Week 3- De belangrijkste spelers in het bestuursrecht

Bestuurs- en Staatsrecht 
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
RechtMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Bestuurs- en Staatsrecht 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Link

kijken t/m 3 min
Vorige les hebben we het gehad over de Trias Politica. Zou je op basis van het nieuwsfilmpje dat we zojuist keken, kunnen bedenken waarom sommigen vinden dat er hier sprake is van strijd met de trias politica?

Slide 4 - Open vraag

Het voeren van buitenlands beleid valt  normaliter onder de bestuurstaak van de regering. Je zou kunnen stellen dat de rechters hier op de plek van de regering gaan zitten. De regering heeft beleidsvrijheid. 

Echter, niet de vrijheid om zich niet aan het recht te houden!! '

art. 94 GW ''Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.''


Gedecentraliseerde eenheidsstaat
  • Nederland bestaat uit meerdere decentrale 
overheden. Denk aan gemeentes en provincies.
Die hebben allemaal hun eigen taken en bevoegd-
heden. Soms beter om bepaalde zaken op 'lager'
niveau te regelen. 

  • Worden overkoepeld door nationale/centrale 
overheid (daarom toch een eenheid).




Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 2: belangrijke spelers
Besturen is: 
               het zorgen voor een goede gang van zaken in ons land met inachtneming van de rechten en plichten die burgers en overheid ten opzichte van elkaar hebben. 

Het is goed om stil te staan wie nu de belangrijkste spelers zijn als het gaat om het bestuursrecht! 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtspersonen
  • géén natuurlijk persoon
  • drager van rechten en plichten 
  • kan rechtshandelingen (juridische handelingen) verrichten 
  • zijn wat betreft het vermogensrecht gelijk aan een natuurlijk persoon (art. 2:5 BW). 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Privaat- en bestuursrechtelijke RP
Privaatrechtelijke rechtspersoon (2:3 BW)
  • De regels voor oprichting én taken en bevoegdheden staan in het BW (bijv. oprichting door notariële akte). 
  • in de statuten staat wat het doel van de rechtspersoon is.
Bestuursrechtelijke rechtspersoon (2:1 BW)
  • bestaan op basis van de wet. (Dus geen oprichting nodig via notaris)
  • Staat, Provincie, Gemeente, Waterschappen én andere lichamen lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend. 

Slide 8 - Tekstslide

Andere lichamen waaraan verordende bevoegdheid is verleend --> In art. 134 Gw wordt de verlening van verordenende bevoegdheid gedelegeerd aan lagere wetgevers: bij of krachtens de wet kan aan de besturen van openbare lichamen verordenende bevoegdheid worden verleend. 

Onderscheid wordt gemaakt naar openbare lichamen voor beroep (bijvoorbeeld de Nederlandse Orde van Advocaten en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie) of openbare lichamen voor bedrijf (zoals de Sociaal-Economische Raad). Zie nader T&C Grondwet, het commentaar op art. 134 Gw.
Bestuursorgaan
Rechtspersonen zijn wat betreft het vermogensrecht gelijk gesteld aan natuurlijk persoon. Dit is niet zo als het gaat om exclusieve bevoegdheden van de overheid, zoals vergunning verlenen, belastingaanslag opleggen, woning sluiten op basis van Opiumwet. 

In dat geval moet specifiek een bestuursorgaan worden aangewezen, die de handeling mag verrichten. 
           legaliteits- én specialiteitsbeginsel!



Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bestuursorgaan II 
De wet maakt onderscheid tussen twee soorten bestuursorganen (art. 1:1 lid 1 Awb). 
  • A-orgaan: orgaan van een publiekrechtelijke rechtspersoon. 

  • B-orgaan: géén A-orgaan, maar ander persoon/college met openbaar gezag bekleed. Bijv. autogarage die APK-keuringen mag uitvoeren. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A-organen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandige bestuursorganen
Sommige publiekrechtelijke rechtspersonen zijn in het leven geroepen om bepaalde (specifieke) overheidstaken uit te voeren. Denk aan:

  • UWV, KvK, CBR en SVB

De organen van deze instanties noemen we tevens zelfstandige bestuursorganen, omdat deze losstaan van de centrale overheid. Vallen niet onder het gezag van een minister.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer de overheid een publiekrechtelijke taak vervult, dan moet aan de kant van de overheid iets of iemand worden aangewezen die de bevoegdheid toekomt om de handeling te verrichten. Hoe wordt deze iets of iemand in het bestuursrecht genoemd en waar in de Awb is dit opgenomen?

