Bijeenkomst 4: Zorgtechnologie/mobiliteit SKILL

Bijeenkomst 4: Zorgtechnologie/mobiliteit SKILL
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bijeenkomst 4: Zorgtechnologie/mobiliteit SKILL

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud deze les
  • Beroepsproduct in Dulon online
  • Voorkennis activeren Instrumenten mobiliteit
  • Mobiliteitsklassen
  • Ergonomisch handelen
  • Haptonomie
  • Praktijklokaal
  • Afronden


Slide 2 - Tekstslide

Beroepsproduct in Dulon online

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Instrumenten mobiliteit

Slide 6 - Woordweb

Welke instrumenten voor mobiliteit gebruik jij in de zorg?

Slide 7 - Open vraag

Skill zelfzorg
Theorielokaal;
  • Haptonomie
  • Ergonomie
Praktijklokaal:
  • Til en verplaatstechnieken om en in bed
  • Steunkousen
  • Tilliften

Slide 8 - Tekstslide

Mobiliteitsklassen

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Ergonomisch werken

Slide 12 - Tekstslide

Ergonomisch werken
  • Ergonomisch werken houdt in dat er een juiste werkhouding word aangenomen en voldoende mentale en fysieke herstelmomenten ingeplant worden tijdens de werkuren.
  • Ergonomisch werken in de zorg betekent eigenlijk gewoon op een veilige manier werken. Dit kan als de werknemer bijvoorbeeld weet hoe iemand op de juiste manier verplaatst kan worden of als de werknemer weet wanneer welke hulpmiddelen in gezet kunnen worden.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Tips voor ergonomisch werken in de zorg
  1. Let goed op je houding;
  2. Maak gebruik van hulpmiddelen;
  3. Zorg dat je de hulpmiddelen op de juiste manier gebruikt;
  4. Neem klachten serieus;
  5. Zorg ook goed voor jezelf na je werk.

Slide 15 - Tekstslide

Hoeveel mag jij tillen?
  • Niet meer dan 23 kilo tillen bij af en toe tillen!
  • Niet meer dan 12 kilo als je vaker dan 12 keer per dag tilt.
  • Niet meer dragen dan 15 kg op heuphoogte.

Slide 16 - Tekstslide

Opdracht
  • Iedereen gaat staan!
  • Ga achter je stoel staan!
  • Til de stoel op!
  • Zet de stoel weer neer!

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

  1. Pak papier/pen of maak in je mobiel notities.
  2. Komende 20 seconden maak je een rijtje van 1 t/m zo ver je komt, bv 100.
  3. Na 20 seconden: Hoe ver? Wie is het verst? 
  4. Jullie hadden één missie!
  5. Nogmaals; maar nu 20 sec. een gecombineerd rijtje maken van 1A, 2B enz.
  6. Dit is lastiger. 
  7. Want wat gebeurt er? 
  8. Je vergeet het hele alfabet.
  9. Je denkt nu aan twee taken.
  10. Minder snel dan eerste testje.

Slide 21 - Tekstslide

Maak één taak af. 
Onderzoek in de zorg; meerdere taken tegelijk werkt niet. 
Fijn als er een man in het team zit; mannen denken vaak; één taak; één missie.

Slide 22 - Tekstslide

Opstaan uit stoel in tweetallen

Slide 23 - Tekstslide

Opstaan uit stoel
  • Maak gebruik van handgreep​
  • Niet ondersteunen bij oksel​
  • In dezelfde richting bewegen​
  • Client vragen mee te helpen​
  • Let op: Als cliënten niet willen opstaan gaan ze rechtop zitten, dit is veel zwaarder/lastiger. Zorg dat je de client naar voren laat hangen.





Slide 24 - Tekstslide

Begeleiden bij het lopen

Slide 25 - Woordweb

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Slide 28 - Tekstslide

Verschillende sites voor info t.a.v. fysieke belasting
www.zorgvoorbeter.nl​

https://gezondenzeker.nl/e-learning/ 
www.free-learning.nl

Slide 29 - Tekstslide

Haptonomie

Slide 30 - Tekstslide

Wat is het?
  • Haptonomie is letterlijk: De leer van het menselijk gevoel en gevoelsleven.
  • Haptonomie houdt zich bezig met aanraken, voelen, direct lichamelijk contact en de zintuigelijke ontwikkeling met houdingen, bewegingen en gebaren.
  • Als zorgverlener raak je de cliënt vaak aan.
  • Zorgverlener en haptonomie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Haptonomie gaat over gevoel en over gevoelsmatige wisselwerking tussen mensen.
  • Het gaat over zowel luisteren naar jezelf en de ander, als over respectvol omgaan met elkaar.  




Slide 31 - Tekstslide

Voorbeeld
  • Een transfer bij een cliënt; probeer de hand van de cliënt niet als een grijporgaan te gebruiken, maar maak daadwerkelijk contact; zoek de verbinden met de ander. Het doel is om de transfer tot een gezamenlijke beweging te maken, zodat het voor beide partijen lichter en prettiger is.
  • Vergelijking; een kind dat heel graag of juist niet opgetild wil worden. In het eerste geval is het kind zo licht als een veertje. In het tweede geval is het kind niet te tillen, zo zwaar. Hieruit blijkt dat (de weegschaal blijft hetzelfde gewicht aangeven) dat alleen de intentie van de cliënt om samen in beweging te komen, ervoor zorgt dat de transfer fysiek lichter is.  




Slide 32 - Tekstslide

4 handvatten
  1. Ruimte = Sta je niet te dicht bij de cliënt? Wat is jouw comfortzone?
  2. Naderen = Hoe kom je een ruimte binnen (gehaast, rustig)? Hoe loop je op iemand af? (Ontspannen, vastberaden?) Hoe iemand in bed aanspreken?
  3. Uitnodigen = Moet of mag iemand mee? Handgeven; hoe als je iemand feliciteert? Hoe als je iemand condoleert? Stevige handdruk/slap handje?
  4. Doorvoelen = Stem je voortdurend af met de ander?  



Slide 33 - Tekstslide

Het benaderen van de cliënt
  • Communicatie (schept vertrouwen) 
  • Lichaamstaal – welke stemming uit je met je loopje? 
  • Gebaren – uitnodigende uitgestoken hand 
  • Mimiek – toon je je ware gezicht als hulpverlener? Elkaar aankijken is waardevol in contact; het is een teken van aandacht en respect. 
  • Uiterlijk en uiterlijke verzorging – de eerste indruk wordt gevormd door iemands aanblik. 
  • Stemgebruik – intonatie en articulatie brengen emotie over 
  • Aanraking – aanraking is een basisbehoefte. Een hand vasthouden, een arm over de schouder, een kus voor het slapen kan soms meer betekenen van een lang gesprek.  



Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Maak een kring
  • Hoe sta je in de kring? 
  • Heb je een vriendelijke open blik of kijk je streng?
  • Wat straal je uit met je kleding? Wat wil je uitstralen?  

Slide 36 - Tekstslide

Twee rijen tegenover elkaar
  • Loop allemaal naar de ander tegenover je en stop wanneer je het niet meer goed vindt voelen?
  • Hoeveel mensen en wie mogen er in jouw comfortzone komen? Wat voel je dan? 
  • Bedenk dat een cliënt zo’n 700 begeleiders in zijn comfortzone moet laten komen…. 
  • Geef elkaar eens een hand; blij bij een verjaardag/succes bij een uitdaging/sterkte bij een condoleance 

Slide 37 - Tekstslide

Afronden
Verder werken aan bewijs technologisch hulpmiddel!

Slide 38 - Tekstslide