1HV 4.3 Lezen

Nederlands is
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Nederlands is

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat leer je nou ... ?
1. Rijmschema (terugblik)

2. Studerend lezen
3. Tekstdoelen:  informeren en amuseren
4. Tekstvormen: schematische samenvatting en instructie
5. Leespubliek bepalen
6. Uitleggend tekstverband

Slide 3 - Tekstslide

Lezen

Slide 4 - Tekstslide

Wat is 
het rijmschema
van dit 
gedicht?

Slide 5 - Tekstslide

Wat is het rijmschema
van dit gedicht?
3 X ABCB
2 X ABCD

Slide 6 - Tekstslide

verkennend lezen
nauwkeurig lezen
Welke twee leesstrategieën ken je al?

Slide 7 - Woordweb

Leestrategie: Studerend lezen
Studerend lezen doe je om de lesstof goed te onthouden. 

Waarom lees je bij studerend lezen ook nauwkeurig ?






Slide 8 - Tekstslide

Let op hoofdzaken in elke alinea: de kernzinnen en vetgedrukte woorden. 
Laat je overhoren of beter nog is, vertel de inhoud aan een ander!
Studerend lezen én leren?

Maak een schematische samenvatting!
Kijk eens op bladzijde 22.

Slide 9 - Tekstslide


Wat wil de schrijver bereiken? Wat is zijn tekstdoel?
De schrijver wil...
tekstdoel
toelichting
 tekstvormen
de lezer informatie geven.
informeren
Informatie over iets wat werkelijk bestaat en je komt iets te weten.
- nieuwsbericht
- schoolboek
- krantenartikel
- schematische     samenvatting
- instructie
de lezer vermaken.
amuseren
Vaak verzonnen gebeurtenissen en je leest om te ontspannen, voor de lol dus.
- leesboek
- stripverhaal
- gedicht
- liedtekst

Slide 10 - Tekstslide

=   instructie

Slide 11 - Tekstslide

Welk doel heb je als lezer wanneer je fictie leest?
A
Je wilt geïnformeerd worden over een onderwerp.
B
Je wilt je vermaken.
C
Je wil iemand overtuigen van jouw mening.
D
Je wil iemand overhalen om iets te doen.

Slide 12 - Quizvraag

Het leespubliek bepalen

Slide 13 - Tekstslide

Waarom is deze tekst geschreven voor jongeren? Zeg iets over de bron, het onderwerp, taalgebruik en de aanspreekvorm.
Er is een nieuwe griep ontdekt bij zeehonden. Het virus komt van vogels en heeft intussen honderden zeehonden de das omgedaan. Nu kun je denken: 'Ach, het zijn maar zeehonden'. Maar als het virus zoogdieren ziek kan maken, kan dat op termijn ook een gevaar voor mensen vormen.
(Bron: Know How)

Slide 14 - Tekstslide

Opsommend
tijdsvolgorde
tegenstellend
Welke drie tekstverbanden ken je al?

Slide 15 - Woordweb

Het uitleggend tekstverband
  • In teksten met het tekstdoel informeren
  • Legt iets uit, vaak in de vorm van een voorbeeld.
  • Signaalwoorden: bijvoorbeeld, dat wil zeggen, met andere woorden, onder andere, zoals

Voorbeeld:
Trojaanse paarden zitten bijvoorbeeld verscholen in gratis software die je op internet kunt downloaden. 

Slide 16 - Tekstslide

Wat?
§4.3 Lezen: Lees de theorie en maak 
opdrachten 2ab, 3acdef, 4, 5 , 7 t/m 12a
Hoe?
Ta!ent deel B leerwerkboek + schrift + blaadje
Hulp?
Boek, klasgenoot, Straver
Resultaat?
Huiswerk + bootje ;)
Leerdoel?
Studerend lezen, tekstdoelen: informeren en amuseren, schematische samenvatting, leespubliek, uitleggend tekstverband, instructie 
Klaar?
Daltontaak 11: Maak in jouw leerwerkboek opdrachten 2abd t/m 5, 7ab t/m 9 uit §4.5 Woorden. Kijk de antwoorden zorgvuldig na, want de lesstof komt terug op de Toets in week 13.

Slide 17 - Tekstslide

Wat weet je nu?

Slide 18 - Tekstslide

Je weet dit!

Studerend lezen
Tekstdoelen: informeren en amuseren
Tekstvormen: Schematische samenvatting en instructie
Leespubliek
Uitleggend tekstverband

Slide 19 - Tekstslide

Einde van de les

Slide 20 - Tekstslide