Les 4 - Allergenen en intoleranties 1

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingsleerMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weekplanning
Week 1: Escaperoom + gezonde voeding
Week 2: Gezonde voeding
Week 3: Allergenen en intoleranties
Week 4: Bouw en vertering voedingsstoffen + voorbereiding Bodyworlds
Week 5: Pasen
Week 6: Bodyworlds
Week 7: Herhaling en oefentoets
Week 8: Toets

Toetscijfer (80%) + opdracht folder (10%) + opdracht 'Hoe gezond eet ik?' (10%) = eindcijfer (100%) 

Slide 2 - Tekstslide

Vermelden welke lessen uitvallen
Lesplanning
  • Voortgang opdracht Hoe gezond eet ik
  • Allergenen;
  • Intolerantie; 
  • Folder maken. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen

  • Jij kunt het verschil tussen een allergie en intolerantie toelichten;
  • Jij kent verschillende soorten allergieën;
  • Jij kent verschillende soorten voedselallergenen;
  • Jij weet op welke manier een allergische reactie optreedt en op welke manier men hierop moet reageren.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gezond eet ik?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Je krijgt een nummer en zoekt informatie op bij dat nummer:
  1. Wat is een allergie?
  2. Wat is een intolerantie?
  3. Hoe treedt een allergische reactie op?
  4. Wat moet je doen als er een allergische reactie is?
  5. Welke soorten allergie zijn er?
  6. Welke soorten voedselallergenen zijn er?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2.0
  • Zoek je twee- of drietal op;
  • Wissel je antwoorden uit;
  • Formuleer een zo volledig mogelijk antwoord dat je zo kan presenteren aan de klas. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ben je allergisch? Zo ja, voor wat?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Allergenen
Eiwitten die allergische reacties opwekken

Voedselallergenen
Inhalatieallergenen
Contactallergenen
Zoek op:
  • Op welke manier komen de verschillende allergenen het lichaam binnen?
  • Noem een aantal voorbeelden.

Slide 9 - Tekstslide

Voedselallergenen:  zij komen het lichaam binnen via eten.
Men kan allergisch zijn voor veel verschillende eiwitten in het voedsel. Hiervan zijn 14 vastgestelde allergenen die het meest voorkomen en dus altijd dikgedrukt of in een ander lettertype  vermeld moeten worden op het etiket. 

Inhalatieallergenen: Zij komen het lichaam binnen via inademing. Voorbeelden zijn: stuifmeelpollen of uitwerpselen van huisstofmijt.

Contactallergenen: zij komen het lichaam binnen via contact met de huid. Voorbeelden zijn: bestanddelen van cosmetica.

Vastgestelde ingrediëntenlijst
  • Ingrediënten die overgevoeligheidsreacties veroorzaken staan extra duidelijk op etiket; 
  • 14 allergenen;
  • Ook hiervan afgeleide stoffen moeten worden vermeld.

Slide 10 - Tekstslide

Verschillende producten meenemen en de klas laten kijken welke allergenen er in de verschillende producten zitten en hoe deze op het etiket staan vermeld.

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vindt onderzoek naar allergeniciteit plaats?

Slide 12 - Open vraag

Bij het onderzoeken van de allergeniciteit van een stof wordt bepaald of mensen er allergisch voor kunnen zijn of kunnen worden. Dat onderzoek wordt vooral gedaan met nieuwe producten die op de markt komen, zoals sommige tropische vruchten of genetisch gemodificeerde producten.
Sommige voedingsmiddelen die als niet-allergeen uit een onderzoek kwamen, veroorzaken toch allergische reacties. Dat komt doordat sommige mensen anders reageren op de stof dan proefpersonen.
Verschijnselen allergie:
  • Jeuk of vlekjes op de (hele) huid, allergisch eczeem;
  • Gezwollen oogleden;
  • Gezwollen oogwit;
  • Tranende ogen;
  • Kriebel in de neus;
  • Tintelingen van de tong;
  • Niezen;

  • Loopneus;  
  • Hoesten, piepen of benauwdheid kunnen wijzen op een allergie; 
  • Overgeven, diarree, buikklachten; 
  • Dikke keel, benauwdheid;
  • Anafylactische shock (welke kan leiden tot de dood).

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Intolerantie                                VS

  • Niet-allergische reactie 
  • Afweersysteem speelt geen of onbelangrijke rol 
  • Bijvoorbeeld tekort aan bepaald enzym of stoffen die al in voeding aanwezig zijn 
  • Triggers
Allergie 

  • Heel heftige reactie op bepaalde eiwitten 
  • Eiwitten worden allergenen genoemd 
  • Antistoffen worden gevormd en er komt histamine vrij 
  • Histamine: allergische klachten

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Coeliakie

= Glutenintolerantie

  • Darmvlokken gaan kapot bij regelmatige aanraking met gluten 
  • Op den duur ernstige beschadigingen (geen darmvlokken) 
  • Verminderde opname voedingsstoffen 
  • Tekort aan vitaminen en mineralen + gewicht afname

Slide 17 - Tekstslide

Coeliakie is een ziekte die wordt veroorzaakt door overgevoeligheid voor gluten, een eiwitbestanddeel van tarwe, rogge, gerst en spelt. Het veroorzaakt een aantasting van het darmslijmvlies en de darmvlokken. Hierdoor krijgen we te weinig voedingsstoffen binnen waardoor er chronische (vet)diarree of een groeistoornis bij kinderen ontstaat. 

Glutenvrij dieet is de oplossing. Door gluten uit de voeding te verwijderen herstelt de darmwand zich. 
Opdracht
Maak individueel een voorlichtingsfolder over allergieën en intoleranties! 

De opdracht staat in het dashboard
Inleveren in Cumlaude
Deadline: maandag 6 mei 2024


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afronding


  • Opdracht 'Hoe gezond eet ik?'                 10%
  • Folder allergenen en intoleranties         10 %
  • Toets   (in toetsweek)                                    80%
       Eindcijfer                                                           100%

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen

  • Jij kunt het verschil tussen een allergie en intolerantie toelichten;
  • Jij kent verschillende soorten allergieën;
  • Jij kent verschillende soorten voedselallergenen;
  • Jij weet op welke manier een allergische reactie optreedt en op welke manier men hierop moet reageren.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies