BLS theorie online les VIG 1e jaars 8 januari

Toetsvoorbereiding tips
  1. kijk dit filmpje: https://youtu.be/ExsnYXpqFH4
  2. Goed doornemen: Basiszorg en palliatieve zorg VIG-Module 6-Ondersteunen bij mobiliseren-Vaardigheid: Verplaatsen van (rol)stoel naar bed
  3. Handhygiëne
  4. Goede communicatie met de zorgvrager!

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnBeroepsopleiding

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Toetsvoorbereiding tips
  1. kijk dit filmpje: https://youtu.be/ExsnYXpqFH4
  2. Goed doornemen: Basiszorg en palliatieve zorg VIG-Module 6-Ondersteunen bij mobiliseren-Vaardigheid: Verplaatsen van (rol)stoel naar bed
  3. Handhygiëne
  4. Goede communicatie met de zorgvrager!

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Kijk de filmpjes goed en maak de vragen.
Thema reanimatie van volwassenen.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Wat zou jij doen als dit in de klas gebeurde?
Niks
112 bellen
paniek
mee reanimeren
weg rennen
AED halen want ik weet waar deze hangt
Hulpverleners opwachten en de weg wijzen

Slide 6 - Poll

Slide 7 - Video

Wat vond je van de borstcompressies die gegeven werden in het filmpje?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Wat is een firstresponder?

Slide 11 - Open vraag

Welk onderdeel haal je uit de luchtpijp bij het uitvoeren van de chinlift?
A
het gebit
B
eten
C
de slokdarm
D
de tong

Slide 12 - Quizvraag

De 4 schakels in de keten van overleven zijn, in de juiste volgorde:
A
Snelle BLS, Snelle Alarmering, Snelle Defibrillatie, Snelle Advanced Life Support
B
Snelle Alarmering, Snelle BLS, Snelle Defibrillatie, Snelle Advanced Life Support
C
Snelle Alarmering, Snelle Defibrillatie, Snelle BLS, Snelle Advanced Life Support
D
Snelle Alarmering, Snelle BLS, Snelle Advanced Life Support, Snelle Defibrillatie

Slide 13 - Quizvraag

Tijdens het alarmeren moet je het volgende doorgeven:
A
Je naam en aangeven wat er gebeurd is.
B
Hoeveel gewonden er zijn
C
De plaats van het ongeval
D
Alle bovenstaande

Slide 14 - Quizvraag

Als hij op de plaats van het ongeval aankomt, moet de hulpverlener:
A
Beginnen met reanimeren.
B
Een omstander vragen het slachtoffer aan te raken.
C
Een eventueel gevaarlijke situatie opheffen en zichzelf beschermen tegen besmetting door beschermingsmiddelen te gebruiken.
D
Alle bovenstaande

Slide 15 - Quizvraag

Bij reanimatie is de verhouding Compressie - Beademing
A
15:2
B
30:2
C
2:30
D
5:1

Slide 16 - Quizvraag

Om te voorkomen dat de maag wordt opgeblazen, moet de hulpverlener:
A
Snelle of te krachtige beademingen vermijden.
B
Beademingen geven van ongeveer 2 seconden.
C
Druk op de maag uitoefenen zodat de maag niet omhoog kan komen.
D
Alle bovenstaande

Slide 17 - Quizvraag

Na iedere compressie moet de hulpverlener de druk op de borst wegnemen door het contact van de handen met de borstkas te verbreken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Een hulpverlener moet wachten tot de borstkas tot de normale positie gedaald is voor hij een nieuwe beademing geeft.
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 19 - Quizvraag

Als het slachtoffer tekenen van een ernstige luchtwegblokkade vertoont en hij is nog bij bewustzijn, moet de hulpverlener maximaal _____, gevolgd door _____ in het geval de obstructie niet opgeheven is.
A
5 bovenbuikdrukken, 5 slagen op de rug
B
5 slagen op de rug, 5 borstcompressies
C
5 slagen op de rug, 5 bovenbuikdrukken(heimlich)
D
5 bovenbuikdrukken, 2 minuten reanimeren

Slide 20 - Quizvraag

Een bewusteloos, ademend slachtoffer stabiel leggen is belangrijk om de luchtweg open te houden en om te voorkomen dat bloed en speeksel de luchtweg blokkeren.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Om de defibrillatorpads aan te brengen bij iemand die een hartstilstand heeft, moet je de borstkas vrijmaken en zorgen dat die droog is.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Om ervoor te zorgen dat de pads goed hechten, moet je ze tijdens het toedienen van de schok vasthouden op de borstkas van de patient.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

De AED kan op vochtige plekken gebruikt worden. Je moet echter de patient uit het water halen en de borstkas afdrogen voordat je de pads aanbrengt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Dit was de laatste vraag.

Slide 25 - Tekstslide