Slide 13 - Open vraag

bestuursorgaan 1:1 Awb. 
Leg uit waarom de burgemeester een bestuursorgaan is van de gemeente. Motiveer je antwoord aan de hand van een wetsartikel.

Slide 14 - Open vraag

Onder bestuursorgaan wordt verstaan:
a. een orgaan van een rechtspersoon dat krachtens publiekrecht is ingesteld of
b. een andere persoon of ander college met enig openbaar gezag bekleed.
De burgemeester is een orgaan (zie art. 6 Gemw) (met eigen bevoegdheden en
verantwoordelijkheden die hem/haar in de gemeentewet toegekend) van een rechtspersoon,
ingesteldkrachtenspubliekrecht(lees:gemeente)(zieart. 2:1BW).Deburgemeesterisdaarmee
een a-bestuursorgaan.
Belanghebbende
art. 1:2 lid 1 Awb          iemand wiens belangen rechtstreeks bij een besluit betrokken zijn. 

Belangrijk om te weten, want een belanghebbende heeft op grond van de Awb bepaalde rechten, zoals bezwaar maken en in beroep gaan. 

  • Direct belanghebbende: besluit is aan die persoon gericht
  • Derde-belanghebbende: besluit is niet aan de persoon gericht, maar diens belangen zijn welk rechtstreeks bij het besluit betrokken.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Criteria belanghebbende 
O - objectief bepaalbaar belang (niet gebaseerd op subjectieve           belevingswereld) 
P - persoonlijk belang (voldoende onderscheiden van anderen)
E - eigen belang (niet van iemand anders)
R - rechtstreeks belang (voldoende causaal verband)
A - actueel belang (niet onzeker of in de toekomst)
Gebruik OPERA of EPORA als ezelsbruggetje! 

Slide 16 - Tekstslide

objectief bepaalbaar belang: '' .3. Het popfestival waarvoor vergunning is verleend, is een jaarlijks terugkerend festival dat plaatsvindt gedurende drie dagen in het weekend van Pasen. [appellante] woont op een afstand van 3,2 kilometer van het terrein waar het popfestival wordt gehouden. Niet in geschil is dat [appellante] daar, afhankelijk van de windrichting, geluid kan horen dat van dit terrein afkomstig is. Een ambtenaar van de gemeente heeft te kennen gegeven dat hij dit geluid heeft waargenomen toen hij op enig moment tijdens het in 2013 gehouden popfestival in de tuin van [appellante] stond. De Afdeling maakt evenwel uit het door hem verklaarde ter zitting op dat het door hem waargenomen geluid niet erg luid was. Gelet op voornoemde omstandigheden is naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk dat [appellante], naar objectieve maatstaven gemeten, als gevolg van het popfestival hinder van enige betekenis ondervindt. [appellante] wordt dan ook niet geraakt in een objectief bepaalbaar belang dat rechtstreeks bij het besluit tot vergunningverlening is betrokken. Zij kan niet worden aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb. De rechtbank heeft het door [appellante] ingestelde beroep ten onrechte niet niet-ontvankelijk verklaard.''

rechtstreeks belang: intrekken subsidie met als mogelijk gevolg ontslag voor werknemers is onvoldoende rechtstreeks
Rechtspersonen als belanghebbende 
Rechtspersonen kunnen ook belanghebbende zijn (art. 1:2 lid 3 Awb). Maar wat is nu het belang van een rechtspersoon? 
Twee eisen: 
  1. belang moet in de statuten worden genoemd (bijv. behoud van de natuur)
  2. belang blijkt uit feitelijke werkzaamheden (moet ook daadwerkelijk naar worden gehandeld - bijv. actievoeren en procederen). 

Slide 17 - Tekstslide

Zie voorbeeld Waddenvereniging p. 45 boek. 
In het bestuursrecht is de overheid betrokken in de rol van bestuursorgaan. Hoe wordt de burger in het bestuursrecht genoemd wanneer deze direct betrokken is bij de beslissing van de overheid? In welk artikel van de Awb is dit opgenomen?

