leesvaardigheid les 3 - havo 2016-I tekst 3 (grote lijnen - skimmen)

Leesvaardigheid 
Les 3 
Leesstrategie "grote lijnen" (skimmen) 
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Leesvaardigheid 
Les 3 
Leesstrategie "grote lijnen" (skimmen) 

Slide 1 - Tekstslide

Tips & tricks (les 1 + 2)
Basis:
  • signaalwoorden herkennen & weten wat zij aangeven
  • in grote lijnen begrijpen waar de tekst over gaat
  • voorbeelden kunnen herkennen
  • meningen kunnen herkennen 
Herhaling uit de vorige les

Slide 2 - Tekstslide

Tips & tricks (les 3)
Basis:
  • signaalwoorden herkennen & weten wat zij aangeven
  • in grote lijnen begrijpen waar de tekst over gaat
  • voorbeelden kunnen herkennen
  • meningen kunnen herkennen 

Slide 3 - Tekstslide

Doel les 3:

Ik weet hoe ik een tekst in grote lijnen kan begrijpen.
Herhaling signaalwoorden / verbanden 
(* indien de tijd dit toelaat!)

Slide 4 - Tekstslide

Middels welke strategieën / trucjes kan jij een (Franse) tekst in grote lijnen begrijpen?
Geef logisch en chronologisch (wat doe je eerst?) antwoord.

Slide 5 - Open vraag

Leesstrategie: grote lijnen
Stap 1:
Titel - plaatjes - (eventuele) inleiding (voorspellen)
Stap 2:
Activeren voorkennis over het onderwerp 


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

1. Wat verwacht je te lezen in de tekst met titel "Stromae" (tekst 3) ?
(voorspellen)
2. Wat weet je al over dit onderwerp?
(activeren voorkennis)

Slide 8 - Woordweb

Leesstrategie: grote lijnen
Stap 1 + 2 : titel - plaatjes - activeren voorkennis onderwerp
* Jullie krijgen zo meteen een videofragment te zien dat aansluit bij de te lezen tekst "Stromae".
Welke artiesten komen in beeld?
Wat hebben ze met elkaar gemeen / met elkaar te maken?
Wat valt je verder op aan dit fragment?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Stappenplan - grote lijnen
1. Lees van elke alinea de eerste en laatste zin.
2. Schrijf kort op waar de alinea over gaat gebaseerd op deze twee zinnen
Tekst 3

Slide 11 - Tekstslide

Leesstrategie: grote lijnen
Pas deze stappen nu toe op tekst 3 "Stromae".
Let op: hierna volgt een sleepvraag ter controle! 


timer
5:00

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

Match de samenvatting aan de juiste alinea
alinea 1
alinea 2
alinea 3
alinea 4
alinea 5
Het succes van het liedje "Formidable" zet Stromae in de spotlights.
De stijl van Stromae.
De geschiedenis van Stromae.
Het lukt Stromae om een echte ster te zijn en veel CDs te verkopen.
In de liedjes van Stromae zijn de meeslepende muziek en de teksten vol emotie opvallend.

Slide 14 - Sleepvraag

Hierna komen de examenvragen die je al kunt maken op basis van deze scanmethode.

Slide 15 - Tekstslide

A quoi sert le premier alinéa ?
A
Décrire la carrière de Stromae depuis le début.
B
Expliquer pourquoi tout le monde aime la chanson 'Formidable'.
C
Illustrer le succès éclatant de Stromae.
D
Montrer pourquoi Paul van Haveren a choisi Stromae comme nom d'artiste.

Slide 16 - Quizvraag

Je zoekt een cadeau voor een vriend. Hij luistert graag naar liedjes over serieuze onderwerpen.

Past een CD van Stromae bij hem?
A
Ja
B
Nee

Slide 17 - Quizvraag

Voor de hierop volgende vragen moet je gericht in de tekst zoeken, deze vragen kan je ter verdieping / differentiatie maken!

Slide 18 - Tekstslide

Wat neem je mee van deze les
voor een volgende keer?
Wat ga je zeker nog een keer gebruiken?

Slide 19 - Woordweb

Geef van elke bewering aan of deze wel of niet overeenkomt met de tweede alinea.
1 Paul van Haver heeft zijn vader op jonge leeftijd verloren.
2 Als kind droomde Paul van Haver al van een carrière als danser.
3 Paul van Haver was een geliefde presentator bij de radiozender NRJ.
A
1 wel 2 wel 3 wel
B
1 wel 2 wel 3 niet
C
1 wel 2 niet 3 niet
D
1 niet 2 niet 3 niet

Slide 20 - Quizvraag

Differentiatie / verdieping
Leestekst 3 "Stromae"  - vervolg (overige vragen)

Slide 21 - Tekstslide

Qu’est-ce qui est vrai selon le 4ème alinéa ?
A
Comme Jacques Brel, Stromae a longtemps vécu en marge de la société.
B
La musique de Stromae est plus mélancolique que celle de Jacques Brel.
C
Stromae chante beaucoup de chansons de Jacques Brel.
D
Stromae et sa musique rappellent le chanteur Jacques Brel.

Slide 22 - Quizvraag

Wat heeft volgens de laatste alinea vooral bijgedragen tot het enorme
succes van de hit Formidable?

Slide 23 - Open vraag

Herhaling signaalwoorden

Slide 24 - Tekstslide

Signaalwoorden
Aaneenschakeling
Et – en
Aussi – ook
D’abord – ten eerste
Ensuite – vervolgens
Enfin / finalement – ten slotte
Tijd
Aujourd’hui – vandaag
Pendant – gedurende
Après – daarna
Uitleg
Car / parce que – want / omdat
C’est pourquoi / c’est que – daarom
Comme ça – zo / op die manier

Voorbeeld
Par exemple – bijvoorbeeld
Comme – zoals
Comme si – alsof (maar het is niet zo)
Conclusie
Bref – kortom
En résumé – samenvattend
Donc / alors – dus
Tegenstelling
Mais – maar
Pourtant – toch
Alors que / tandis que – terwijl

Slide 25 - Tekstslide

Wat is de betekenis en het verband van 'après'?
A
daarna - tijd
B
gedurende - tijd
C
kortom - conclusie
D
samenvattend - conclussie

Slide 26 - Quizvraag

Wat is de betekenis en het verband van 'bref'?
A
daarna - tijd
B
gedurende - tijd
C
kortom - conclusie
D
samenvattend - conclussie

Slide 27 - Quizvraag

Wat is de betekenis en het verband van 'c'est que'?
A
ten eerste - aaneenschakeling
B
vervolgens - aaneenschakeling
C
daarom - uitleg
D
want/omdat - uitleg

Slide 28 - Quizvraag

Wat is de betekenis en het verband van 'd'abord'?
A
ten eerste - aaneenschakeling
B
vervolgens - aaneenschakeling
C
daarom - uitleg
D
want/omdat - uitleg

Slide 29 - Quizvraag

Sleep de signaalwoorden naar het juiste verband
aaneenschakeling
tegenstelling
uitleg
conclusie
d'abord
mais
car
bref
aussi
ensuite
pourtant
donc
alors
en résumé
finalement
alors que
c'est que
comme ça
tandis que
parce que

Slide 30 - Sleepvraag

Waaraan kun je in een Franse tekst geen voorbeeld herkennen?
A
par exemple
B
comme
C
par conséquent
D
comme si

Slide 31 - Quizvraag

Waaraan kun je in een Franse tekst geen mening herkennen?
A
selon
B
après
C
naam + :
D
d'après

Slide 32 - Quizvraag