim.
  2. Jij bent slimmer.
  3. En hij is het slimst.

Let op de dubbelzetter!

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 5

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

slim - slimmer - slimst

  1. Ik ben slim.
  2. Jij bent slimmer.
  3. En hij is het slimst.

Let op de dubbelzetter!

Slide 1 - Tekstslide

groot - groter - grootst

  1. Jij bent groot.
  2. Ik ben groter.
  3. Hij is het grootst.

Let op de tekendief!

Slide 2 - Tekstslide

TRAPPEN VAN VERGELIJKING

Slide 3 - Tekstslide

LESDOEL
Ik weet wat een trap van vergelijking is en kan de trappen van vergelijking maken.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

juf doet het voor
GRAPPIG
Ik ben grappig.

Mijn broer is .......

Mijn vader is het .......

grappig
Vergrotende trap
Overtreffende trap
TRAPPEN VAN VERGELIJKING

Slide 9 - Tekstslide

Nu samen
STERK
Ik ben sterk.

Mijn broer is .......

Mijn vader is het .......

sterk

Slide 10 - Tekstslide

Nu jullie
STOER
Ik ben stoer.

Mijn broer is .......

Mijn vader is het .......

stoer

Slide 11 - Tekstslide

Nu jij
DIK
Ik ben dik.

Mijn broer is .......

Mijn vader is het .......

dik

Slide 12 - Tekstslide


Slide 13 - Open vraag


Slide 14 - Open vraag

Wat is de juiste volgorde
bij deze trap van vergelijking?
A
groot - groter - grootst
B
groots - groot - groter
C
groter - grootst - groot
D
groot - groots - groter

Slide 15 - Quizvraag

Wat is de juiste volgorde
bij deze trap van vergelijking?
A
knapper - knapst - knap
B
knapst - knap - knapper
C
knapper - knap - knapst
D
knap - knapper - knapst

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de juiste volgorde
bij deze trap van vergelijking?
A
liever - liefst - lief
B
liefst - lief - liever
C
lief - liever - liefst
D
lief - liefst - liever

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een goede trap van vergelijking?
A
hoog, hoogst, hoger
B
hoog, hoger, hoogst
C
hoogst, hoger, hoog
D
hoger, hoog, hoost

Slide 18 - Quizvraag

Wat is een goede trap van vergelijking?
A
lang, langer, langst
B
langst, langer, lang
C
lang, langst, langer
D
langer, lang, langst

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een goede trap van vergelijking?
A
blauwst, blauwer, blauw
B
blauw, blauwst, blauwer
C
blauw, blauwer, blauwst
D
blauwst, blauwer, blauw

Slide 20 - Quizvraag

De straat is smal.
Deze weg is ... ? ...
Het pad is het smalst.

Slide 21 - Open vraag

UITZONDERINGEN!!!
goed - beter - best
weinig - minder - minst
graag - liever - liefst
veel – meer - meest

Slide 22 - Tekstslide

nog een paar vragen
  • wat heb jij vandaag geleerd?
  •  Wat zijn de trappen van vergelijking van dik.
  • Schrijf de trappen van vergelijking op je wisbord: VIES
  • Heb je nog een vraag?

Slide 23 - Tekstslide

aan het werk
TAAL:
 Thema 3, week 2- Les 7

Opgave 2
Opgave 3
Klaar: 10 x plussen

Slide 24 - Tekstslide