Slide 18 - Open vraag

1:2 Awb --> belanghebbende 
Om in het bestuursrecht als derde-belanghebbende te worden aangemerkt, is niet vereist dat het gaat om een:
A
eigen belang
B
objectief bepaalbaar belang
C
op geld te waarderen belang
D
persoonlijk belang

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zijn onderstaande personen en instellingen belanghebbenden?

De inwoners van de gemeente die te horen krijgen dat het plaatselijke park kleiner wordt omdat een deel van het park gebruikt gaat worden voor de bouw van 25 woningen.
A
Ja, er is voldaan aan de criteria
B
Nee, want ze hebben geen eigen belang
C
Nee, want ze hebben geen actueel belang
D
Nee, want ze hebben geen persoonlijk belang

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welk van de volgende gevallen is niet voldaan aan het belanghebbende criterium?
A
Een bouwmarkt stelt beroep in tegen de door B en W verleende vergunning voor de nieuwbouw van een andere bouwmarkt in het naburige dorp.
B
Mevrouw Klaver stelt beroep in tegen het verlenen van een vergunning voor het kappen van een oude beuk op het veldje naast naar huis waar zij dagelijks haar hondje Ruud uitlaat.
C
De Vereniging tot behoud van monumenten stelt beroep in tegen de verlening van een vergunning voor de sloop van een monumentaal pand.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 3
Bestuurshandelingen: 
       hieronder vallen alle handelingen die door een bestuursorgaan worden verricht. 

Deze bestuurshandelingen kunnen worden onderverdeeld in meerdere categorieën.  

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feitelijke handeling VS  rechtshandeling
Feitelijke handelingen: 
    - niet gericht op rechtsgevolg
    - bijv. onderhoud van het plantsoen
   - bij onbedoeld rechtsgevolg is het ook feitelijke handeling
Publiekrechtelijke rechtshandelingen:
    - wel gericht op rechtsgevolg (schept rechten en plichten)
    - bijv. sluiten overeenkomst, verlenen vergunning, etc. 



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een feitelijke handeling?
A
Een feitelijke handeling is gericht op rechtsgevolg, maar heeft niet de bedoeling om rechten en plichten te scheppen. Een feitelijke handeling isniet gericht op rechtsgevolg, maar heeft wel de bedoeling om rechten en plichten te scheppen. Een feitelijke handeling is niet gericht op rechtsgevolg en heeft niet de bedoeling om rechten en plichten te scheppen.
B
Een feitelijke handeling is niet gericht op rechtsgevolg, maar heeft wel de bedoeling om rechten en plichten te scheppen.
C
Een feitelijke handeling is gericht op rechtsgevolg, maar een feitelijke heeft niet de bedoeling om rechten en plichten te scheppen.

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het college van B en W legt Stephane Koldewij een last onder bestuursdwang op. Hij moet zijn zonder vergunning gebouwde garage afbreken. Stephane reageert niet op deze last onder bestuursdwang. Gevolg is dat gemeentewerkers de garage afbreken. Is hier sprake van een rechtshandeling of een feitelijke handeling?

Slide 25 - Open vraag

Feitelijke handeling. Afbreken schept geen rechten en plichten. 
Een gemeente verhuurt het voormalige gemeentehuis aan een groep ondernemers. Is hier sprake van een rechtshandeling of een feitelijke handeling?

Slide 26 - Open vraag

rechtshandeling --> gericht op rechtsgevolg. Er ontstaan rechten en plichten (gebruik pand + betalen huur). 
Stelling: In het privaatrecht staat de rechtsrelatie burger–burger centraal. De overheid speelt daarom nooit een rol in het privaatrecht.
Is deze stelling juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Privaatrechtelijke VS publiekrechtelijke rechtshandeling


