Straling H8.1 eigenschappen

Hoofdstuk 8, Straling
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 8, Straling

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Eind van de les weet/ken je:
- 5 soorten straling en de kenmerken
- effecten van straling
- wat elektromagnetische straling is en welke gevaarlijk
- hoe je je kan beschermen
- nuttig gebruik


Slide 2 - Tekstslide

Straling
Als er straling op een voorwerp valt kan het worden weerkaatst, doorgelaten, of geabsorbeerd. 
Effect:
Als de straling wordt weerkaatst kan het warmte afgeven of stoffen kapot maken. Dat kapot maken noemen we het ioniserend effect
vb UV straling van zon op kleuren

Slide 3 - Tekstslide

Straling waarnemen
Alleen licht straling kun je waarnemen. van rood tot violet.

Alle andere stralingen zijn voor mensen onzichtbaar.

Er zijn wel apparaten ontwikkeld om straling te zien / meten.
vb. infrarood camera
Verschillende dieren kunnen wel meerdere stralingen zien.

Slide 4 - Tekstslide

Soorten straling
  • zichtbaar licht
  • Uv straling
  • IR straling
  • Microgolven
  • Röntgenstraling
  • gammastraling

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Uv straling

Slide 8 - Tekstslide

UV straling 
Deze straling zorgt er voor dat je bruin wordt. Ook is dit de bron van vitamine D voor je lichaam. 

Zonlicht bestaat uit:
95% UV-A straling: huidveroudering
5% UV-B straling: bruin worden (en ook verbranden en daaropvolgend huidkanker) en vitamine D productie


Slide 9 - Tekstslide

IR straling

Slide 10 - Tekstslide

IR straling
Infrarood straling wordt ook wel warmtestraling genoemd. Deze straling wordt gebruikt in sauna's en in hitte zoekende camera's voor nightvision (denk maar aan Battlefield of andere oorlogsspelletjes). 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Microgolven

Slide 13 - Tekstslide

Microgolven
Een microgolf is elektromagnetische straling; het zijn radiogolven in het hogere frequentiegebied. De golflengte is groter dan die van infrarood.

Slide 14 - Tekstslide

Rontgenstraling

Slide 15 - Tekstslide

Rontgen
In 1894 nam Wilhelm Rontgen de eerste rontgenfoto van de hand van zijn vrouw. Tegenwoordig maken we nog steeds gebruik van deze techniek om naar beenderen te kijken. 

Slide 16 - Tekstslide

Rontgenfoto maken
Een rontgenfoto wordt gemaakt door rontgenstraling door een lichaamsdeel van een patient te stralen. De beenderen absorberen deze straling, de rest van de straling wordt doorgelaten en zorgen voor een schaduw. Hierna wordt de foto in negatief gezet (zwart wordt wit en wit wordt zwart), waardoor je de beenderen als wit ziet. En de achtergrond zwart. 

Slide 17 - Tekstslide

Straling meten
Straling breidt zich vanuit het middelpunt uit. 
Het komt  altijd uit een bron vandaan.

Vlak bij de bron is de straling het sterkst. Hoe verder je van het middelpunt weggaat, hoe minder sterk de straling wordt.

Slide 18 - Tekstslide

Effecten van straling
Straling bevat energie => stralingsenergie
Straling kan:
         - worden omgezet in warmte
                         => verwarming
          - stoffen afbreken
                         => UV straling, kleuren kapot maken
          - moleculen kapot maken
                         => Ioniseren straling (röntgenstraling) ook UV straling.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Bij welk apparaat wordt IR straling gebruikt?
A
magnetron
B
radiator
C
zonnebank
D
lamp

Slide 21 - Quizvraag

Bij welk apparaat wordt UV straling gebruikt?
A
magnetron
B
radiator
C
zonnebank
D
lamp

Slide 22 - Quizvraag

Bij welk apparaat worden microgolven gebruikt?
A
magnetron
B
radiator
C
zonnebank
D
lamp

Slide 23 - Quizvraag

Bij welk apparaat wordt zichtbare straling gebruikt?
A
magnetron
B
radiator
C
zonnebank
D
lamp

Slide 24 - Quizvraag

Wat doet een raam met het licht van de zon?
A
Het licht wordt geabsorbeerd door het glas.
B
Het licht wordt weerkaatst door het glas
C
Het licht wordt doorgelaten door het glas.
D
Het licht maakt het raam stuk.

Slide 25 - Quizvraag

Wat gebeurt er met de UV straling wanneer je in de zon ligt?
A
UV straling wordt geabsorbeerd door het lichaam
B
UV straling wordt teruggekaatst door het lichaam
C
UV straling maakt het lichaam warm

Slide 26 - Quizvraag

Wat kan een bij zien in tegenstelling tot mensen?
A
Radioactieve straling
B
microgolven
C
UV- straling
D
IR- straling

Slide 27 - Quizvraag

Welk soort straling is gevaarlijk voor je?
A
microgolven
B
zichtbare straling
C
UV straling
D
IR straling

Slide 28 - Quizvraag

Sterk ioniserend!
Zwak ioniserend!
Ioniserend!
Radioactieve straling
Röntgenstraling
UV straling

Slide 29 - Sleepvraag

waarmee meet je ioniserende straling?
A
een dosismeter
B
stralingsmeter
C
geiger-müllerbuis
D
röntgenmeter

Slide 30 - Quizvraag

De dosis straling die je ontvangt wordt uitgedrukt in
A
Röntgen (R)
B
milliSievert (mSv)
C
Ärmstrong (Ä)
D
Activiteit (A)

Slide 31 - Quizvraag

geeft straling
geeft geen straling

Slide 32 - Sleepvraag