números 21 hasta 100

Jueves 26 de enero
Hoy vamos a aprender los números del 20 hasta 100
El verbo Tener = Hebben
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Jueves 26 de enero
Hoy vamos a aprender los números del 20 hasta 100
El verbo Tener = Hebben

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Zet de nummers op volgorde van klein naar groot
ocho
once
quince
trece
cuatro
nueve
veinte
dieciocho

Slide 3 - Sleepvraag

diecisiete
A
16
B
19
C
13
D
17

Slide 4 - Quizvraag

13+7=
A
trece
B
siete
C
veinte
D
doce

Slide 5 - Quizvraag

dieciséis
A
17
B
19
C
13
D
16

Slide 6 - Quizvraag

Waar hoor je nummer 7?
A
B
C
D

Slide 7 - Quizvraag

uno
dos
tres
cuatro
cinco
seis
siete
ocho
nueve
diez
once
doce
trece
catorce
quince
dieciséis
diecisiete
dieciocho
diecinueve
veinte
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20

Slide 8 - Sleepvraag

Slide 9 - Link

Prepárate para la clase
Maak je klaar voor de les...
¡Importante!
  • Tu portátil aún está cerrado 
Je laptop is nog dicht.
  • Tu móvil está apagado en y tu bolsa o mochila
Je mobiel is uit en in je tas. 
  • Tienes tu cuaderno, portátil y bolígrafo
Schrift, laptop en pen heb je bij je.
  • ¡Haz caso y guarda el silencio!
 Let op! Oren open en wees stil!

Slide 10 - Tekstslide

getallen 21 t/m 29
van 21 t/m 29      


veinti + eenheden    
aan elkaar geschreven!  
Leerdoel: getallen t/m 100
  • 21 veintiuno
  • 22 veintidos
  • 23 veintitrés
  • 24 veinticuatro
  • 25 veinticinco
  • 26 veintiseis
  • 27 veintisiete
  • 28 veintiocho
  • 29 veintinueve

Slide 11 - Tekstslide

Los números hasta 100
Tussen twintig en dertig schrijf je de getallen aan elkaar met “i” in het midden --> veintiuno (21)
  
Vanaf de dertig schrijf je de getallen los van elkaar met “y” in het midden --> treinta y nueve (39)

Slide 12 - Tekstslide

0

Slide 13 - Video

¡Escuchar!
  • A: noventa y siete (97)
  • B: treinta y ocho (38)
  • C: cuarenta y cinco (45)
  • D: ciento uno (101)
  • E: sesenta y cuatro (64)
  • F: setenta y nueve (97)

Slide 14 - Tekstslide

Noventa 
Diez
Sesenta
Ochenta
Cincuenta
Cuarenta
Treinta
Veinte 
Setenta
Cien
10 
20 
30
40
50
60
70
80
90
100

Slide 15 - Sleepvraag

Y ahora escribe estos números:

58: 
77: 
100: 
29: 
43: 
16: 
98:


Slide 16 - Tekstslide

Y ahora escribe estos números:

58: cincuenta y ocho,
77: setenta y siete,
100: cien
29: veintinueve,
43: cuarenta y tres  
16: dieciséis
98: noventa y ocho


Slide 17 - Tekstslide

Regels bij de getallen
  • Tussen 16 -29 : aan elkaar schrijven met i 
  • >> diecinueve, veinticinco
  • Tussen 31 -99 : los geschreven met een y
  •  >> treinta y cinco, noventa y tres

Slide 18 - Tekstslide

¿Cuál es 
tu número de teléfono?
Mi número de teléfono es....
06 08 31 00 42
06 64 44 21 87
06 32 23 14 96
06 02 49 55 73
OPDRACHT: Vertel in het Spaans aan je buurman/vrouw jouw telefoon nummer

Slide 19 - Tekstslide

werkwoord: TENER
TENGO
IK HEB
TIENES
JIJ HEBT
TIENE
HIJ/ZIJ/U HEEFT
TENEMOS
WIJ HEBBEN
TENÉIS
JULLIE HEBBEN
TIENEN
ZIJ HEBBEN
TENER = HEBBEN

Slide 20 - Tekstslide

¿Cuántos años (tener) tú?
A
tengo
B
tenéis
C
tienes
D
tiene

Slide 21 - Quizvraag

Mi padre (tener) cuarenta y dos años.
A
tengo
B
tienes
C
tiene
D
tienen

Slide 22 - Quizvraag

Vul;de juiste vorm van het werkwoord TENER in.
Yo (tener) trece años.
A
tengo
B
tienes
C
tiene
D
tenemos

Slide 23 - Quizvraag

Carlos y yo (tener) muchos amigos en el colegio (school).
A
tienes
B
tenemos
C
tenéis
D
tienen

Slide 24 - Quizvraag

Carmen y tú (tener) muchos deberes.
A
tenéis
B
tiene
C
tengo
D
tienen

Slide 25 - Quizvraag

Mis abuelos (tener) una casa grande.
A
tengo
B
tiene
C
tienen
D
tenemos

Slide 26 - Quizvraag

Vertaal deze zin:
Zij hebben 2 broers.

Slide 27 - Open vraag

persoonsvormen (pronombres)
yo
él, ella, usted
nosotros, nosotras
vosotros, vosotras
ellos, ellas, ustedes
ik
jij
hij, zij, u,
wij
jullie
zij
Leer de persoonlijk voornaamwoorden goed uit elkaar te houden!

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide