In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Spelling
herhaling blok 4
groep 5
Slide 1 - Tekstslide
Spelling
herhaling blok 4
In deze les herhalen we de woorden die we geleerd hebben voor de vakantie.
Er is steeds een filmpje, en dan zijn er een aantal vragen over deze categorie.
Succes!
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Video
Slide 4 - Video
Welke woorden zijn goed gespeld? er zijn twee antwoorden goed.
A
rustig
B
heerluk
C
eerlijk
D
hongereg
Slide 5 - Quizvraag
Welke woorden zijn goed gespeld? Er zijn twee antwoorden goed.
A
gevaarluk
B
vriendelijk
C
feestelijk
D
prettug
Slide 6 - Quizvraag
Welke woorden zijn goed gespeld? Er zijn twee antwoorden goed.
A
lelijke
B
duidelek
C
toevallug
D
twintig
Slide 7 - Quizvraag
Slide 8 - Video
Welke woorden zijn goed gespeld? Er zijn twee antwoorden goed.
A
behoorlijk
B
ontelbaar
C
vurgadering
D
gutallen
Slide 9 - Quizvraag
Welke woorden zijn goed gespeld? Er zijn twee antwoorden goed.
A
ontkruid
B
vurstaan
C
bestellen
D
ontsnappen
Slide 10 - Quizvraag
Welke woorden zijn goed gespeld? Er zijn twee antwoorden goed.
A
gebak
B
onrustig
C
guvoel
D
ontzin
Slide 11 - Quizvraag
Slide 12 - Video
In welke zin staan het woord fout gespeld.
A
hij krijgt een boot.
B
dat is een mooi gezicht.
C
dat is zijn dogter.
D
ik heb een acht.
Slide 13 - Quizvraag
In welke zin staan het woord fout gespeld.
A
dat is een nagtegaal.
B
wij kuchen heel hard.
C
ik zet de kachel aan.
D
je hebt pech.
Slide 14 - Quizvraag
In welke zin staan het woord fout gespeld.
A
hij legt het boek weg.
B
dat is een mooie tocht.
C
hij weegt de tomaten.
D
het ligt staat aan.
Slide 15 - Quizvraag
Slide 16 - Video
Welke woord is goed gespeld?
A
achttien
B
feesdag
C
hardst
D
jassak
Slide 17 - Quizvraag
Welke woord is goed gespeld?
A
bodum
B
hopelijk
C
zeman
D
zeeven
Slide 18 - Quizvraag
Welke woord is goed gespeld?
A
niemant
B
koutst
C
stiekum
D
tandpasta
Slide 19 - Quizvraag
Spelling
herhaling blok 4
Dit was de les! Er komt nog één vraag hierna. Deze mag je beantwoorden. Als je er geen antwoord op kan geven, dan laat je hem open. Oefen de moeilijke categorieën extra in les 9 & 10 van je werkboek!
Slide 20 - Tekstslide
Welke categorieën of woorden vind je nog moeilijk?