4.1 Thuis met elkaar

4.1   
Thuis met elkaar
Een huishouden
=
groep mensen die samenwonen
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

4.1   
Thuis met elkaar
Een huishouden
=
groep mensen die samenwonen

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les
- Je kunt verschillende manieren benoemen waarop mensen leven. 
- Je kunt verschillen noemen tussen vroeger en nu. 
- Je kunt uitleggen wat emancipatie inhoudt. 
- Je kunt uitleggen wat zorgtaken zijn.
- Je kunt het begrip rolgedrag uitleggen. 

Slide 2 - Tekstslide

Er zijn verschillende soorten huishoudens
- lat-relatie (living apart together) 
- alleenstaand (single)
- gehuwd samenwonen
- ongehuwd samenwonen
- 2 vrienden of zussen/broers
- gezin
- eenoudergezin
- samengesteld gezin
- grootfamilie
- woongroep

Slide 3 - Tekstslide

SAMENLEVING
VROEGER

Waren veel gezinnen hetzelfde
* werkende vader
* huishouden voor moeder
* meer kinderen per huishouden
* opa en oma woonden vaak bij eigen kinderen in
NU
* meer vrouwen werken (wel nog in deeltijd) 
* mannen meer bezig in huishouden
* minder kinderen (kleinere gezinnen)

* meer eenoudergezinnen
* meer alleenstaanden
* oudere mensen wonen vaker alleen

Slide 4 - Tekstslide

Oudere mensen hebben wel eens hulp nodig
Soms van kinderen of kleinkinderen  (mantelzorg)
Soms van de thuiszorg 
Thuiszorg = hulp aan huis 
(schoonmaken, verzorgende taken)

Aanleunwoningen: huizen vlak bij verzorgingshuis, ouderen kunnen er met hulp op afstand zelfstandig blijven wonen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

EMANCIPATIE 

Bij emancipatie krijgen verschillende groepen mensen dezelfde rechten
   Vrouwenemancipatie (gelijke rechten als de man)
- vrouwen mogen nu studeren, in militaire dienst, stemmen
gelijke rechten

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Rolgedrag
Mannen en vrouwen doen precies wat er van ze verwacht wordt.
* zorgzame moeder * stoere kerel
Zorgtaken
Alles waarvoor gezorgd moet worden in het huishouden
* Koken
Afwassen * Stofzuigen  

Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag

LEES de tekst van 4.1 en MAAK de opdrachten


Slide 10 - Tekstslide