Argumenten weerleggen

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Communiceren met Impact
Language and literature

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 4 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan je jouw boodschap zo sterk mogelijk maken?

Slide 6 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
Vandaag herhalen/oefenen we het schrijven van een betoog.

Je leert het weerleggen van een argument.

Je leert dat wanneer je je tekst nogmaals kritisch leest, je het vaak kunt verbeteren. 

Slide 7 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
       Instructie
Wanneer je jouw mening wilt geven kun je deze extra overtuigend maken door gebruik te maken van:

Argumenten
Voorbeelden
Signaalwoorden
Goede opbouw van de tekst (Alinea's)





Slide 8 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Instructie
Je kunt ook gebruik maken van teksten en meningen van anderen, om jouw eigen mening sterker/overtuigender te maken. 

Een argument weerleggen, noem je dat. 

Slide 9 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Voorbeeld
"Ik hou van witte Nikes, omdat ze wit zijn lijken ze extra nieuw!"

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
"Doordat ze zo wit zijn kun je het juist extra snel zien wanneer ze niet meer nieuw zijn,
Je ziet er alles op!"

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie
Wanneer je een argument wilt wil weerleggen, kun je de volgende signaalwoorden gebruiken:

maar, echter, toch, daarentegen, aan de andere kant

Voorbeelden:
“Maar dat is niet helemaal waar, want…”
“Echter mag je niet vergeten dat…”
“Aan de andere kant is het zo dat…”

Slide 12 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Oefenen
Wat is jouw mening bij de volgende stelling:

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Zonder social media heb je geen vrienden.”

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Weerleg het volgende argument en gebruik de startzin

“Zonder social media heb je geen vrienden.”

Startzin: Sommige mensen zeggen dat je zonder social media geen vrienden hebt, maar...

Startzin: Het kan misschien zo zijn dat je zonder social media minder makkelijk kunt communiceren, aan de andere kant...

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weerleg het volgende argument en gebruik de startzin

“Minder social media gebruiken is saai.”

Startzin: 

Startzin: 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
In Toddle staat de volgende opdracht klaar: "Plastic gebruik"
Er staan twee teksten. De ene tekst geeft voordelen van plastic gebruik. De andere tekst nadelen. Jij gaat jouw mening omschrijven, en je gaat de mening van de anderen 'weerleggen'.

  • Lees de teksten
  • Schrijf jouw mening op lijntjes papier
  • Weerleg de argumenten van de tekst die tegen jouw mening in gaat
  • Kan jij de informatie gebruiken van de tekst die het eens is met jouw mening?


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies