Hoofdstuk 5 De tweede wereldoorlog

Hoofdstuk 5 De tweede wereldoorlog

2BK

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5 De tweede wereldoorlog

2BK

5.0 Orientatie

Tijd van Wereldoorlogen (1900-1950)

In het wit zie je een tank. Dit wapen hoort bij de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945). In de periode tussen de twee wereldoorlogen in ging het heel slecht met de economie in de wereld. Veel mensen raakten toen werkloos. Op de foto achter de tank houden werkloze mensen een protestdemonstratie.

Wat leer je in dit hoofdstuk?

  1. Hoe verliep de Tweede Wereldoorlog?

  2. Hoe was het leven in Nederland tijdens de Duitse bezetting?

  3. Waarom en hoe wilden de nazi’s alle joden vermoorden?

  4. Welke gevolgen had de Tweede Wereldoorlog voor Nederlands-Indië?

  5. Hoe werden de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten vlak na 1945 vijanden van elkaar?

Poort naar Auschwitz

Dit is de poort naar Auschwitz, een concentratiekamp. Hier hebben de nazi’s ruim één miljoen mensen vermoord. De meesten werden gedood in gaskamers.

Rotterdam na Duits bombardement

Het centrum van Rotterdam vlak na het Duitse bombardement van 14 mei 1940.

A. De Duitse aanval blz.120

Op 1 september 1939 viel het Duitse leger Polen binnen. De Poolse soldaten konden niet op tegen het enorme en moderne Duitse leger. Hitler wilde beslist geen loopgravenoorlog, zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog. Daarom liet hij zijn soldaten snel grote gebieden bezetten.
Frankrijk en Engeland waren bondgenoten van Polen. Zij verklaarden de oorlog aan Duitsland. Maar ook zij konden de Duitse legers niet tegenhouden. Binnen een jaar veroverde Hitler het westen van Europa. Alleen Engeland werd niet veroverd.

Duitse aanval op de Sovjet-Unie

De Duitse aanval op de Sovjet-Unie had succes, totdat het winter werd.

B. Aanval op de Sovjet-Unie blz.120

Hitler keek ook verder naar het oosten. Daar lag de Sovjet-Unie, het grootste land ter wereld. Hitler en Stalin, de leider van de Sovjet-Unie, hadden afgesproken om elkaars landen niet aan te vallen. Maar Hitler hield zich niet aan zijn woord. In 1941 vielen zijn legers de Sovjet-Unie binnen. Snel veroverden ze enorme gebieden. Maar toen werd het winter. In delen van de Sovjet-Unie werd het zo koud dat zelfs de diesel in de tanks bevroor. Het Russische leger en hun tanks waren beter voorbereid op deze kou. Langzaam stopte de Duitse aanval. In 1943 werd een groot Duits leger bij de stad Stalingrad verslagen. Rusland won daarna steeds meer gebied terug. De Slag om Stalingrad was een keerpunt in de oorlog.

Duitse poster uit de Tweede Wereldoorlog

Duitse poster uit de Tweede Wereldoorlog. Als je zeventien jaar was, mocht je bij de Waffen-SS, een onderdeel van het Duitse leger.

c. Terreur en propaganda blz.120

Tijdens de gevechten sneuvelden miljoenen soldaten. Maar ook de burgers hadden het zwaar in de oorlog. Bij bombardementen werden heel veel mensen gedood. Wie een bombardement overleefde, was vaak alles kwijt. Veel mensen leden honger.

Dat gold ook voor de Duitse burgers. Hun steden werden verwoest door Engelse en Amerikaanse bommenwerpers. De Engelsen en Amerikanen hoopten dat het Duitse volk zich daardoor zou overgeven. Maar dat gebeurde niet. Door de terreur van Hitler durfden mensen niet in opstand te komen. Bovendien geloofden de meesten door de nazipropaganda dat de oorlog nodig was en dat ze voor een goede zaak vochten.

Wat is propaganda?

A

Informatie om meningen te beïnvloeden

B

Objectieve nieuwsverslaggeving

C

Wetenschappelijk onderzoek en feiten

D

Politieke reclame

Welke invloed had oorlog op burgers?

A

Raakte alles kwijt

B

Honger

C

Er werden veel mensen gedood

Wat gebeurde er met Polen na de aanval van Duitsland

A

Het werd verdeeld tussen de twee landen

B

Het werd een Sovjetstaat

C

Het bleef onafhankelijk

D

Het werd een Duitse kolonie

Waarom kon Duitsland de Sovjetunie niet verslaan?

A

Duitsland was niet gemotiveerd

B

Sovjetunie had meer tanks

C

Duitsland had te weinig soldaten

D

De winter was extreem streng

Wat veroverde Hilter in Europa na 1 jaar?

A

Het noorden

B

Het zuiden

C

Het oosten

D

Het westen

Opdrachten

Maak opdracht 1 tot en met 5 op blz. 121

10

minute

00

second

Paragraaf 5.1 Hitlers oorlog

Leerdoel voor deze les:

Aan het einde van deze les weet je welke landen en hoe Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog grote delen van Europa veroverde, waarom de aanval op de Sovjet-Unie eerst succesvol was maar later mislukte, en welke invloed oorlog, terreur en propaganda hadden op de burgers.


DUITSLAND VERSLAGEN!

Leerdoel:

Aan het einde van de les kun je vertellen hoe de Tweede Wereldoorlog is verlopen.


Begrippen:

D-Day

Geallieerden

Woensdag:

D Duitsland verslagen BLZ. 122

6 juni 1944: D-day. De Duitse soldaten die de Franse kust bewaakten, konden hun ogen niet geloven. Ze zagen duizenden schepen op zich afkomen! Daarin zaten soldaten uit Engeland, de Verenigde Staten, Canada en nog veel meer landen. De Duitsers verdedigden de kust goed. Er werd keihard gevochten en er vielen duizenden doden. Ten slotte veroverden de geallieerden een klein stukje van Frankrijk. Ze brachten er een enorm leger heen. Van daaruit vochten ze zich een weg naar Duitsland.

Tegelijkertijd vochten in het oosten de Russen tegen Duitsland. In april 1945 ontmoetten de legers van de geallieerden elkaar, midden in Duitsland. Kort daarna pleegde Hitler zelfmoord. Op 7 mei 1945 gaf Duitsland zich over. De oorlog in Europa was voorbij.

Paragraaf 5.1 Hitlers oorlog

Leerdoel voor deze les:

Aan het einde van deze les weet je welke landen en hoe Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog grote delen van Europa veroverde, waarom de aanval op de Sovjet-Unie eerst succesvol was maar later mislukte, en welke invloed oorlog, terreur en propaganda hadden op de burgers.


D-day

D-day was een enorme militaire operatie. Na de eerste landingstroepen brachten schepen tanks, vrachtwagens en ander materieel aan land.