Privaatrechtelijke rechtshandeling:
Gaat om het scheppen van nieuwe rechten en plichten in het burgerlijke recht. Dit kan in principe iedereen (dus niet alleen overheid!).
             Denk aan: huurovereenkomst, koopovereenkomst. 
Publiekrechtelijke rechtshandeling = besluit ( 1:3 lid 1 Awb):
  • schriftelijke beslissing (digitaal (bijv. mail) mag ook)
  • afkomstig van een bestuursorgaan
  • inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (exclusieve bevoegdheid) 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Publiekrechtelijke rechtshandeling
Kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: 
  • Besluit van algemene strekking: hebben een algemene werking. Geldt in principe voor iedereen. Bijv. bestemmingsplan
  • Beschikking: gericht tot één of meer individuele personen of concrete zaak. Bijv. vergunning 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In het bestuursrecht worden twee soorten besluiten onderscheiden. Welke hoort daar niet bij?
A
Beschikkingen
B
Feitelijke handelingen
C
Besluiten van algemene strekking

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Besluiten van algemene strekking
  • Algemeen verbindend voorschrift: regel die voor iedereen geldt. Bijvoorbeeld APV Eindhoven. 
  • Beleidsregel (1:3 lid 4 Awb): regel gemaakt door B.O. waarin wordt bepaald hoe bevoegdheid wordt uitgevoerd. 
  • Plan: vaak gericht op ruimtelijke ordening. besluiten over een bepaald onderwerp worden vaak samengebracht in een plan, zodat die een logisch geheel vormen (bijv. bestemmingsplan). 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillen AVV en beleidsregel
AVV
beleidsregel
gericht aan burgers
gericht aan B.O.'s
mag niet van worden afgeweken
soms kan/moet worden afgeweken (art. 4:84 Awb)
Er is een wettelijke grondslag nodig.
Er is géén wettelijke grondslag nodig om deze te maken/wijzigen. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In het bestuursrecht worden drie verschillende soorten besluiten van algemene strekking onderscheiden. Welke hoort daar niet bij?
A
AVV's
B
Plannen
C
Beschikkingen
D
Beleidsregels

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het Wetboek van Strafrecht, dat wel algemeen verbindend voorschriften bevat, toch geen besluit in de zin van de Awb?

Slide 34 - Open vraag

Gemaakt door Regering + staten generaal = formele wetgever en dus géén bestuursorgaan. Besluit wordt gemaakt door een B.O. --> zie art. 1:1 lid 2 Awb en art. 1:3 lid 1 Awb.  
Beschikking
  • gericht op één of meer personen  (persoonsgebonden)
  • gericht op een aanwijsbare groep personen
  • gericht op een rechtspersoon
  • gericht op een zaak (zaaksgebonden)

Slide 35 - Tekstslide

aanwijsbare groep personen: ''Groep die wat betreft grootte en samenstelling, in overwegende mate een constant karakter vertoont, zodat niet kan worden gesproken van een besluit van algemene strekking.''

Bijv. bollentelers (beperkte groep boeren) in een bepaalde gemeente die ontheffing krijgen m.b.t. gebruik van bepaalde meststoffen. 


Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Het sluiten van woningen op last van de burgemeester komt regelmatig voor in het Bestuursrecht. Om wat voor soort beschikking gaat het in dat geval?
A
Persoonsgebonden beschikking
B
Zaaksgebonden beschikking

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Soorten beschikkingen
Beschikkingen kunnen zowel begunstigend of belastend zijn. 

  • Begunstigende beschikkingen zijn bijv. : verlenen vergunning, toekennen studiefinanciering (op aanvraag) 

  • belastende beschikkingen zijn bijv.: boete, belastingaanslag (ambtshalve)

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef twee voorbeelden van beschikkingen waar jij mee te maken krijgt of al te maken hebt gekregen.

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Meryem wil haar tuinhuis slopen. Artikel 27 van het bestemmingsplan van de wijk waar Meryem woont, verbiedt het slopen van tuinhuizen zonder toestemming. Meryem vraagt een beschikking aan. Zij wil hiermee toestemming krijgen om te slopen. Wat voor soort beschikking is dit?
A
Ambtshalve begunstigende beschikking (vergunning)
B
begunstigende beschikking op aanvraag (vergunning)
C
Ambtshalve belastende beschikking (aanslag)
D
Ambtshalve belastende beschikking (handhaving)

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Theorie van zojuist, leidt tot het volgende schema: 

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende week
  • Herhaling (door middel van opdrachten)
  • Hoofdstuk 4 
  • eventueel deel van Hoofdstuk 5

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies